Je stemt op Femke Halsema, niet op GroenLinks

Oude leden van GroenLinks zitten dichter bij de SP dan dan dat Halsema zit.

De leden zijn geen goede afspiegeling van de kiezers.

In 1998, het jaar dat Femke Halsema toetrad tot de Tweede Kamer, sprak CDA’er Hans Hillen over „de pitspoezen op het Binnenhof”. Hij doelde op nieuwe vrouwelijke parlementariërs. Dat wilde Halsema niet. Ze wilde naam maken met haar politieke ideeën, plannen en opvattingen, niet met haar uiterlijk.

Dat heeft ze jarenlang ook in interviews gezegd. Toch opent haar boek dat zondag werd gepresenteerd, tien jaar na de opmerking van Hillen, met haar jurkjesverslaving. En over haar voorliefde voor dure tassen. Vooral op de vrije zaterdagochtend, schrijft ze, kan de koopwoede haar overvallen. Dan slaat ze kledingstukken in, die een jaar later ongedragen naar de kledingkast van een vriendin verhuizen. „Mijn koopgedrag is de afgelopen jaren mijn leven meer gaan beheersen.”

Iedereen kan het overkomen, is haar boodschap, zelfs een idealistisch politica als zij. Het heeft geen zin met een opgestoken vinger te zwaaien; het gaat erom dat een samenleving collectief maatregelen neemt die de overbelasting van onszelf – in de ratrace van het leven–- en het milieu tegengaan. Halsema geeft in haar boek een waslijst aan maatregelen.

Haar voorstellen zijn niet zonder belang. Femke Halsema is immers meer dan zomaar de partijleider van GroenLinks. Vriend en vijand zijn het erover eens: Femke Halsema is GroenLinks. Koers en partij vallen samen in haar persoon. Harmen Binnema, lokaal politicus en lid van de partijraad van GroenLinks: „Wat zij zegt en doet, is bepalend.”

Die positie heeft ze in de afgelopen tien jaar veroverd. Opvallend genoeg zonder electoraal succes. Sinds ze Rosenmöller opvolgde, in 2002, heeft ze zes verkiezingen verloren. Onbetwist is haar leiderschap daarom niet altijd geweest. Een groep leden rond oud-senator Leo Platvoet kwam in opstand na de laatste verloren Kamerverkiezingen. De groep noemt zichzelf KritischGroenLinks.

Ze kreeg aanvankelijk veel leden mee; GroenLinksers die na de laatste verkiezingen teleurgesteld waren dat Halsema niet eens een poging had ondernomen om met PvdA en CDA te onderhandelen over regeringsdeelname. Ook de koers die de partij onder Halsema had ingezet, beviel de groep niet. Te vrijzinnig. Te elitair ook, door Halsema’s nadruk op tolerantie en burgerrechten. En niet links genoeg; te ver losgezongen van het actiewezen en vakbonden.

Vooral Halsema’s rapport Vrijheid eerlijk delen, met daarin een pleidooi voor de versoepeling van het ontslagrecht, vormde een steen des aanstoots. Tot overmaat van ramp won de SP, de concurrent ter linkerzijde, bij de laatste verkiezingen zestien zetels. Platvoet: „Men vindt haar een goede debater in de Kamer, maar daarmee vergaar je geen kiezers.” Dat bij de afgelopen Kamerverkiezingen alleen grote winst werd geboekt in villadorpen als Wassenaar, Laren en Bloemendaal versterkte het elitaire beeld van de partij.

„Het gaat om meer dan alleen beeldvorming”, zegt Kamerlid Ronald van Raak (SP). Hij heeft GroenLinks zien wegdrijven van de SP: „GroenLinks is nu: Hoe een leuke vrouw het neoliberalisme fatsoeneert. Hun kiezers, meestal hoogopgeleide tweeverdieners, spiegelen zich aan Halsema. Ze stellen vrijheid op prijs, omdat ze de middelen hebben die vrijheid te benutten; de overheid moet ze dan niet te veel voor de voeten lopen. Dat is anders bij de kiezers van de SP. Die hebben een overheid nodig die ze bijstaat.”

Halsema wist de aanvallen op haar leiderschap te pareren. Dick Pels, voorzitter van de links-liberale denktank Waterland: „Ze is een betere machtspolitica dan ze in de partij in de gaten hebben.” Zelf zei Halsema: „Ik ben een lopend politiek wonder. Niemand heeft zo vaak verloren, niemand is tegelijkertijd nog zo alive and kicking.”

De campagnemanager van GroenLinks Jaap de Bruijn vindt het „logisch” dat het rommelt in de traditionele achterban. „Het probleem is dat Femke zich sterker heeft ontwikkeld dan de partij. De oude leden zitten dichter bij de SP dan bij D66, wat je van haar niet kunt zeggen. Leden van de partij vormen geen goede afspiegeling van het kiezerspotentieel. Het is goed dat ze zich niet te veel van hen aantrekt.”

Er speelt een generatieconflict, menen Halsema-fans binnen de partij. Harmen Binnema zegt dat de traditionele achterban zich „gegijzeld” voelt door de populariteit van Halsema. Zelf hoort hij niet bij KritischGroenLinks, maar hij vindt dat de partij tegengeluiden goed kan gebruiken. „We noemen onszelf wel een ideeënpartij, maar rond Femke, vooral in de Tweede Kamerfractie, lopen kritiekloze mensen die het bijna allemaal in alles met haar eens zijn.” Halsema heeft volgens Binnema ook de neiging om die mensen aan te trekken. „En daardoor ontstaan blinde vlekken in de partij.”

Halsema’s politieke carrière begon in 1993, als stafmedewerker van het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Ze ergerde zich aan de harde bezuinigingen van het eerste kabinet-Kok. Net als aan de gebrekkige invloed die intellectuele discussies hadden op de partijleiding.„Ook toen keerde ze zich al tegen het biefstuksocialisme”, zegt Paul Kalma, tegenwoordig PvdA-Kamerlid en destijds Halsema’s mentor bij het wetenschappelijk instituut. Halsema heeft volgens Kalma, „een herkenbare positie: niet zonder meer alle marktwerking verketteren en vrijzinnigheid vooropstellen.” Maar met haar notitie Vrijheid eerlijk delen is ze volgens hem doorgeschoten in liberale richting.

Dick Pels, de socioloog die door Femke Halsema in een vroeg stadium werd betrokken bij het denken over haar boek, is juist „heel blij” dat ze „het liberalisme naar links heeft getrokken”. Maar hij heeft ook kritiek, juist van vrijzinnig-liberale kant. „Ze lijdt aan de liberale illusie dat mensen zelf weten wat het beste voor ze is. Dat is niet zo. Ook vrijzinnige waarden moet je uitdragen.”

Behalve aan de bekende dag- en weekbladen gaf Halsema ook talloze interviews aan vrouwenbladen als Viva, Esta en Marie Claire. Daarin onderstreept ze blij te zijn steeds minder „drammerig” over te komen. Tegelijk is haar partij idealistisch; die wil de wereld veranderen.

Kan dat zonder drammerig te zijn? Nee, zegt partijraadslid Binnema: „Je kunt niet vrijblijvend moraliseren. Als je overtuigd bent van je idealen, moet je wel voor ze gaan.” Oud-senator Platvoet: „Femke zit in een spagaat, want ze leeft met twee zielen in haar borst. Eén is hyperindividualistisch. De ander wil de overheid gebruiken als instrument voor een betere wereld.”

De partijregels schrijven voor dat een Kamerlid na drie termijnen opstapt. Voor Halsema is dat over twee jaar. Maar de partijleden kunnen haar vragen langer te blijven. „Zonder Femke was ik nooit politiek actief geworden”, zegt Kamerlid GroenLinks Tofik Dibi (27). Hij houdt zijn hart vast bij de gedachte aan GroenLinks zonder Halsema. „Als ik door Paradiso in Amsterdam loop, roepen bekenden naar me: ik heb op Femke gestemd. Nooit: ik stem op GroenLinks.”