Normen voor separatie

Enige nuancering wat betreft de uitspraken van mevrouw Abma, onderzoeker in Maastricht (NRC Handelsblad, 11 november) over de praktijk in de psychiatrie, is wel op zijn plaats. Ik ben het met de critici eens dat separatie zo weinig en zo kort mogelijk moet worden toegepast en alleen als noodmaatregel. Maar helaas is het niet altijd mogelijk om patiënten met een ernstig psychiatrisch ziektebeeld zonder separatie te behandelen. Dit heeft te maken met fenomenen als agressie en zelfmoordneiging die optreden bij ernstige psychiatrische ziektebeelden. In de discussie wordt ook vergeten dat is gebleken dat een deel van de patiënten achteraf positief over separatie denkt. Separatie kan voor sommige patiënten prikkelreducerend werken. Wel is het zo dat als de separatie te lang duurt, prikkeldeprivatie een rol gaat spelen, wat een negatief effect kan hebben op een patiënt.

Als separatie wordt toegepast, dan moet de patiënt inderdaad goed gemonitord worden. Dat een patiënt kan overlijden in een separeercel, heeft meer te maken met de organisatie dan met het separeren. Op een goed georganiseerde afdeling wordt een gesepareerde patiënt continu met een camera in de gaten gehouden en elk uur bezocht door een verpleegkundige. De patiënt kan rechtstreeks met een verpleegkundige communiceren via een intercomsysteem. Bovendien is er elk kwartier visueel contact en wordt de patiënt dagelijks door een psychiater bezocht, die de eindverantwoordelijke is. Om misstanden te voorkomen is het belangrijk dat alle instellingen dezelfde kwaliteitsnormen voor separatie gebruiken en dat de inspectie hier op toe gaat zien.