Persbrief kon beter

De persbrief van minister Plasterk (OCW, PvdA) begint met Julius Reuters, grondlegger van het gelijknamige persbureau, die het lumineuze idee had de afloop van de slag bij Waterloo (1815) per postduif aan Lord Rothschild in Londen te melden. „Ik sta niet in voor de historische authenticiteit van dit bijna 200 jaar oude verhaal”, schrijft de minister. Inderdaad: Paul Julius Reuter werd geboren in 1816. Een fout die een krant zich niet kan permitteren.

In zijn persbrief maakte Plasterk bekend dat hij de criteria voor het Stimuleringsfonds voor de Pers verruimt. Het fonds, bedoeld voor tijdelijke steun, wordt opengesteld voor gratis kranten en kranten in een concern. Dit is een logische maatregel. Hoewel ook nu al een gratis krant deelneemt aan onderzoek dat is gesubsidieerd door het fonds – dus erg nieuw is de verruiming niet. Waarom zouden inderdaad kranten die geheel leven van advertenties of van een investeerder, geen beroep op steun mogen doen, waar kranten die betalende abonnees hebben dat wel mogen. Subsidie aan de onafhankelijke Raad voor de Journalistiek voor een betere ombudsfunctie is positief. Het legt de verantwoordelijkheid voor klachtafhandeling waar die hoort: bij de journalistiek.

Wel kunnen principiële vraagtekens geplaatst worden bij de wenselijkheid van steun door een overheidsfonds. Deze krant doet er uit principe geen beroep op, omdat het de schijn van verplichtingen met zich meebrengt. Kranten geven vorm aan het burgerschap en zijn daarom gebaat bij strikte onafhankelijkheid. Juist daarom moeten ze in staat zijn zichzelf te bedruipen. Ook in de vrije markt drukt de democratie zich uit. Plasterk vindt het van groot belang dat er een pluriforme, onafhankelijke en kwalitatief hoogstaande pers blijft bestaan – en ziet daarin ook een rol voor de overheid. Maar dat betekent niet „koste wat het kost” overheidssteun aan kranten, stelt het kabinet terecht. Er komt daarom voor de papieren krant geen verlaging van de BTW van 6 procent naar het nultarief. Ook worden uitgevers niet verplicht verlieslijdende exploitaties in de markt te houden. Prima. Maar de vraag blijft waarom er dan 19 procent BTW wordt geheven op de digitale editie van de krant. Daarmee worden dagbladen zelfs actief tegengewerkt bij pogingen geld te verdienen op internet. Daar is betaalde informatie nu toch al niet de norm.

De hogere rendementseisen die aan kranten worden gesteld zijn zorgelijk, vindt de minister terecht. Het kabinet onderzoekt hoe kranten te beschermen tegen „investeerders met te weinig oog voor het belang en de publieke functie van deze media”. Maar dat past dan weer niet bij een beleid dat kranten overlaat aan het spel van de markt voor media. Daar is de overheid zelf ook een belangrijke speler: de publieke omroep beïnvloedt de advertentietarieven en daarmee de armslag van uitgevers. Plasterk gaat er stil aan voorbij.

De beleidsbrief is dus niet consequent en schiet in visie tekort. Journalistiek draagt bij aan de democratie en bepaalt mee het publieke debat. Dat is iets om zuinig op te zijn.