Nu wil iedereen wel zo?n veilige munt

In Midden-Europa wint de euro aan populariteit, door gevolgen van de kredietcrisis.

De politiek was eerst tegen, maar nu zijn ze erachter: „Een eigen munt is een dure grap.”

De euro is van alles genoemd: een rem op de economische groei, een aantasting van de nationale soevereiniteit en, bovenal, een aanjager van winkelprijzen. Nee, dan bijvoorbeeld de gulden – dát was pas een munt.

„Kolder”, zegt Morten Hansen, een Deense econoom die in de Letse hoofdstad Riga doceert. „De huidige internationale bankencrisis laat zien dat je maar beter in de eurozone kunt zitten.” De EU-landen buiten die zone moeten namelijk alles uit de kast halen om hun valuta te beschermen tegen de paniek op financiële markten. De Centrale Bank van Letland verkocht de afgelopen weken voor 80 miljoen aan euro’s om de eigen munt, de lat, overeind te houden.

De Hongaarse forint ging onderuit, de Poolse zloty zwabberde en de Deense kroon kraakte, omdat investeerders een veiliger heenkomen zochten. „Een eigen munt is een dure grap”, zegt de Poolse econoom Witold Orlowski. „Maar dat wordt vaak pas beseft als het pijn doet.”

Nationale trots in Midden-Europa was lang een groot obstakel voor de euro, maar de bankencrisis heeft heel wat teweeg gebracht: Hongarije verklaarde vorige week dat het de munt in 2011 wil invoeren, Polen sprak een week eerder van 2012 en Roemenië wil ook, in 2014. Retoriek, om de markt te paaien, of serieuze plannen? Analisten zijn er nog niet uit.

Het grootste obstakel is de politiek. De Poolse premier Donald Tusk, die een jaar geleden aan de macht kwam met een liberale agenda, probeert al weken de nationalistische oppositie voor de euro te winnen, maar tevergeefs. Ook in Hongarije gunnen partijen elkaar het licht niet in de ogen. De pijn is politiek kennelijk nog niet groot genoeg.

Toch zijn het barre tijden voor eurosceptici. Want de bankencrisis is, naast kopzorg, ook een opsteker voor de EU. Zelfs de Poolse president Kaczynski, die ‘Brussel’ geen warm hart toedraagt, erkende onlangs dat die euro zo slecht nog niet is, hoewel hij later, voor eigen achterban, weer een warm pleidooi hield voor de zloty.

De spaarpotten zijn momenteel het leegst in Midden-Europa. In de nieuwe lidstaten van de EU was het gangbaar om te lenen in vreemde valuta, met lagere rentes: zo is in Polen het overgrote deel van hypotheken afgesloten in Zwitserse franken. Het valutarisico nam men op de koop toe, omdat de eigen munten stabiel leken.

Afgelopen maand bleek dit een illusie: tienduizenden huishoudens in het voormalige Oostblok moeten elke maand 15 à 25 procent méér aflossen, omdat de eigen munt minder waard is geworden. „Voor de Polen is dit een schok”, zegt Orlowski. „Ze zijn gewend geraakt aan een stabiele zloty en lage rentes.” Poolse financiële autoriteiten riepen banken op om niet langer te lenen in vreemde muntsoorten. „We zijn van mening dat het veiliger is voor klanten om hypotheken af te sluiten in dezelfde valuta waarin zij hun salaris ontvangen.” Maar voor veel Polen komt dat advies rijkelijk laat, nu de huizenprijzen al dalen.

Twee jaar geleden nog maakten Polen en Tsjechië nog een goede kans om toe te treden tot de eurozone. Vooral Polen had zonder veel moeite aan de eurocriteria kunnen voldoen, maar de nationalistische voorganger van premier Tusk hield de boot af. Orlowski: „Een gemiste kans.” Slowakije slaagde wel en mag, als alles meezit, op 1 januari de euro invoeren. „De Slowaken hebben enorme mazzel”, zegt Orlowski. „Ze voeren de munt in op het best denkbare moment.”

De Baltische landen balen: zij kwamen ooit redelijk in de buurt van de eurocriteria, maar kampten steeds met te hoge inflatie. Een fenomeen waarop deze landen met kleine, open economieën weinig vat krijgen. Litouwen kreeg in mei 2006 te horen dat het de euro niet mag invoeren, omdat de inflatie een maand eerder 0,07 procentpunt te hoog was. Orlowski vindt dat purisme onvoorstelbaar. De euro zou de redding zijn geweest van de kwetsbare Baltische staten, terwijl de rest van de EU weinig zou hebben gemerkt van hun toetreding tot de eurozone. „Nu betalen ze het volle pond.”

Ook Hansen pleit voor mildere toepassing van eurocriteria. „Maar dan moeten Europese verdragen worden aangepast. Dat zie ik niet snel gebeuren.” En dat terwijl eurolanden de criteria zelf met voeten treden: „Portugal en Griekenland voldoen er bijna nooit aan. Het is schizofreen: als je binnen bent mag je regels breken, maar zolang je buiten staat moet je er tot achter de komma aan voldoen.”