IJzeren Rijn over bestaand spoor

Voor de IJzeren Rijn, een goederenspoorlijn tussen Antwerpen en het Duitse achterland, wordt in Nederland hoogstwaarschijnlijk gebruik gemaakt van bestaand spoor. Minister Camiel Eurlings (Verkeer en Waterstaat, CDA) heeft zijn Duitse en Belgische collega gisteren niet kunnen overhalen een alternatief tracé te helpen ontwikkelen.

Dit nieuwe spoor zou moeten lopen langs de Nederlandse N280 en de Duitse snelweg A52. Eurlings had hiervoor honderd miljoen euro extra beschikbaar gesteld – een eindbod volgens zijn woordvoerder. Eurlings wees gisteren op de extra capaciteit van een nieuw spoor. Over enkelsporig, bestaand tracé kunnen zeventig goederentreinen per dag rijden, over het alternatief driehonderd.

België en Duitsland bleken niet bereid om mee te betalen. Alleen als de buurlanden zich voor het einde van dit jaar bereid tonen om dat alsnog te doen, kan het alternatief weer ter sprake komen.

De IJzeren Rijn werd in gebruik genomen in 1879, maar leidt al ruim een halve eeuw een slapend bestaan. België wil de verbinding met het Ruhrgebied in ere herstellen en beroept zich met succes daarbij op een aantal negentiende-eeuwse verdragen. Een commissie van onafhankelijke deskundigen werkt nu aan een advies aan de verkeersministers van Nederland en België over een verdeling van de kosten van de reactivering.

De bestaande spoorlijn loopt 48 kilometer lang door Midden-Limburg. Weert wil een vier kilometer lange tunnel bij de stad, begroot op een half miljard euro. Bij Roermond is een omleiding rond de stad voorzien. De laatste kilometers voor de Duitse grens gaan de goederentreinen waarschijnlijk weer ondergronds om De Meinweg, een 1.600 hectare groot nationaal park, te ontzien. Bij het alternatieve tracé zouden de goederentreinen slechts 38 kilometer lang door Midden-Limburg rijden.