Zo dromen wij...

We dromen niet in zwart-wit, zoals we vaak denken, maar in kleur.

Dat blijkt uit een Duits onderzoek dat is gepubliceerd in het vakblad Dreaming.

We dromen echt in kleur, alleen vergeten we het. Dat is tenminste de conclusie uit een Duits experiment. Daaruit bleek dat (jonge) proefpersonen het aantal zwart-witte en kleurloze dromen op een later tijdstip veel hoger inschatten dan direct na het ontwaken. En proefpersonen die goed scoorden op een kleurgeheugentest bleken minder vaak te denken dat ze in zwart-wit droomden.

Dit schrijven vier Duitse psychologen uit Mannheim in het laatste nummer van het vakblad Dreaming. Het onderzoek is een antwoord op een oude kwestie: dromen we in zwart-wit of in kleur? En waarom denken sommige mensen dat ze in zwart-wit dromen? In de duizenden jaren literatuur over dromen, van Aristoteles tot en met Sigmund Freud, is kleur of zwart-wit nooit een kwestie geweest. Een beetje kleur was vanzelfsprekend. Totdat in de eerste helft van de twintigste eeuw uit enquêtes ineens bleek dat soms wel 40 procent van de bevolking zei nooit kleur in dromen te zien. En toen een van die vragenlijsten uit 1942 in 2003 precies zo werd afgenomen, zei nog maar een paar procent van de bevolking nooit in kleuren te dromen. Dat moest dus wel de invloed van de zwart-witfilm en televisie zijn!

Er is zeker invloed. Zo bleek bij een recente herhaling van de ‘1942-enquête’ in China dat mensen in de technologisch verst ontwikkelde gebieden (met de meeste bioscopen en kleurentelevisies) het vaakst zeggen dat ze kleuren zagen in hun dromen. Inwoners van de minst ontwikkelde gebieden zagen de minste kleuren.

De Britse psychologe Eva Murzyn vond in Engeland iets vergelijkbaars, beschrijft ze in een onderzoek dat het tijdschrift Consciousness and Cognition vorige maand online publiceerde. Murzyn vond dat mensen boven de 55 nog altijd veel meer zwart-witdromen in hun dagboekje melden dan jonge mensen die in hun leven amper zwart-witfilms hebben gezien. Die generatie groeide op met zwart-wittelevisie en de laatste met zwart-witfilms.

Maar denken die mensen alleen maar dat ze zo dromen of dromen ze echt zwart-wit? Murzyn denkt dat de door haar onderzochte ouderen ook echt in zwart-wit dromen. Zij gelooft dat blootstelling aan zwart-witmedia vóór het tiende jaar de rest van het leven effect heeft.

De Amerikaan Eric Schwitzgebel, die al de herhalingsstudies van de 1942-enquête deed, denkt daar heel anders over. Hij zoekt de verklaring voor de curieuze uitkomsten vooral in de invloed van tv en film op de manier waarop mensen het verhaal van hun droom vertellen. Neem China: in de kleurenrijkdom van het straatbeeld in de onderzochte gebieden is geen enkel verschil.

Hoeveel zwart-witfilms moet iemand zien, vraagt Schwitzgebel, om het enorme kleureffect teniet te doen van al die mensen en plaatsen die we de hele dag waarnemen? Iedere dag ziet een persoon zijn eigen huis en zijn familie in full colour.

Schwitzgebel denkt dat dromen zijn als romans: die zijn ook niet in kleur of in zwart-wit. Alleen in sommige gevallen, als bijvoorbeeld de vrouw van je dromen een rode jurk draagt. De rest van de scène is ongedefinieerd. En dat gaat dus veel verder dan dat we de kleur van dromen zouden vergeten.