Vlinders, blozen, dáár gaat het om

Seksueel geladen beelden consumeren is tegenwoordig bepaald geen probleem.

Maar het onderwijs over seks en relaties schiet ernstig tekort, vindt Myrthe Hilkens.

Vicepremier en minister André Rouvoet van het ministerie voor Jeugd en Gezin wil dat er een maatschappelijke discussie komt over ‘de losgeslagen seksmoraal van de jeugd’. Een behoefte waarin de minister niet alleen staat. PvdA’ers Jeroen Dijsselbloem, Martijn van Dam en Ronald Plasterk, CDA-Kamerlid Mirjam Sterk en ChristenUnie-collega Arie Slob gingen hem allen voor.

Nooit eerder was het zo makkelijk als nu om anoniem en op elk gewenst moment van de dag seksueel geladen beelden te consumeren. Het wemelt ervan, op televisie, in de bladen, op internet en in het straatbeeld. Van de achterlijke stereotypen van zowel de man als de vrouw.

Op de digitale snelweg vechten de mensonvriendelijke, respect- en liefdeloze seksvoorstellingen in een nog veel hogere mate eveneens om aandacht. Vierden acteurs en actrices in de jarenzeventigporno nog op een, dikwijls, speelse wijze nieuw verworven vrijheden, anno 2008 dient de consument een vrolijke pornonoot met vergrootglas te zoeken. ‘Sletten’ worden ‘anaal geneukt’, ‘geile hoertjes op brute wijze verkracht’ en ‘hete tienermeisjes die nog maar een week achttien zijn zitten klaar om jou te verwennen’. De menukaart is met zo’n 4,2 miljoen actieve pornosites (in 2006) oneindig.

Hoewel het niet de bedoeling zal zijn, consumeren ook jongeren in toenemende mate porno. Uit een enquête van het actualiteitenprogramma EenVandaag onder 2.200 jongeren tussen de 12 en 24 jaar blijkt dat bijna de helft van de jongens tot achttien jaar meer dan 100 pornofilms heeft gezien. Eenvijfde van de jongeren was naar eigen zeggen 12 jaar of jonger toen ze voor het eerst pornobeelden consumeerden. Gratis filmpjes op internet zijn onder deze kijkers het populairst.

Terug naar de politiek. Debat, dat willen de beleidsmakers. De meest recente oproep wortelt in een documentaire die extreme uitwassen belicht; het gros van de kinderen in ons land praktiseert gelukkig geen kille ruilseks. Een discussie met betrekking tot jongeren en seksualiteit wordt echter allang gevoerd – Rouvoet trapt een open deur open – maar om andere, meer algemene redenen (zie kader). Op scholen, universiteiten, in vrouwenhuizen, binnen feministische en emancipatoire organisaties praten docenten, opvoeders, pedagogen en jongerenwerkers zich sinds enkele jaren suf. Verandert de seksuele moraal van jongeren en zo ja, is dat erg? En waarom wel of niet? Beïnvloedt een stevig gepornoficeerd mediadieet kinderen in ontwikkeling?

Volgens nog te presenteren, nieuw onderzoek van de Rutgers Nisso Groep (verwacht ergens in het nieuwe jaar) in samenwerking met het Nederlands Jeugdinstituut en Movisie, houdt 15 tot 20 procent van de opgroeiende jeugd zich niet of met moeite staande te midden van het bombardement van seksueel geladen beelden. Op deze groep hebben al die indrukken invloed. Recente onderzoeken van onder anderen professor Tom ter Bogt en dr. Saskia Schwinghammer naar de effecten van seksistische videoclips op jeugdige ontvangers (13- tot 16-jarigen) laten zien dat de beelden ontvangers niet onberoerd laten. Meisjes vinden een sexy uiterlijk belangrijker, beoordelen hun eigen uiterlijk negatiever. Jongens blijken na blootstelling gevoeliger voor vrouwonvriendelijke denkbeelden. En bij beide seksen neemt de tevredenheid over eigen relaties na het zien van geseksualiseerde beelden significant af.

Er is ook goed nieuws. Onderzoeken bewijzen namelijk het belang – minder risico op seksueel nare ervaringen – van een oprechte, liefdevolle begeleiding van kinderen en jongeren op het terrein van seksualiteit en relatievorming. In een utopische samenleving dragen ouders en opvoeders voor die zorg uiteraard verantwoordelijkheid, maar niet zelden vinden ouders en kinderen het veel te lastig om met elkaar over seks te praten. Bovendien redeneren volwassenen vaak vanuit religieuze of culturele motieven die haaks staan op de virtuele- en buitenwereld waarin kinderen en tieners opgroeien. Een wereld waar ze soms niet eens weet van hebben. Het onderwijs zou als een goede, neutrale tussenpersoon kunnen en moeten functioneren die het pubers mogelijk maakt om hun aan seks gerelateerde vragen, onzekerheden en ervaringen te delen. En juist daar schiet Nederland ernstig tekort.

Terwijl de leefwereld van kinderen de laatste twintig jaar sterk seksualiseerde, gebeurde er op belangwekkende plekken in onze samenleving maar weinig. De ooit zo beroemde Rutgershuizen bestaan niet meer en binnen het huidige onderwijs speelt seksuele voorlichting een marginale rol. Volgens een inventarisatie in veertien GGD-regio’s, zo bleek in 2007, besteden twee van de drie basisscholen niet of nauwelijks aandacht aan seksuele voorlichting. Middelbare scholen agenderen het thema ‘naar eigen inzicht’. Schooldirecties kunnen dus rekening houden met de ‘kleur’ van hun onderwijsinstelling: christelijk, protestant, islamitisch, vrijzinnig et cetera. Zo kan het gebeuren dat de ene school vreselijk progressief loopt te wezen, terwijl de kinderen en jongeren aan de overkant van de straat nog vanuit repressieve idealen gedoceerd krijgen dat homoseksualiteit een zonde is en het maagdenvlies tot aan het huwelijk intact moet blijven.

Überhaupt gaat veel van de seksuele voorlichting enkel en alleen over de praktische weetjes en gevaren; bevruchting, condoomgebruik, seksueel overdraagbare aandoeningen et cetera. Over het liefhebben, seksueel genot, de vlinders in je buik, gaat het nauwelijks. Laat staan over porno. Wat vinden jongeren daarvan? Ziet seks er zo uit en waarom wel of niet? De beeldcultuur, ondertussen, houdt met religieuze voorkeuren of angst voor het open gesprek over seks geen rekening. Porno licht jongeren op grote schaal niet zo zeer voor, maar eerder op.

Elk kind verdient het derhalve om op eenzelfde, grondige manier begeleid te worden. Bijna de helft van de Nederlandse jongens tot 25 jaar denkt dat de pil onvruchtbaar kan maken en eenderde van hen weet niet dat jezelf goed wassen je niet beschermt tegen het oplopen van soa’s of hiv (bron: Seks onder je 25ste, Rutgers Nisso Groep, 2005). Zelfs waar het dus gaat om de meer ‘ouderwetse’ weetjes, schiet hun kennis tekort. En daarover zouden Dijsselbloem, Van Dam, Plasterk, Sterk, Slob en Rouvoet zich eens wat meer moeten opwinden. De wens tot discussie werd gehonoreerd, nu zou het de politici sieren wanneer ook zij daadkracht tonen. Betere, moderne en openhartige gesprekken over seks in alle klaslokalen van ons land. Dat zou nog eens progressief zijn. Veel progressiever dan een pornocultuur die ondertussen conservatieve man-vrouwverhoudingen communiceert.

Deze week verschijnt McSex. De pornoficatie van onze samenleving van Myrthe Hilkens bij uitgeverij L.J. Veen. 208 pagina’s, 17.90 euro.