Wéér een standje voor de zorg

Keer op keer krijgen de ziekenhuizen kritiek. Ze voelen zich afgebrand door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Maar die zegt: „Doe er dan wat aan!”

Wéér geeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg de ziekenhuizen een standje. Vorige week zei de toezichthouder dat artsen en verpleegkundigen te slordig omgaan met patiëntgegevens. Voorbijgangers kunnen vaak probleemloos in de computers van ziekenhuizen kijken. „Ze zijn zich zeer beperkt bewust van de risico’s van onvoldoende informatiebeveiliging”, aldus het laatste rapport.

Het is de zoveelste keer dit jaar dat de inspectie ziekenhuizen berispt. Zo vond men de brandveiligheid in ziekenhuizen vaak zwak, vertoonde de verstrekking van medische gassen „structurele tekortkomingen” en leefden afdelingen nucleaire geneeskunde regels „onvoldoende na”. IJsselmeerziekenhuizen in Lelystad en Emmeloord moest alle operatiekamers sluiten, omdat de lucht niet steriel was.

Minimaal één keer per maand haalt de inspectie hard uit naar de ziekenhuizen. Die zijn dat meer dan beu. Directeur Gita Gallé van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) ergert zich flink aan de „stortvloed” van rapporten. En vooral aan de toon. „Steeds weer schrijven dat het nóg niet op orde is. Het helpt niet incidenten keer op keer breed uit te meten. Je moet niet demotiveren. Ik vraag me af waar ze mee bezig zijn. Het is de methode ‘hoe brand je een sector af?’.”

Vooral de conclusies van een onderzoek over de omgang met medische apparatuur, twee weken geleden, waren scherp. De inspectie sprak over „ongetrainde gebruikers, gebrek aan bekwaamheid, structureel falend risicomanagement”. De expertise van zorgverleners houdt geen gelijke tred met de ontwikkeling van de technologie: „Zorginstellingen zijn zich veel te weinig bewust van de risico’s die medische apparatuur met zich meebrengt. Dit is niet aanvaardbaar.”

De NVZ merkt dat haar leden er genoeg van krijgen, zegt directeur Gallé. Ze hoort het op ledenvergaderingen, ze krijgt telefoontjes, ze leest e-mails en brieven. Daarom ging ze vorige maand naar inspecteur-generaal Gerrit van der Wal om er over te praten. Ze heeft hem uitgelegd dat ziekenhuizen niet keer op keer te horen willen krijgen dat ze het slecht doen. „We zijn hard bezig om dingen te verbeteren”, zegt Gallé. „We vinden het goed dat er een sterke inspectie is, maar we krijgen niet de tijd om verbeteringen door te voeren.” Ze vroeg Van der Wal zijn kritiek te doseren. Die gaf geen krimp. Gallé: „Ik kreeg niet het idee dat hij zijn bevindingen voortaan anders zal formuleren.”

Dat heeft ze goed gezien, zegt Van der Wal. „Maar het ligt aan de ziekenhuizen zelf dat we een tandje kritischer zijn.” Vorig jaar heeft Van der Wal besloten de strategie van de inspectie aan te passen: „De veranderingen gingen niet snel genoeg. Er is in de zorg nog te veel een cultuur van vrijblijvendheid.” Dus kwamen er meer rapporten, eiste de inspectie sneller actie van de sector en werd de toon scherper. „Die steviger aanpak is bewust.” Van der Wal zegt dat minister Klink (Volksgezondheid, CDA) hem hierin steunt.

Van der Wal meent dat er vorderingen worden gemaakt in ziekenhuizen. Volgens hem verbetert de kwaliteit. Maar „het kan nog veel beter”. „We maken de zorg steeds beter meetbaar en zichtbaar. En dan zien we grote verschillen tussen ziekenhuizen.” Wat meespeelt is dat ziekenhuizen moeten wennen aan kritiek. „We komen uit een situatie die lijkt op die van een gilde: deskundig, maar gesloten. Men kan dat vertrouwen niet altijd waarmaken. Ik schrik soms van de manier waarop deze sector werkt. Denk aan de potentieel vermijdbare 1.500 tot 2.000 doden per jaar in ziekenhuizen.” Die cijfers komen uit onderzoek van Emgo/Nivel uit 2007. Als artsen en NVZ tegensputteren, zegt Van der Wal tegen hen: „Doe er dan wat aan!”

Toevallig had bestuurder Willem Geerlings van MC Haaglanden (Den Haag, Leidschendam) gisteren een inspecteur op bezoek. „Dat waren pittige gesprekken, maar positief. De inspectie roept niet zomaar wat.” Geerlings deelt de irritatie van de NVZ over de inspectierapportages. Hij vindt de toon ervan „schoolmeesterachtig” en vraagt zich af of er zoveel fout gaat. Maar de inspectie heeft vaak een punt, zegt Geerlings. „We hebben gisteren veel geleerd.”

Collega Karin Tobeas is het hiermee eens. Ze is bij MC Haaglanden zorgmanager van de afdeling chirurgie. Ze vindt de rapporten vaak een eyeopener en niet overdreven. De NVZ stelt de methodologie van de inspectie ter discussie. Zo zouden de tientallen doden door ondeskundig gebruik van medische apparatuur volgens Gallé nergens op gebaseerd zijn. „De inspectie gaat niet over één nacht ijs”, constateert Tobeas. „In de praktijk herken ik de opmerkingen van de inspectie. Het is alsof je in een spiegel kijkt. Ook in ons ziekenhuis kunnen nog veel dingen beter.”

Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht, vindt dat ziekenhuizen nog „een lange weg hebben te gaan” als het gaat om kwaliteitsverbetering. Volgens hem vallen er te veel vermijdbare doden. „Daar valt veel makkelijke winst te halen.” Met betere richtlijnen, meer discipline en training. Groot waardeert de nieuwe aanpak van de inspectie. Vroeger waren de inspectierapporten vaak vertrouwelijk, nu niet meer. „Het publiek moet wennen aan de openbaarheid. Maar de beroepsgroep ook. „Je kunt niet blijven tegensputteren.”

Vroeger kwam de inspectie met een diagnose, aldus Van der Wal. „Nu stellen we als het ware een therapie voor. Als er iets niet klopt, willen we een plan van aanpak van ziekenhuizen. Er moet wat gebeuren in die sector. Ik wil effect bereiken.” Chirurgiemedewerkster Tobeas van MC Haaglanden: „We zullen moeten wennen aan de eerlijkheid en openheid. Laten we als ziekenhuizen daar goed mee omgaan. Laten we er van leren.”

Meer over ziekenhuizen op nrc.nl/binnenland