Perfecte seks als parodie op het ideale koningschap

Voor het eerst is de Kamasoetra rechtstreeks uit het Sanskriet in het Nederlands vertaald. Het blijkt een proeve te zijn van oud-Indiase humor.

De Kamasoetra, het beroemde oude Indiase seksboek, is een persiflage. Het is een parodie op een nóg ouder Indiaas boek, over macht en koningschap. Dat schrijft Herman Tieken in de inleiding van zijn volledige vertaling van de Kamasoetra, die vorige week verschenen is.

Het is de eerste vertaling van het boek direct uit het Sanskriet in het Nederlands. En de Leidse Sanskritist is ook de eerste die met deze interpretatie van de Kamasoetra komt. ‘Voor ingewijden moet het haast onmogelijk zijn geweest de parodie niet te zien, want de aanwijzingen zijn te talrijk en liggen er te dik bovenop’, schrijft hij.

Dat de Kamasoetra (waarschijnlijk voor het eerst opgeschreven tussen de derde en de vijfde eeuw) erg leek op de oudere Arthashastra, een verhandeling over koningschap en staatsinrichting, was al bekend, vertelt Tieken. „Beide teksten hebben precies dezelfde opbouw en bevatten veel opsommingen. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de Kamasoetra niet anders dan een persiflage op de Arthashastra kan zijn. Zo van: we gaan nu net zo’n werk schrijven als de Arthashastra, maar dan over een geheel ander onderwerp – alsof seks van dezelfde importantie is als het besturen van het koninkrijk. Wat het op een bepaalde manier natuurlijk ook is.”

Zo beschrijft de Arthashastra de indeling van het paleis, met een wirwar van hoven en een uitgebreid netwerk van ondergrondse gangen. Dezelfde gangen komen ook voor in de Kamasoetra, maar dan als ontsnappingsroute voor de man die de koninklijke harem wil binnendringen, maar onverhoopt ontdekt wordt, schrijft Tieken. Beide oude teksten beschrijven dagindelingen (van respectievelijk de koning en een soort ‘ideale man’), beide teksten verwijzen naar eerdere ‘geleerden’ (die in de Kamasoetra met bijnamen als Paardenkop, Goudnavel en Hoerenzoon worden aangeduid), beide bevatten lijstjes met adviezen die steevast eindigen met de mededeling dat er nog veel meer mogelijkheden zijn.

Als je de Kamasoetra als parodie beschouwt, begrijp je zulke overeenkomsten, zegt Tieken. „En je ziet dat die lange opsommingen in de Kamasoetra vaak hilarisch worden. Bijvoorbeeld het lijstje met redenen om de vrouw van een ander te versieren. Dat begint met ‘je kunt er beter van worden’, maar het eindigt met de problemen die het oplevert als ze echt verliefd op je wordt – het wordt gekker en gekker. Je ziet het ook in het gedeelte over de geluiden die een vrouw maakt bij de acht verschillende soorten nagelkrassen die de man op haar rug kan maken. Die hebben namen als ‘de halve maan’ en ‘de hazenhuppel’. En er wordt er ook één beschreven waarbij de vrouw geen geluid maakt, maar als de haartjes op haar rug weer terugvallen, dan knisperen ze.”

Wie de Kamasoetra eenmaal als persiflage beschouwt, vraagt zich al snel af hoe het kan dat men nog niet eerder op dat idee is gekomen. Maar dat is in Tiekens vakgebied nu eenmaal absoluut niet de gewoonte, vertelt hij. „Men beschouwt de Kamasoetra als een serieuze tekst. Indiase teksten worden over het algemeen serieus genomen; de meeste mensen zien er geen humor in. Ik houd me ook bezig met een bundel oude gedichten, de Sattasai. Die zie ik weer als een parodie op de Kamasoetra, maar dat is lang niet iedereen met me eens.”

De Kamasoetra behandelt de manier waarop een intelligente man uit de stad, die zo rijk is dat hij niet meer hoeft te werken, zijn seksuele leven zou kunnen inrichten. De Sattasai gaat over niet al te slimme boeren en dorpelingen die, bijvoorbeeld, na een dag hard werken te moe zijn om hun vrouw nog te kunnen bevredigen. „Maar een grap uitleggen is heel ingewikkeld”, zegt Tieken. Zijn opvatting past goed binnen het bestaande beeld van de Sanskrietliteratuur, vindt hij. „In de hele Indiase literatuur buitelen teksten over elkaar heen en verwijzen ze naar elkaar.”

Wat nog wel onopgelost blijft, is het raadsel van de auteur van de Kamasoetra. Het kán dezelfde Vatsyayana zijn die als vierde of vijfde-eeuwse logicus bekend staat. „Iedere Sanskrietschrijver schreef alles; een logicus kon best ook een literaire grap schrijven”, zegt Tieken. „Maar Vatsyayana was ook een gewone naam. Vatsya betekent ‘kalfje’, en ayana is ‘zoon van’. Vatsyayana was geen Jansen of De Vries, maar de naam moet redelijk vaak zijn voorgekomen.”

Vatsyayana: Kamasoetra. Vertaling Herman Tieken. Uitg. Athenaeum, Polak & Van Gennep, 224 blz., € 27,50