'Er zitten nog gaten in het Europese toezicht'

De discussie over strenger toezicht gaat voorbij aan de vraag hoe de crisis kon ontstaan. Oud-AFM-baas Docters van Leeuwen pleit voor meer onderzoek.

Beleggen wordt weer eenvoudiger. Arthur Docters van Leeuwen, voorheen baas van de Autoriteit Financiële Markten en sinds kort staatscommissaris bij Aegon, verwacht dat dit een gevolg zal zijn van de ongehoorde financiële crisis die al ruim een jaar de markten beheerst. „De volgende fase die we gaan zien is dat er weer wordt teruggegrepen naar een simpelere wijze van beleggen.”

Deze overtuiging is een van de redenen waarom Docters van Leeuwen zitting heeft genomen in de raad van advies van Meesman Index Investments, het relatief onbekende bedrijf dat sinds enkele jaren indexbeleggen aanbiedt aan particulieren. Indexbeleggen is, zoals de naam al zegt, simpelweg het direct volgen van de indices, een wijze van beleggen die populair is in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten en die heeft bewezen het meestal beter te doen dan de actief beheerde, en daardoor veel duurdere, beleggingsfondsen. Naast de voormalige toezichthouder zitten Rob Bauer, hoogleraar Institutionele Beleggers aan de Universiteit van Maastricht, en Willem van der Schoot, president van Nyenrode Business Universiteit, in de raad.

Bij Meesman blijft de actie van de drie beperkt tot advies, maar zowel Docters van Leeuwen als Van der Schoot vinden dat het toezicht op de financiële sector beter geregeld moet worden. Niet via een nieuw op te richten multinationale toezichthouder, dat zou een te grote machtsconcentratie met zich meebrengen en politiek moeilijk te verkopen zijn. Bovendien zit niemand te wachten op de toename van de bureaucratie die daaruit volgt. Volgens de voormalige AFM-topman ligt de oplossing voor de hand.

Wat moet er dan gebeuren op het gebied van toezicht?

„Je zou een orgaan, een agentschap, moeten instellen vanuit de Europese Commissie in Brussel. Er zijn al agentschappen op allerlei gebieden zoals bijvoorbeeld drugs. Zoiets is politiek ook makkelijker te accepteren.”

U was tot vorig jaar hoofd van de CESR, het Committee of European Securities Regulators.

„Dat was in eerste instantie een heel informeel orgaan dat af en toe bijeenkwam. Het was ons duidelijk dat er Europees toezicht moest komen. Als er één munt is en één markt dan is het toezicht ook nodig. Maar er zaten dus gaten in dat toezicht op Europees niveau en dus ook op wereldniveau. De nationale toezichthouders wilden wel dat er meer internationaal toezicht kwam, en de banken ook.”

Waarom kwam dat Europese toezicht er dan niet?

„De landen wilden niet, met name Duitsland en Groot-Brittannië. Je moet het ook eens worden over de mate van toezicht. De Britten wilden een light touch, die wilden Londen als financieel centruim niet in gevaar brengen. Het was opportunisme. Ook enkele jaren geleden al waren er signalen dat er problemen op komst waren.”

Er wordt nu wereldwijd geroepen om strenger toezicht.

„Er wordt veel te makkelijk over allerlei akelige vragen heen gestapt in de hoop dat het allemaal weer goed komt. Maar de bliksem is ingeslagen. Het lijkt erop dat alle risicosystemen op alle niveaus hebben gefaald. Er is een diepgaande studie nodig om inzicht te krijgen in wat mis is gegaan.”

Denkt u niet dat dit zal gebeuren?

„Ik begrijp dat je eerst gaat blussen als er brand uitbreekt. Maar ook bij de brandweer wordt er bij het nablussen – en laten we hopen dat we in dat stadium zijn – al gekeken hoe de brand is ontstaan. Dan al wordt er bewijsmateriaal veiliggesteld, want als je dat niet doet kan het verdwijnen. En je wilt toch antwoord op de vraag waarom bijvoorbeeld niemand scheen te weten dat Lehman Brothers zo’n systeemrelevante bank was.”