De provincie en de kwetsende burger

Mag een provincie een burger verbieden een gedeputeerde voor „corrupt” uit te maken? Limburg kreeg daarvoor een standje van de rechter.

De zaak. De Limburgse gedeputeerde Ger Driessen heeft ruzie met een makelaar met wie hij zaken wilde doen over een kassengebied bij Grubbenvorst. De makelaar vond dat de provincie hem belazerde en schreef een notitie: ‘Corruptie op topniveau in Limburg’. Daarna was het ruzie. In de krant, op de radio – de makelaar repte van chantage, omkoping, ambtsmisbruik. De provincie huurde de landsadvocaat in. Of de rechtbank Roermond maar wil uitspreken dat de makelaar onrechtmatige uitlatingen deed. En dat hij vanaf nu moet zwijgen. En graag schadevergoeding en de proceskosten betalen, alstublieft.

Waarom is dit een interessante kwestie?

Meestal zijn civiele vonnissen van een slaapverwekkende redelijkheid. Maar hier krijgt de provincie ronduit een standje. En om het nog erger te maken – de rechters hoefden niet eens over de kwestie zèlf te oordelen, zo klunzig pakte de provincie het aan. Ze gaan naar de rechter, omdat ze kennelijk de verleiding niet kunnen weerstaan. Ook inhoudelijk zit Limburg er ver naast. De uitspraak is een duidelijk signaal naar de inwoners. De provincie màg u helemaal niet beperken bij het kritiseren van de overheid. Althans niet door zich op een grondrecht te beroepen.

Wat is het eerste bezwaar van de rechters?

De rechters verwijten de provincie dat ze de regels van het burgerlijk proces niet begrijpen. De landsadvocaat heeft achttien documenten (‘producties’) overhandigd waaruit zou blijken dat de makelaar onzin vertelde. Maar hij heeft er niet bij verteld waar de rechter dan precies moet zoeken, hoe, waar, in welke context de kritiek is geuit en hoe dat begrepen moet worden. De rechtbank moet dus zelf maar de feiten selecteren waar de provincie zulke problemen mee heeft. Alleen daarom al verliest de provincie de zaak, zegt de rechtbank. „Partijen dienen de feiten aan te dragen. De rechtbank mag dat niet”, doceert de rechtbank die nog even het beginsel van ‘partijautonomie’ en de ‘lijdelijkheid van de rechter’ in herinnering roept.

Toch zet de rechtbank door en beslist ook over de hoofdzaak.

Wordt de overheid bij een conflict met een burger beschermd door de grondrechten uit de Europese verdragen? Dat is juridisch de kwestie. De provincie Limburg beroept zich op het Rost van Tonningen-arrest uit 1993. Het voormalige verzet eiste toen dat de regering werd gedwongen om een ‘kwetsende’ mening te herroepen. In een Kamerdebat noemde het kabinet de toekenning van een pensioen aan de weduwe Rost rechtmatig. De Hoge Raad erkende toen een grondwettelijk recht op vrijheid van meningsuiting voor de regering.

En dus, zegt Limburg, wordt de gedeputeerde ook beschermd door het grondwettelijk recht op privacy. De rechtbank wijst dat af. De kerngedachte bij grondrechten is dat deze de burger beschermen tegen de overheid „en niet omgekeerd”. Het RvT-arrest is een uitzondering op die hoofdregel, vooral door de ongewone omstandigheden. En er zijn méér arresten van de Hoge Raad die de andere kant op wijzen.

Folkert Jensma

Rectificatie / Gerectificeerd

Limburg

In de rubriek De uitspraak (18 november, pagina 2) staat dat de provincie Limburg de verleiding niet kon weerstaan om een kwaadsprekende burger voor de rechter te brengen. Dit was een eindredactionele fout. De auteur bedoelde dat de rechters de verleiding niet konden weerstaan om ook een inhoudelijk oordeel te vellen over de zaak. Eigenlijk was dat niet nodig, omdat de provincie reeds op procedurele gronden had verloren.