Aftreden Ella Vogelaar 'lijkt op partijdictatuur'

Het aftreden van minister Ella Vogelaar zorgt bij staatsrechtsdeskundigen voor opwinding. Haar ontslag was „onfatsoenlijk” en „niet elegant”.

Het Angelsaksische model voor de financiële wereld heeft afgedaan, maar de invloed van het Britse politieke systeem op het Nederlandse lijkt steeds groter te worden. Premier Balkenende heeft in navolging van Tony Blair een Delivery Unit op het ministerie van Algemene Zaken opgericht. Deze afdeling moet gestructureerder gaan beoordelen hoe de andere ministeries functioneren. En PvdA-leider en vicepremier Wouter Bos liet zich vorige week inspireren door Groot-Brittannië. Daar kan de leider van de regeringspartij relatief gemakkelijk ministers inruilen. Hij ‘ontsloeg’ minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie).

Een protocol voor het aftreden van een bewindspersoon bestaat niet. Dat is niet in het staatsrecht omschreven. Maar de manier waarop Vogelaar moest aftreden, zorgt bij staatsrechtdeskundigen wel voor opwinding. „Dit lijkt op partijdictatuur”, zegt oud-D66-senator Jan Vis. „In Groot-Brittannië gaat het vaker zo, maar daar hebben ze een twee-partijensysteem en is de invloed van het parlement kleiner. Maar dat het Nederland nu ook zo gaat is heel treurig.”

Ella Vogelaar had een week eerder in de Tweede Kamer nog een motie van wantrouwen overleefd, tijdens een debat over de hoge kosten van de verbouwing van de ss Rotterdam. Het parlement had dus vertrouwen in haar. Maar toen ze donderdag na een reis door de Antillen terugkwam in Nederland kreeg ze in een gesprek met Wouter Bos, fractievoorzitter Mariëtte Hamer en partijvoorzitter Lilianne Ploumen te horen dat het niet langer ging, ze kon volgens de partijtop niet meer „gezagvol” opereren. Vogelaar trok haar conclusies.

Achteraf bleek dat een paar dagen eerder haar opvolger Eberhard van der Laan de screening voor aanstaande bewindslieden had doorlopen. In de parlementaire geschiedenis is geen vergelijkbare minister- of staatssecretariscrisis te vinden. Het kwam wel een enkele keer voor dat er een vertrouwensbreuk met de eigen partij was. Zo trad in 1993 de staatssecretaris Elske ter Veld (Sociale Zaken, PvdA) in 1993 af omdat de PvdA-fractie kritiek had op haar bezuinigingsplannen. Maar meestal was er wel één kwestie die tot het aftreden leidde, niet het algeheel functioneren zoals nu openlijk bij Vogelaar werd gezegd.

„Uiterst onfatsoenlijk” zegt Vis, dat het zo buiten de premier en buiten de Kamer om is gebeurd.” Hij vindt dat volgens het „ongeschreven staatsrecht” een bewindspersoon moet aftreden nadat het parlement of de ministerraad het vertrouwen opzegt. „De premier hoort het initiatief te hebben. Hij is de kabinetsformateur. Het lijkt er op dat hij alleen is ingelicht.” Partijen hebben nog maar weinig leden, beklemtoont Vis. „Maar hier was de PvdA kennelijk belangrijker dan de volksvertegenwoordiging. Vogelaar had moeten zeggen: zorg maar dat de Kamer het vertrouwen opzegt.”

De Nijmeegse hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert noemt de manier waarop Vogelaar moest aftreden „niet elegant”, vooral dat de opvolging al een paar dagen eerder geregeld was. „Dit moet wel een slechte indruk maken op degene die de ambitie heeft minister te worden. Je kunt zo ingeruild worden. Moest het ineens zo snel? Dreigde het land anders ten onder te gaan. Flauwekul natuurlijk.”

Bovend’Eert heeft er minder moeite mee dat het parlement tot vandaag buitenspel is gebleven. Als de partijtop geen vertrouwen meer heeft, dan kan een minister niet meer functioneren. „Dan is er geen steun meer voor je beleid.” Hij vindt het wel opmerkelijk dat de fractie van de PvdA pas achteraf op de hoogte is gesteld. Maar dat per se de Kamer of de ministerraad het vertrouwen moet opzeggen vindt hij niet. Het staatsrecht, geschreven of ongeschreven, moet het politieke systeem niet verlammen. „Als een minister niet meer met zijn eigen partij kan samenwerken, dan houdt het op.”

Meer over het aftreden van Vogelaar op nrc.nl/vogelaar