Vedergewichten

‘Jullie oud-beroepsrenners zitten nog altijd op die karretjes alsof jullie ermee vergroeid zijn”, zei een fietsgezel. „Het oogt zo makkelijk en efficiënt. Jaloersmakend is het.” Ik repliceerde snel dat schijn bedriegt; dat een beroepsrenner in de loop der jaren inderdaad om zijn fiets groeit als een cowboy om zijn paard, maar dat je net zo goed kunt spreken van een handicap of een ernstige misvorming. Dit vooraf.

Een digitale uitnodiging om de 25ste Zevenheuvelenloop van Nijmegen bij te wonen had ik gretig geaccepteerd. En zo stond ik zondagmiddag, onder een bulderende luidspreker en gemerkt met een oranje polsbandje, eerste rang bij de start- en finishlocatie van het gigantisch lopersfestijn dat zo een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uitoefent. Het mooie woord hallucinant zet ik graag in om mijn verwondering uit te drukken.

Hallucinant de snelheid van de Afrikaanse vedergewichten. Hallucinant de onafzienbare stroom recreatieve lopers (25.000) van wie de laatsten zich nog door de startsluis persten toen de eersten al lang en breed binnen waren. Hallucinant en wreed de ineenstorting van de onverstandige, met een enkelblessure gestarte Bekele die lang net onder het wereldrecord (41.29) over het parcours ijlde. Al even hallucinant de pietluttige seconde die Mestawat Tufa tekort kwam voor haar nieuwe record. Dat blijft dus staan op 46.55.

Een Ethiopische winnaar, Ayele Abshiro, en een Ethiopische winnares. Zeer hallucinant: Ethiopiërs ‘tekenen’ niet. Ze ogen alsof ze van een wandeling thuiskomen. Jaloersmakend eigenlijk.

Ik zie oud-politicus Paul Rosenmöller de vijftien kilometer afronden in de razend knappe tijd van 1.03,58. Een uitstekend getrainde, knokige hulpsinterklaas in vol ornaat – inclusief staf – zit rond dezelfde koers.

Ik sprak Rosenmöller kort voor de start. Scherp als een mes stond hij. „Loop jij niet mee”, was zijn vraag. „Nee, ik ben een fietser”, probeerde ik de luidspreker te overstemmen. En weg was hij weer, geconcentreerd in de warming-up.

In mijn jeugd was ik een uitmuntend loper. Tot de ledematen om de fiets begonnen te groeien. Bij wijze van ersatzkick probeerde ik het later opnieuw. Spijtig genoeg verdragen de cowboybenen de klappen van het neerkomen niet meer.

Geen effectievere sport dan hardlopen om de uitgestrektheid van de endorfineroes binnen te gaan, de zogenoemde runners high. Op een fiets lukt het ook wel, maar er gaan uren in zitten. De gepassioneerd fietsende filosoof Marc van den Bossche heeft uitputtend geschreven over de soms dagen aanhoudende, lichtende helderheid in het hoofd. Onder invloed filosofeert het een stuk soepeler.

In hun jacht op persoonlijk records tuimelen de mindere goden met purperen gelaatskleur over de finishlijn; stampend en gebogen alsof het leed van de wereld op hun schouders ligt. Sommigen kotsen. Ik benijd hen. Over een uurtje of zo verlicht een grote, kalme zon de nu nog vertroebelde bovenkamer.