Voetje voor voetje

De ceremonie gisteren in een zaaltje te Bagdad was bescheiden. Zeker vergeleken met het triomfalisme van president Bush op 1 mei 2003 op een marinefregat. Maar de sobere gebeurtenis van gisteren zou wel eens verstrekkender gevolgen kunnen hebben dan de rede van Bush vijf jaar geleden. In Bagdad ondertekenden de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken en de Amerikaanse ambassadeur namelijk een akkoord over de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak. „Een historische dag”, aldus minister Zebari. Ambassadeur Crocker sprak het niet tegen.

Of maandag 17 november 2008 „historisch” zal zijn, moet nog blijken. Maar het feit dat de Iraakse regering zondag in meerderheid heeft ingestemd met de planning, is een stap.

Volgens het akkoord zullen de Amerikaanse troepen zich in de zomer van 2009 niet meer vertonen op de straten van de Iraakse steden en dorpen. Eind 2011 zullen ze ook hun militaire bases ontruimen. Niet minder belangrijk voor het gevoel van soevereiniteit in Irak is de afspraak dat Amerikaanse soldaten voor Iraakse rechtbanken kunnen worden gedaagd, als ze buiten dienst misdrijven hebben begaan. De voorwaarden hiervoor zijn zeer strikt. Maar in de VS roept de mogelijkheid alleen al schrikbeelden op over soldaten die niet meer door het vaderland kunnen worden beschermd.

Hoe dan ook. Zonder overeenstemming met de Iraakse regering hadden de Verenigde Staten, wier Iraakse mandaat formeel in 2006 afloopt, zich moeten wenden tot de Verenigde Naties. En daar lagen vernederende veto’s in het verschiet.

Onder druk van deze deadline en oog in oog met zijn opvolger Obama, heeft Bush dus eieren voor zijn geld gekozen. Tot voor kort wilde hij zich, net als presidentskandidaat McCain, niet vastleggen op de concrete data voor de terugtrekking van de Amerikaanse troepen. Tegelijkertijd heeft hij Obama een probleem bezorgd. Obama heeft in zijn campagne beloofd om de troepen binnen 16 maanden, dat wil zeggen rond zomer 2010, terug te trekken. Obama staat nu voor de keus of hij die belofte met anderhalf jaar oprekt dan wel de onderhandelingen met Bagdad heropent.

Het eerste ligt het meest voor de hand. Al is het maar om geen extra problemen in Irak te creëren. Want het akkoord kan in het ongerede raken, als de spanningen tussen shi’ieten, sunnieten en Koerden toch weer oplaaien. Een sunnitische vicepresident heeft zich al tegen de overeenkomst uitgesproken. Hetzelfde deed de shi’itische militieleider Sadr. Ook Iran kan een duit in het zakje doen. De reacties in het shi’itische buurland zijn verdeeld. Een hoge rechter toonde zich positief. Maar een conservatieve krant noemde het akkoord „capitulatie”. De regering kijkt de kat uit de boom.

Tot nu toe worden de religieuze en etnische spanningen binnen Irak mede bezworen door corruptie. Het parlementaire debat over het akkoord komende week in Bagdad kan een indicatie zijn of de drie gemeenschappen ook tot andere compromissen bereid zijn. Het akkoord van gisteren met de scheidende Amerikaanse regering verdient dat.