Zijn noorderlingen écht stugger dan zuiderlingen?

Frans Mencke uit het Noord-Hollandse Heiloo ziet het stereotype van de stugge noorderling en de bourgondische zuiderling ook terug in Duitsland, België, Frankrijk en de Verenigde Staten. Zijn die regionale imago’s feit of fictie?

„Het stereotype van het stugge, koele Noorden en een warm, sensueel Zuiden als in een Bertolli-reclame heeft géén feitelijke grondslag”, zegt Joep Leerssen, hoogleraar Europese studies aan de UvA. „Het is een diep ingesleten denkpatroon.”

De stereotypen zijn gebaseerd op de oude theorie dat een koud klimaat harde krachtpatsers en een warm klimaat zachte levensgenieters voortbrengt – vooral bekend van Montesquieus De l’esprit des lois (1748). Leerssen: „Wetenschappelijk houdt die theorie geen steek. Je kunt nooit aangeven waar Noord eindigt en Zuid begint. En elk stereotype kun je op zijn kop zetten: de vrolijk bierdrinkende Brabander met carnaval is ook de katholieke Brabander die stilletjes knielt in de kerk.”

Het gaat om een specifiek Europees denkmodel dat is geëxporteerd naar de VS. „Het vooroordeel in Groot-Brittannië van de hork in het Noorden en de verwijfde slapjanus in het Zuiden, en de Southern gentleman in de zuidelijke staten van de VS ten opzichte van de koele puritein uit New England, dat zul je in China of India niet vinden.”

Stereotypen maken de complexe werkelijkheid schematisch en bevattelijk, verklaart Leerssen. „De bevestiging levert altijd een aha-erlebnis op, die alle ontmoetingen met joviale Noorderlingen overstemt.” Net zo moffelen we de herinnering aan stugge Zuiderlingen ook weg in ons stereotype denkpatroon: dat proces heet cognitieve dissonantie.

En waar komt Leerssen zelf vandaan? „Ach, ik hang er een beetje tussenin. Ik woon in Utrecht, doceer in Amsterdam en ben afkomstig uit Zuid-Limburg. Mijn vrouw is Iers. Ik zeg het Goethe na: als we jong zijn, horen we bij een natie. Als we volwassen zijn, worden we wereldburger. Als we ouder worden, beseffen we dat we overal vreemdeling zijn.”

Hanina Ajarai