Westen moet inschikken op G20

Nieuwsanalyse

Dit weekend besloot de G20 tot maatregelen om de financiële crisis af te remmen. De economische machtsverhoudingen in de wereld zijn veranderd.

Aan het einde van de bijeenkomst waarop de G20 (19 landen plus de Europese Unie) de financiële crisis een halt probeerden toe te roepen, week de Franse president Nicolas Sarkozy heel even af van de afspraak vooral positief te blijven. „Is het makkelijk geweest?” vroeg Sarkozy zich retorisch af. „Nee, het was niet makkelijk. Er waren misverstanden die we uit de weg moesten ruimen.”

De top was vooraf, ook door Sarkozy zelf, aangeduid als ‘een tweede Bretton Woods’, waar in 1944 ruim veertig geallieerde landen 77 dagen bijeen waren om het financiële raamwerk van na de oorlog op te bouwen. Maar als een tweede Bretton Woods zal deze top niet de geschiedenis ingaan – daar was de bijeenkomst te kort voor. De regeringsleiders en hun ministers van Financiën zaten vrijdagavond en zaterdag een krappe zeven uur samen aan tafel.

Wel is het de samenkomst gebleken waarop zichtbaar werd dat de economische machtsverhoudingen in de wereld zijn veranderd. Amerika is niet langer de financiële almacht, opkomende economieën krijgen een grotere rol en de onderlinge verbondenheid in de mondiale economische neergang noopt tot inschikken.

Enkele van die teleurstellingen: Frankrijk wilde één grensoverschrijdende opzichter voor financiële instellingen, maar dat werd een ‘college van toezichthouders’, waarin nationale organisaties moeten samenkomen. In de slotverklaring staat dat „toezicht in eerste instantie en vooral een nationale aangelegenheid is”.

Duitsland stelde voor om de ondoorzichtige hedgefondsen te reguleren. Dat ging ook niet door. Nu staat er dat „financiële instellingen”, in brede zin, hun risicovolle posities openbaar moeten maken, en dat toezichthouders moeten vaststellen of zij „volledig, accuraat en tijdig” aan deze publicatieplicht voldoen.

De tien pagina’s tellende slotverklaring is volgens Sarkozy, instigator van de conferentie, misschien weinig „glamourous” of zelfs wat „droogjes”. De tekst werd in minder dan een maand opgesteld door het anders zo stapvoets opererende diplomatieke circuit en kent aanzienlijke vergezichten, hoopvolle vaststellingen en gedeelde wensen. „Wij delen een geloof in de vrije markt.”

Anderzijds staat de tekst vol concrete instructies. Zo moeten er voor 30 april – dan is de vervolgtop in Londen – rampenoefeningen gehouden worden om volgende crises beter te zien aankomen. En er moet een overzicht opgesteld worden van de financiële instellingen die eigenlijk door meerdere toezichthouders tegelijk gereguleerd zouden moeten worden.

De opkomende economieën „waren niet de oorzaak van de crisis, maar horen wel tot de grootste slachtoffers ervan”, zei de Indiase premie Manmohan Singh. Hij gaf daarmee aan waarom het niet langer relevant is ’s werelds financiële architectuur over te laten aan de oude grootmachten.

Toch was er onwennigheid bij de nieuwe partners-in-crisistijd. Een van de participanten vertelde deze krant over zijn ervaringen. Op vrijdagavond, tijdens het diner in het Witte Huis, moedigde hij de Chinese president Hu Jintao aan zich toch vooral te laten horen en niet af te wachten. Hu reageerde daar maar koeltjes op. Op zaterdag koos dezelfde deelnemer een aangepaste koers. Hij prees de Chinees uitvoerig voor diens wijsheid en kalme, bescheiden optreden. Dat viel een stuk beter en de verhoudingen waren hersteld.

Vervolg G20: pagina13

Bush hield controle op G20

Een verwachting die niet uitkwam, was dat het olierijke Saoedi-Arabië noch het aan financiële reserves rijke China de IMF-oorlogskas aanvulde. Het Internationaal Monetair Fonds gebruikt dit fonds om noodlijdende landen te ondersteunen en de huidige 250 miljard dollar in kas wordt als ontoereikend gezien. Japan zegde als enige 100 miljard dollar toe.

De locatie van de top was niet betekenisloos. Sarkozy had liever New York gezien, „waar het allemaal begon”, president Bush koos voor een plek dichterbij huis. Wel bevat de slotverklaring een nauwelijks verhuld verwijt. „Beleidsmakers en toezichthouders in sommige ontwikkelde landen” zijn tekortgeschoten, wat tot de kredietcrisis leidde.

Bush hield de controle. Alleen hij deed officiële mededelingen en leiders die achteraf hun leiderschap wilden tonen, waren veroordeeld tot inderhaast geboekte zaaltjes in hotels en kantoorpanden verspreid over de stad.

Bush’ opvolger, Barack Obama, was er niet en stelt dat „Amerika maar één president tegelijk heeft”. Mede als gevolg daarvan blijven acties op de kortst mogelijke termijn om de economische in plaats van slechts de financiële tegenslagen te bestrijden uit. De hoop was dat de landen met stimuleringsplannen zouden komen, waardoor burgers en bedrijven meer te besteden zouden krijgen en zo de economie zouden aanjagen. Obama is voorstander van dit soort ingrijpen, Bush niet. Staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën overigens ook niet.

Dat er geen gecoördineerde actie komt, is ook niet erg, viel de Japanse minister-president Taro Aso hem later onbedoeld bij. Niet alles hoeft in één keer. „Het levert maar weinig goeds op om in een crisis in paniek te raken, dat is wel bewezen door de Grote Depressie van 1929. Vandaag staan we er helemaal anders voor. Nu hebben we een kader waarbinnen we kunnen samenwerken.”

Lees de verklaring via nrc.nl/kredietcrisis