Bakstenen Toren Babel geliefd bij latere bouwers

De Toren van Babel is een van de onderwerpen op een grote expositie in Londen over mythes en werkelijk-heid van Babylon. De stad inspireerde kunstenaars van Bruegel tot Marley.

Floris van Straaten

Het was geen toeval dat Amerikaanse militairen kort na de inval in Irak in 2003 uitgerekend een kamp vestigden in Babylon, de legendarische stad uit het oude Mesopotamië. „Het ligt nog net als in de oudheid op een strategische plaats”, zegt John Curtis, conservator van het British Museum. „Bij de rivier de Eufraat, op een kruising van wegen en op een verhoging. Het leent zich dus heel goed voor een kamp.”

Toch blijft de archeoloog Curtis nog altijd van afgrijzen vervuld over de onverschilligheid jegens dit unieke culturele erfgoed, waarmee de Amerikanen (en later Poolse militairen) te werk gingen. „Dit staat gelijk aan het vestigen van een militair kamp rondom de piramides of bij Stonehenge”, aldus Curtis op de zojuist geopende tentoonstelling Babylon, myth and reality in het British Museum.

„De schade is al met al aanzienlijk geweest”, verzucht de conservator, die in die periode Babylon herhaaldelijk bezocht en een rapport schreef over de schade. Anderhalf jaar lang daverden er zware legertrucks rond over het terrein, onder meer over het deel waar duizenden jaren geleden de befaamde processieweg van de oude heerser Nebukadnezar liep. Veel van de antieke stenen, die als plaveisel dienden, braken in stukken. Ook werden dwars door allerlei waardevolle archeologische lagen heen loopgraven aangelegd. Kwalijk is volgens Curtis ook dat er zakken met zand uit de buurt van Babylon naar het terrein werden gebracht. Bovendien legden de militairen een landingsplaats voor helikopters aan en installeerden ze een brandstofstation op het terrein, met alle vervuiling van dien. En menig soldaat kon de verleiding niet weerstaan interessante stenen als souvenir mee te nemen.

In zekere zin borg de bloei van Babylon altijd al de kiemen in zich van haar eigen ondergang. De voornaamste heerser en bouwheer, Nebukadnezar (605-562 voor Christus), was vastbesloten gebouwen voor de eeuwigheid op te trekken. Hij bouwde onder meer een groot, nieuw paleis langs de rivier, een indrukwekkende toegangspoort en de Zigoerrat Etemenanki, de roemruchte Toren van Babel.

Niet alleen gebruikte hij hierbij bakstenen van de allerbeste kwaliteit, ook liet hij hier en daar stenen aanbrengen met inscripties over zichzelf en zijn bewind, voor latere generaties. Juist doordat alle bakstenen van zulke superieure kwaliteit waren, zo wordt op de tentoonstelling uitgelegd, waren ze in latere tijden geliefd bij mensen met eigen bouwplannen. Die bedienden zich er naar hartelust van, zodat er juist van de grootste en mooiste gebouwen al heel lang slechts fundamenten over zijn.

Wel belandden dankzij opgravingen, onder meer van Duitse archeologen ruim een eeuw geleden, veel voorwerpen in Europa. Het spectaculairst is de Ishtar-poort, met zijn azuurblauwe tegeltableaus met leeuwen, die thans in Berlijn staat. Op de expositie zijn enkele fraaie tableaus te zien.

Voor de verwoestende komst van de Amerikanen en de Polen in 2003 was Babylon het speeltje geweest van Saddam Hussein. Die spiegelde zich aan Nebukadnezar. Hij begon met een grote reconstructie van Babylon, bovenop waardevolle authentieke resten van de stad. Hij liet het grote Zuidelijke paleis van Nebukadnezar herbouwen en imiteerde diens gewoonte om stenen met inscripties in het gebouw op te nemen, met in het Arabisch teksten als: „In het tijdperk van president Saddam Hussein van Irak, beschermheer van Groot-Irak en aanstichter van haar opleving en de architect van haar beschaving”. Ook liet hij een heuvel aanleggen op het terrein, waarop een groot, nieuw paleis kwam voor hemzelf. Een plan om een kabelbaan over het complex aan te leggen, kon Saddam niet meer verwezenlijken.

Uiteindelijk werd de basis eind 2004 overgedragen aan de Iraakse autoriteiten. Die overwegen nu de status van ‘werelderfgoed’ bij de Unesco aan te vragen. Ze zijn bovendien bezig met het opstellen van een plan om Babylon voor de toekomst veilig te stellen.

Voor de leek viel er overigens in de stad zelf al geruime tijd weinig spectaculairs meer te vinden. „Het enige wat er nog rest van Babylons grootste monumenten zijn greppels met smerig donker water”, houdt het British Museum de bezoekers bij de ingang van de tentoonstelling voor.