Daders homogeweld autochtoon

De politie heeft in de eerste helft van dit jaar 150 meldingen van geweld tegen homoseksuelen geregistreerd. De verdachten zijn in overgrote meerderheid (86 procent) van autochtone afkomst. De politiekorpsen hebben de meldingen bijgehouden op verzoek van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie.

De 150 meldingen vormen 10 procent van het totale ‘discriminatoir’ geweld. Van de 21 incidenten waarbij de slachtoffers een allochtone dader aanwezen, vonden er negen plaats in Amsterdam. Bij 28 procent van de meldingen van geweld tegen homo’s was sprake van fysiek geweld. In de rest van de gevallen ging het om intimidatie, bedreiging, verbaal of schriftelijk geweld of vernieling van goederen.

Het is voor het eerst dat zowel discriminatoir geweld wordt bijgehouden, als het homofoob geweld dat daaronder valt. De agressie kan daarom niet worden vergeleken met eerdere jaren. Wel vallen de cijfers van deze „nulmeting” volgens de departementen zesmaal hoger uit dan kon worden verwacht op basis van eerdere onderzoeken.

Bij homofoob geweld zijn bijna alleen mannen betrokken. Verreweg de meeste slachtoffers zijn man (89 procent); ook de verdachten zijn bijna allemaal man of groepen mannen (85 procent). De leeftijd van de slachtoffers en daders is niet geregistreerd. Duidelijk is dat het vooral om „jeugdige” verdachten gaat.

Voorheen kon de politie ‘discriminatie’ als motief niet registreren wanneer aangifte werd gedaan, zegt een woordvoerder van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA). ‘Homofoob geweld’ als subkopje was evenmin mogelijk. „Dat vakje kon niet worden aangevinkt. De politiecomputers moesten worden aangepast.”

Slachtoffers van discriminatie zijn minder snel geneigd om aangifte te doen. Daardoor mag worden aangenomen dat het werkelijke aantal homofobe incidenten veel hoger is, zegt Ter Horst in een verklaring.

Door de nieuwe registratie kan de politie beter optreden tegen homogeweld, stellen de ministeries.