Voor de eerste hulpverleners is Deh Rawood veilig genoeg

In het district Deh Rawood, Uruzgan, is het relatief rustig. Waar de opstandige Talibaan zijn is onduidelijk, maar hulporganisaties durven weer grotere herstelprojecten aan.

De Franse kapitein van het Vreemdelingenlegioen stuurt zijn Afghaanse soldaten vooruit om de kliniek in aanbouw te doorzoeken. Als de kust veilig blijkt, volgt de rest van de patrouille. De kliniek op het platteland van Uruzgan is verlaten, de cementmolen staat stil. Uit een tentje sukkelt de lokale aannemer. Hoe het werk vordert, vraagt een Nederlandse luitenant. „Als God het wil”, zegt de aannemer, „zijn we over een maand klaar.”

Het Provinciaal Reconstructieteam (PRT) van de Nederlandse missie bezoekt projecten en belangrijke bewoners in het dorp Dewanawargh, district Deh Rawood. De patrouille, dertig zwaarbewapende mannen en acht pantservoertuigen, komt uit Kamp Hadrian. Daar leidt het Vreemdelingenlegioen de Afghaanse militairen op. Samen zorgen ze voor de beveiliging van de patrouille.

Het PRT, het militaire opbouwdeel van de Nederlandse missie, heeft de afgelopen twee jaar honderden projectjes uitgevoerd in Uruzgan, om de bevolking voor zich te winnen. Het gaat om werkzaamheden als de bouw van een muur om een school of het herstel van een weg. Het PRT bouwde de moskee naast de kliniek, de kliniek zelf is een project van een Afghaanse hulporganisatie, al weet de luitenant niet welke. „Het contact met de hulporganisaties begint eigenlijk pas net”, legt hij uit.

Een jaar geleden was het ondenkbaar dat hulporganisaties aan de slag zouden kunnen in Deh Rawood. De ‘groene zone’, het vruchtbare, bewoonde deel van het district, was in september vorig jaar overspoeld met Talibaanstrijders. Duizenden bewoners sloegen op de vlucht. Ontwikkelingsorganisaties konden geen noodhulp verlenen, omdat de bewoners doodsbang waren dat de Talibaan hen zouden associëren met de overheid of buitenlanders. „Gezien worden met een deken van de Verenigde Naties kon een doodvonnis betekenen”, zei een PRT-militair destijds. Amerikaanse militairen hebben de Talibaan later uit het gebied verdreven.

De laatste tijd is Deh Rawood relatief veilig. Relatief, want vorige maand sneuvelden nog 35 Talibaan die een politiepost aanvielen en kwamen zeven mensen om door een bermbom. Maar veilig genoeg voor de Afghaanse hulporganisatie SADA om, met Nederlands geld, honderden huizen op te bouwen die vorig jaar werden gebombardeerd of kapotgeschoten. SADA durft het werk wel aan buitenlandse journalisten te laten zien, maar niet zonder beveiliging. In de achterbak van de auto zitten twee grote mannen met kalasjnikovs.

Khodi Dot (55) laat de drie nieuwe kamers zien die SADA in zijn qala (ommuurd huis) in het dorp Miando heeft gemetseld. Het rommelige erf, waar schapen, kippen en kinderen rondscharrelen, vertoont een bomkrater. Met zijn dorpsgenoten bood Dot vorig jaar tien dagen weerstand aan de Talibaan, vertelt hij. Totdat ze twee mannen uit het dorp ophingen, omdat ze hadden samengewerkt met de lokale overheid. De dorpelingen vluchtten naar de bazaar van Deh Rawood.

Toen de meeste Talibaan waren verslagen, werd Dot aangesteld bij de lokale politie en kreeg hij een geweer van de Amerikanen. Of hij het vaak gebruikt? „Ja, om de vogels uit de bomen te schieten”, grijnst hij. Talibaanstrijders zijn al tijden niet gesignaleerd.

Dat Afghaanse hulpverleners aan het werk gaan in Uruzgan geldt als vooruitgang. Het is de bedoeling dat de militaire projecten gaandeweg plaatsmaken voor opbouwwerk door overheid en ontwikkelingsorganisaties. Die richten zich op de lange termijn: niet een schooltje bouwen bijvoorbeeld, maar een breder plan voor onderwijs. Als Nederland zijn militaire missie eind 2010 staakt, is het de bedoeling dat de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties blijven.

„Niet alle beslissingen van het PRT zijn ontwikkelingsrelevant”, zegt Peter Mollema, hoofd van het civiele deel van de missie in Kamp Holland. „Als de gouverneur een programma wil opzetten om oud-Talibaanstrijders voor zich te winnen, dan sturen wij mensen, of we geven een waterpomp. Soms is dat nodig om mensen aan onze kant te krijgen.” In juli moet het PRT onder civiele leiding komen.

De missieteams van het PRT spreken met stamleiders en maliks, dorpsbestuurders. Zo krijgen ze een indruk van lokale problemen, al is het alleen informatie van degenen die meewerken met de Nederlanders.

Niemand kan precies verklaren hoe Uruzgan tot rust is gekomen. Volgens kolonel Kees Matthijssen, commandant van de Nederlandse militairen daar, komt het door een combinatie van de „bevolkingsgerichte” Nederlandse manier van optreden, de effectiviteit van het Afghaanse leger en omdat Uruzgan voor de Talibaan geen prioriteit is.

De majoor die in Deh Rawood de gevechtseenheden leidt – van Defensie moet hij anoniem blijven – verwacht zonder grote gevechten de winter in te gaan. De randen van de groene zone zijn versterkt met politie- en legerposten.

Maar de Talibaan blijven ongrijpbaar. Vorige maand bleken de lokale commandanten in de Mirabad-vallei ten oosten van Tarin Kowt niet thuis, toen Matthijssen daar met duizend man binnenviel. Hun doorgangsroutes van Pakistan en Helmand in het zuiden naar de noordelijke bergen zijn nog niet afgesloten. En vorig jaar had niemand de aanval van de Talibaan in Deh Rawood zien aankomen. „Die was er gewoon ineens”, aldus de majoor.

Hulporganisaties zijn niettemin voorzichtig aan het werk gegaan. Zo legt het Duitse GTZ een asfaltweg aan tussen Tarin Kowt en Chora, voor 34 miljoen euro. De weg moet door de Baluchi-vallei lopen, die nu nog te onveilig is. GTZ legt daarom eerst de uiteinden aan.

De komst van de Afghaanse VN-missie UNAMA is uitgesteld toen de beoogde coördinator in september omkwam bij een zelfmoordaanslag in Kandahar. Nederlandse hulporganisaties zetten de laatste maanden meer mensen in. Ze houden kantoor in Tarin Kowt, van waaruit Afghaanse medewerkers projecten uitvoeren.

Een ervan is het elektriciensklasje in Tarin Kowt, in een qala vlakbij Kamp Holland. Achttien jongens, 9 tot 16 jaar oud, zitten op de grond en maken aantekeningen. De meesten kunnen lezen en schrijven, maar moesten van school om hun ouders te helpen. Nu leren ze twee uur per dag een vak, naast hun werk. De docent moet het doen zonder boeken of lesmateriaal; transport uit Kabul is te onveilig.

Schaapherder Nasrullah (12) laat de in zijn schrift getekende elektronen zien. Hij lijkt er niet helemaal van doordrongen dat hij wordt opgeleid tot elektricien. „Later wil ik dokter worden”, vertelt hij. „Dan kan ik arme mensen helpen. Bovendien, als ik dokter word, is er in de toekomst weer een slechterik minder.”

Bekijk een fotoserie van het PRT via nrc.nl/binnenland