Peper mag zijn portret zelf onthullen in R'dam

Tien jaar na zijn vertrek krijgt oud-burgemeester Bram Peper alsnog een plaats aan de muur van het Rotterdamse stadhuis. Maandag onthult de oud-minister van Binnenlandse Zaken zelf het portret, dat op zijn verzoek is gemaakt door kunstenares Clazien Immink. Peper leefde jarenlang in onmin met de gemeente Rotterdam en zijn opvolger Ivo Opstelten.

Aanleiding daarvoor was de beruchte ‘bonnetjesaffaire’. Peper zou tijdens zijn Rotterdamse ambtsperiode (1982-1998) hebben gerommeld met declaraties van privé-uitgaven tijdens dienstreizen. Een rapport van accountantsbureau KPMG, uitgevoerd in opdracht van de gemeente, bevestigde de vage scheidslijn tussen privé- en zakelijke declaraties.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde in 2002 echter dat KPMG verkeerde conclusies had getrokken. Het onderzoeksbureau betaalde Peper daarop een schadevergoeding. Maar de gemeente hield vast aan een eerder aangenomen motie van de SP, waarin werd vastgesteld dat „de voormalige burgemeester van Rotterdam de stad door zijn gedrag ernstige schade had toegebracht”.

Dit tot ergernis van Peper, die op meer mededogen had gerekend van zijn op 1 januari afzwaaiende opvolger. Twee maanden geleden nam Opstelten in een brief aan zowel Peper als de gemeenteraad alsnog afstand van het KPMG-rapport. „Het had op die manier niet gepubliceerd mogen worden.” Opstelten stelde voor de lucht te klaren. Peper ging akkoord, al is volgens hem geen sprake van rehabilitatie. „Omdat ik altijd een schoon geweten heb gehad.”