Programmaminister

Ella Vogelaar had haar functie als minister van Wonen, Wijken en Integratie helemaal verkeerd begrepen. Zij dacht dat ze echt iets moest gaan doen aan de problemen in de grote steden. Ze vond het daarom ook al zo vreemd dat ze tijdens de kabinetsformatie geen departement kreeg. En geen ambtenaren. En geen geld. Maar dat had allemaal een reden: ze hoefde alleen te doen alsóf. Beeldvorming noemt men dat. Af en toe een stevige oneliner in het achtuur journaal, een ludiek proefballonnetje in NOVA en een warme glimlach in Pauw & Witteman – meer was niet nodig geweest.

Ze heette niet voor niets ‘programmaminister’.

De grote fout van Vogelaar is geweest dat ze dacht politicus te zijn in een democratie in plaats van een mediacratie: dat de mening van de mensen in de wijken er meer toe deed dan die van Jort Kelder, Dig Ishta en Rutger van Castricum. Maar het verschil daartussen bestaat nauwelijks meer. Acht op de tien mensen zegt „niet rouwig” te zijn om Vogelaars vertrek en dat is logisch: acht op de tien mensen kent haar waarschijnlijk alleen van dat filmpje op GeenStijl, waar ze tien minuten lang glazig de camera in kijkt. Die andere twintig procent kent haar vermoedelijk van werkbezoek.

In die wereld leefde Ella – de echte wereld. Hilversum was geen Vogelaarwijk. Dat werd nog eens pijnlijk duidelijk toen ze in haar afscheidstoespraak zei: „De golf van enthousiasme die overal in de wereld losbrak na de verkiezing van Barack Obama heeft laten zien hoe belangrijk het is dat migranten het gevoel hebben dat ze volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving.” Prachtig. Maar ook hopeloos achterhaald natuurlijk: de golf van enthousiasme na de overwinning van Obama laat vooral zien hoe belangrijk tegenwoordig een teleprompter is.

Een telewat? zei Ella zachtjes.

Geen wonder dus dat de nieuwe minister van Integratie een advocaat is. Advocaten kunnen lucht verkopen alsof het Damien Hirst-kunst is. Het eerste wat Eberhard van der Laan dan ook gaat doen, is, denk ik, een Antilliaan op sterk water zetten. Om een ‘duidelijk signaal’ af te geven aan de Antilliaanse gemeenschap. Net zo nuttig als een Verwijsindex, maar in een mediacratie veel effectiever.

Ella wilde daar niet aan.

Rob Wijnberg