Een lunch voor twee zakenlieden

Sommige mensen hebben bij een weerzien niet veel tijd nodig om de recente feiten van hun leven op een rijtje te zetten, inclusief de nodige intieme details. Het trof dat ik bij een bezoek aan een drukbeklant lunchrestaurant juist naast twee van zulke mensen kwam te zitten. Het waren mannen van tegen de vijftig, nogal morsig uitziend en daarom eerder zakenlieden van het tweede dan het eerste echelon.

De kaalste van de twee had het hoogste woord, dat hij af en toe alleen onderbrak om de ander een korte, op commandotoon uitgesproken vraag te stellen. Die antwoordde voor mij nauwelijks verstaanbaar, wat ik niet hoefde te betreuren omdat de faits divers uit het leven van de kale al fascinerend genoeg waren. Hier komen die feiten, precies zoals ze in een halfuurtje uitgesproken werden, dus in volgorde van opkomst.

„Mijn zus blijkt de ziekte van Bechterew te hebben, heel vervelend, een verstijving van de wervelkolom. Het was eerst niet goed gediagnosticeerd, maar nu krijgt ze medicijnen voorgeschreven en ja, ze is er helemaal kapot van, maar wat doe je er verder aan? Ze zal haar hele leven medicijnen moeten slikken, hoe rottig dat ook is.

„Ben jij nog naar Ajax geweest? Ik kon niet, maar ik heb het op tv gezien. Doelpuntje Sulejmani, hè, daar gaan we nog veel plezier van krijgen. En Suarez, die staat altijd waar hij moet staan, hoe lang zal hij nog blijven? Ik zag Leonardo kort voor tijd invallen en meteen een doelpunt maken. Zó’n hoog rendement heeft die gozer nog nooit gehaald!

„Ik heb de afgelopen jaren enorm getwijfeld of ik nou wel of niet met Maartje moest doorgaan. Ik werd gek van mezelf. Ja, zo zit ik helaas in elkaar. Wilde ik mijn vrijheid, hield ik wel genoeg van haar, zou ik er niet enorme spijt van krijgen – zo was ik maar aan het tobben. Maar nu heb ik toch gezegd: schatje, ik kom lekker bij je wonen en we nemen het er van. Nee, ik weet niet precies wat de doorslag gaf, misschien omdat ik ook een jaartje ouder word, maakt niet uit, we gaan samenwonen en we zien wel wat het wordt. Hoe gaat het nou met jou en Ineke?

„Ze hebben me gevraagd of ik weer wilde komen hockeyen. Ik heb alweer een wedstrijdje gespeeld. Je weet, ik sta graag in de spits, maar op dit niveau krijg je de bal altijd vier, vijf seconden te laat aangespeeld, behoorlijk kut. Op die manier loop je je steeds vast. En er wordt ook te hard gespeeld. Ik zeg tegen zo’n verdediger: de volgende keer krijg je die stick tussen je ogen.

„Ik ga met Maartje ook trouwen, had ik je dat al gezegd? Ja, waarom niet? Als je toch gaat samenwonen, kun je net zo goed voor het hele plaatje gaan. Ja toch? En die vrouwen vinden dat zó leuk, dat trouwen, het geeft ze meer, hoe zal ik het zeggen, een gevoel van veiligheid. Prima wijf, Maartje. Ze heeft zich in het begin nogal afzijdig opgesteld tegenover de kinderen, ze wilde zich niet te veel met ze bemoeien. Maar toen heeft de gezinstherapeut gezegd dat ze dat beter wél kon doen, dat dat beter is voor de kinderen. En nu doet ze van alles met ze.

„Hoe laat is het? Kwart voor drie? Verrek, ik dacht dat het twee uur was. Dan moet ik opstappen, ik wil voor de spits thuis zijn, om vier uur zit er iemand op me te wachten. Ik vond het erg leuk, sorry voor de irritatie in het begin, we moeten gewoon de kosten wat meer drukken, dan komt die deal er vanzelf. Betaal ik, o jij hebt al betaald? Groeten aan Ineke!”