Autosector hengelt naar steun

Duitsland lijkt als eerste bereid een noodlijdende autofabrikant te hulp te schieten. In Europa en de VS is het tij nu gunstig voor staatshulp aan de sector.

Het was een verstandshuwelijk, maar de boodschap was glashelder: help de auto-industrie en red zo honderdduizenden banen. Bestuursvoorzitter Rick Wagoner van General Motors verscheen gisteren op televisie samen met voorzitter Ron Gettelfinger van vakbond United Auto Workers.

Met het gezamenlijke optreden nam Wagoner een voorschot op zijn pleidooi voor staatssteun aan de auto-industrie, dat hij vandaag voor de Amerikaanse Senaat zal houden. De Senaat buigt zich over een plan om de sector een impuls van 25 miljard dollar (19,8 miljard euro) te geven.

Wagoner staat niet alleen. In Europa en de VS trachten bestuurders, vakbonden en lobbyisten politici te overtuigen van de noodzaak in te grijpen. Christian Streiff, topman van Peugeot-Citroën en voorzitter van de Europese autofabrikanten, zei: „Wij roepen overheden op de economie te stimuleren, de effecten van de kredietcrisis te verzachten en het consumentenvertrouwen te herstellen.” Dat is geen gering verlanglijstje, maar autofabrikanten en toeleveranciers worden dan ook hard geraakt door de kredietcrisis. Het consumentenvertrouwen is ingezakt en potentiële autokopers stellen hun aankoop uit.

Bovendien is het in de VS en Groot-Brittannië gebruikelijk een auto op krediet te kopen. General Motors heeft een eigen tak die autoleningen verstrekt, GMAC. Door de kredietcrisis zijn de financieringsafdelingen van autofabrikanten minder in staat voordelige financieringen aan te bieden.

Het resultaat is dat het aantal verkochte auto’s in de VS in oktober 32 procent lager uitviel dan een jaar eerder. In West-Europa werden in september 1,2 miljoen nieuwe auto’s verkocht, een daling van 9,3 procent. Vooral in Groot-Brittannië en Spanje, waar huizencrises het consumentenvertrouwen deden kelderen, daalde de verkoop met respectievelijk 21 en 32 procent, blijkt uit branchecijfers. In de periode januari-september daalde de verkoop in West-Europa met 5 procent.

Duitsland lijkt de auto-industrie als eerste te willen helpen. Bondskanselier Merkel zei gisteren dat ze bereid is na te denken over een garantstelling van 1 miljard euro voor Opel, mocht dat bedrijf in problemen komen als eigenaar General Motors financiële steun intrekt. Eerst wil Merkel duidelijkheid over de situatie bij GM. Het Duitse geld mag niet naar Detroit vloeien.

Maar autofabrikanten willen meer maatregelen. In een brief aan de Duitse eurocommissaris Verheugen (Industrie) dringen BMW, Porsche, Opel, Ford, Daimler, Volkswagen en Audi samen met de vakbond IG Metall bij de EU aan op baangarantie bij eventuele staatssteun. Verheugen heeft al gezegd dat hij vindt dat de Europese Investeringsbank autofabrikanten aantrekkelijke leningen moet geven. De Britse vereniging van autofabrikanten wil dat de onderdelen die autoleningen verstrekken een beroep kunnen doen op het steunfonds dat de Britse centrale bank voor de financiële sector heeft ingesteld. Dit zou goedkopere leningen mogelijk maken, wat de verkoop een impuls kan geven.

Toch is het niet alleen kommer en kwel voor de autofabrikanten. In Oost-Europa en China neemt de verkoop nog steeds fors toe. Zo verkocht General Motors in China vorig jaar 1 miljoen auto’s, een stijging van 18,5 procent. Vandaag maakte GM bekend dat het drie nieuwe modellen in China gaat introduceren, die onder meer in Shanghai gemaakt zullen worden. Het is de vraag hoe lang de alliantie tussen Wagoner en de vakbonden dan nog stand houdt.