1 Met windmolens schieten we werkelijk niets op

Het verband dat minister Cramer legt tussen windmolens op land, en klimaat en energie (Opiniepagina, 12 november) is uitermate zwak. De bijdrage van wind op land is en blijft onbetekenend en windmolens in ons land zijn niet nodig. Momenteel is de opbrengst van windmolens op land 0,4 procent van onze energieconsumptie en nu al is de schade aan milieu, leefomgeving, en aan ons erfgoed van stads- en dorpsgezicht, landschap en ruimte groot. Voor de 4 procent van ons energieverbruik die mevrouw Cramer voor over drie jaar belooft, zijn twaalfmaal en niet tweemaal zoveel grote windmolens nodig. Ondenkbaar dat die zich verantwoord in ons dichtbevolkte, vlakke land laten inpassen. Dat kan alleen door normen op te rekken en zo de kwetsbaarheid van ons land te negeren. Hoge windturbines bijvoorbeeld produceren veel meer geluid dan men vroeger dacht. In antwoord op Kamervragen geeft mevrouw Cramer dat ook toe. Maar in plaats van de afstand tot de woonomgeving te vergroten stelt de minister verruiming van de geluidsnormen in het vooruitzicht, een Schipholachtige oplossing. VROM rapporteert dat 60 procent van de windmolenplannen strandt op lokale weerstand. Dat wijst ook bepaald niet op een breed draagvlak.

Windmolens op land vormen zeker niet de oplossing voor de immense klimaat- en energieproblemen. Daarvoor zijn andere maatregelen noodzakelijk: energiebesparing en rendementsverbetering bij industrie en elektriciteitsopwekking, betere bouwnormen, aardwarmte, zonne-energie, `schoon fossiel` en onderzoek naar nieuwe energiesystemen. Daar zou de ministers zich op moeten richten.