'Wij spelen geen dartelende, verliefde kinderen'

Het Ro Theater speelt Romeo en Julia, met Gijs Naber in de rol van Romeo en Hannah van Lunteren als Julia. Hoe onderscheidt de voorstelling zich? „Wij focussen op de doodsdrift.”

Het balkon werd een biljart. En dat is niet de enige verandering die Alize Zandwijk doorvoerde in haar regie van Shakespeares Romeo en Julia voor het RO Theater. Het toneelbeeld is donker, onheilspellend. De speelvloer is bezaaid met bossen bloemen in plastic, als op een vers gedolven graf. In die naargeestige omgeving speelt Hannah van Lunteren de verliefde, wanhopige Julia. „Dat biljart stond op het toneel bij het repeteren. Decorontwerpster Lidwien van Kempen heeft er toen voor gekozen het te laten staan. Zo’n ongebruikt biljart geeft een mooie desolate sfeer.”

Het past goed in de visie van Zandwijk op Shakespeares klassieke tragedie, vertellen Van Lunteren en Gijs Naber (Romeo) na een repetitie in het Rotterdamse onderkomen van het RO Theater. Gijs Naber: „Ik denk dat Romeo en Julia de bekendste Shakespeare-tragedie is. En bij de titel denken de meesten toch: ach ja, dat mooie verhaal over die twee verliefde pubers. Het heeft een heel romantische connotatie. Maar als je de tekst goed leest, blijkt het duisterder, somberder dan je dacht. Het gaat voortdurend over de dood; de afloop ligt er vanaf het begin in besloten. Onze voorstelling vestigt de aandacht meer op dat aspect: op die onmiskenbare doodsdrift van de geliefden.”

Van Lunteren: „Wat Romeo en Julia beleven, dat is zo’n sterk gevoel; zo’n oerdrift. Ze willen zo graag bij elkaar zijn, in elkaar zijn, elkaar zijn, dat als dat niet kan, ze nog liever sterven. En het kan natuurlijk niet. Die paradox van extreme levenslust en doodsdrift staat bij ons centraal.” Het heeft als gevolg dat de personages hier volwassener, ernstiger zijn. Naber: „Wij spelen geen dartelende kinderen die verliefd doen op een balkon. Het puberale is er af.”

Alhoewel. Julia is in het begin wel echt een onbeschreven blad, zegt Van Lunteren. „Maar ze voelt dat er iets aankomt. Er zindert iets. En dan gaat ze leven, ze leeft erop los. Met zoveel wil, en zoveel kracht in die wil, dat ze er uiteindelijk beiden aan sterven.” Romeo heeft vanaf het begin een duidelijk doel en koerst daar vastbesloten op af, vertelt Naber. „Hij is op zoek naar het diepste verlangen van binnen; hij hunkert ernaar dat dat aangewakkerd wordt. Aan het begin van het stuk is hij immers zelfs nog verliefd op iemand anders. Hij leeft met zo’n drift dat het ten koste gaat van alles en iedereen.”

Toen bekend werd dat zij het legendarische liefdespaar zouden gaan spelen, waren ze vooral meteen benieuwd wat Zandwijk met het overbekende verhaal zou gaan doen. Naber: „Ik dacht niet: jeetje wat een cliché, nee. Als je dat hebt, kun je beter helemaal geen repertoiretoneel meer doen.” Van Lunteren: „Natuurlijk, iedereen kent het verhaal. Maar daar kun je wel mee werken. Wij benadrukken het juist, door de voorstelling heel verhalend, afstandelijk, bijna episch te beginnen, met een verteller voor een gordijntje. Zodat het publiek weet: dit is weer dat verhaal. Zo neem je ook alle eerdere versies van Romeo en Julia mee. En zeg je: dit verhaal, het verhaal van twee geliefden en van hun enorme gevoelens, dat gaat altijd door.”

Zandwijk gebruikt in haar regie de vertaling van Gerrit Komrij. Stroef soms, vond Van Lunteren. „Ik heb de tekst eerst moeten haten om er daarna van te houden. Wat een rotwoorden, dacht ik dan; wat een omslachtige manier om dit te zeggen. Maar in feite gaat het stuk daar ook over. Dat Romeo en Julia steeds maar over hun liefde praten, en er heel weinig mee doen. In hun woorden wordt de spanning, de emotie opgebouwd. De tekst is een sublimatie van hun gevoelens.” Je hoeft hem nauwelijks te ‘spelen’, ontdekte ze. „De emotie ligt al in de woorden besloten. Daarom is soms alleen uitspreken al genoeg.”

Tegenover die woordkracht plaatste Zandwijk een krachtige fysieke component: krumping. Dansers van de Rotterdamse dansschool Moves, die de rivaliserende families Montecchi en Capuletti voorstellen, komen op in deze felle, aan vechtsport verwante dansvorm. Dat is geen infantilisering van het verhaal, vinden de acteurs. Maar: „Het moest wel echt een Rotterdams stuk worden. Niet voor niets zit het RO Theater hier. Daarom beginnen we de voorstelling voor ons theater, op straat. En daarom spelen twee Rotterdamse vrouwen, amateurs, om de beurt de voedster. Zo hopen we ook een ander, echt Rotterdams publiek binnen te krijgen.”

Hun productie is een van de vijf uitvoeringen van Romeo en Julia dit seizoen. „Het hangt in de lucht, kennelijk.” Waarom, dat is moeilijk te zeggen. Naber: „Wij zijn een andere kant opgegaan, maar onze voorstelling ging eerst over haat, over een eeuwig voortdurende strijd. Dat was zeker ingegeven door deze tijd.” Van Lunteren: „Ik denk dat het niet toevallig is dat theatermakers op dit moment denken: ik moet weer over de liefde vertellen.”

Romeo en Julia, door het RO Theater in Rotterdam. 19 nov t/m 21 dec. Inlichtingen en reserveren: 010-404 7070, rotheater.nl