Van Pietje Bell tot toptrainer in wording

Jaren bleef hij bij Feyenoord op de achtergrond, maar bij NEC ontpopt Mario Been zich als succescoach. Al zat het zaterdag tegen Roda JC even tegen (3-0 nederlaag). „Hij gaat een mooie toekomst tegemoet.”

Als ooit is bewezen dat handhaven in plaats van ontslaan van een trainer ook tot herstel van een voetbalelftal kan leiden, dan was dat vorig seizoen bij NEC. In de eerste zeventien wedstrijden behaalde de Nijmeegse Eendracht Combinatie dertien punten, in de tweede serie van de zeventien duels werden 36 punten veroverd.

In die moeilijke eerste helft van het voetbaljaargang 2007-2008 kon trainer Mario Been de leiding van NEC overtuigen dat de oorzaak van de problemen niet bij hem lag. „Hij bleef rustig en zei altijd: het komt goed”, vertelt Leen Looyen, voormalig technisch directeur die de Rotterdammer in 2006 naar Nijmegen haalde. „Vaak worden trainers paniekerig als resultaten uitblijven. Dan gooien ze het elftal door elkaar. Zitten ze als een emotionele supporter op de bank. Dat slaat over op de spelers en dan ben je verloren. De rust die Been altijd uitstraalde, heeft niets met zijn ervaring te maken in het voetbal. Dat zit in je karakter. Hij heeft zelfvertrouwen.”

Ook de leiding van NEC liet zich niet verleiden tot rigoureuze maatregelen. En daar profiteert de club nog altijd van. „Het was een gezamenlijk probleem, niet alleen van de trainer”, vult algemeen directeur Jacco Swart aan. In de winterstop haalde NEC ter versterking vier nieuwe spelers en Been dirigeerde het elftal in zijn tweede seizoen bij de club van de zestiende naar de achtste plek in de eredivisie. En naar de UEFA Cup.

Veel mensen roemen Beens communicatieve vaardigheden. „Mario is heel toegankelijk”, weet Swart. „Hij kan net zo makkelijk een gesprek voeren met de burgemeester als een supporter. Ook toen het slecht ging, stond hij voor iedereen open. Zijn slogan luidt PIT: Plezier, Instelling en Team.” En routinier Patrick Pothuizen (36): „NEC heeft nu zo’n grote spelersgroep dat er elke week vijf, zes spelers op de tribune zitten. Daar gaat hij door zijn eerlijkheid goed mee om. Ook ik moet op mijn kansen wachten met Peter Wisgerhof als concurrent voor me. Toch zeg ik: Jimmy Calderwood en Mario Been zijn de beste trainers die ik heb gehad. Mario gaat een mooie toekomst tegemoet.”

NEC is de eerste werkgever in de eredivisie die het aandurfde om de 44-jarige Been de eindverantwoordelijkheid te geven. Daarvoor was hij assistent bij Feyenoord (1999-2004). Hij leek de eeuwige kroonprins in de Kuip te worden tot Ruud Gullit hem wegwerkte om ruimte te creëren voor Zeljko Petrovic, met wie hij ooit wel eens leuk gesprek over voetbal had gehad. Als trainer van Excelsior promoveerde Been naar de eredivisie.

In dienst van Feyenoord was Been vier jaar assistent van de huidige bondscoach Bert van Marwijk. „Ik vind het moeilijk te zeggen of hij toen al de eindverantwoordelijkheid op zich had kunnen nemen bij een club”, zegt Van Marwijk. „Dat openbaart zich vaak pas als je het ook daadwerkelijk doet. Ik merkte wel dat Mario serieus met het trainersvak bezig was. Als voetballer was hij een heel ander type, frivoler.”

Looyen, die per 1 januari als scout vertrekt bij NEC en directeur wordt bij De Graafschap: „Onze nieuwe trainer moest inzicht in het spelletje hebben en over communicatieve vaardigheden beschikken. Ik kende Mario nog uit een grijs verleden toen ik een trainerscursus gaf aan oud-profvoetballers. Ik was voorbereid op zijn Pietje Bell-achtige imago. Maar tot mijn verbazing bleek hij een van de meest serieuze cursisten. Het kostte me nog moeite om zijn kandidatuur bij de raad van commissarissen van NEC te verdedigen. Want ook daar vreesden ze een lang-leve-de-lol-type. Uiteindelijk is het aantrekken van Mario een van de beste beslissingen die ik heb genomen bij NEC. Een hoop trainers in het profvoetbal zijn bezigheidstherapeuten. Slechts een klein aantal kan spelers beter maken. Die gave beheerst Mario.”

Het imago van Pietje Bell dankt Been uit zijn periode als voetballer. Hij was een begenadigd spelverdeler op het middenveld, een vrijetrappenspecialist ook. Maar aan hard werken had hij een broertje dood. Liever genieten van het mooie leven van een voetballer. Been speelde voor Feyenoord, Pisa, Roda JC, SC Heerenveen, Wacker Innsbruck en Excelsior. „Hij was een van mijn favoriete spelers”, zegt Pothuizen. „Geen loopwonder, maar hij kon wel goed voetballen. Nog steeds legt hij de ballen precies waar hij ze hebben wil. Ook de humor heeft hij van vroeger meegenomen. Mario houdt ons altijd voor dat hij nooit het maximale uit zijn loopbaan heeft gehaald. ‘Je mag niet worden zoals ik was’, zegt hij dan.”

Been schuwt ook harde maatregelen niet. Hij heeft afscheid genomen van Ferne Snoyl omdat hij zich in zijn privé-leven had misdragen. En aanvaller Jhon van Beukering moet voor de Kerst zeven kilo afvallen, wil hij terugkeren in de selectie.

Het is frappant dat een rasechte Rotterdammer gedijt in Nijmegen. Of toch niet? „Ik denk dat Mario zich overal kan aanpassen”, stelt Looyen. „Maar Feyenoord heeft veel overeenkomsten met NEC. De club uit Rotterdam is voor de harde werkers. NEC kun je ook als een club voor het volk beschouwen.”

Wanneer zijn capaciteiten ter sprake komen, wil Looyen hem niet alleen scharen onder de zogenoemde praktijktrainers die zelf op hoog niveau hebben gevoetbald. „Mario bezit ook de kunst van het overdragen. Er zijn er niet veel die dat kunnen. Meestal praat je dan over oud-leraren. Co Adriaanse, Louis van Gaal, Guus Hiddink, Fred Rutten en Ron Jans zijn in mijn ogen oefenmeesters die net als Mario hun kennis kunnen overdragen op een spelersgroep.” Van Marwijk vult aan: „Als ik het van een afstand bekijk, vind ik dat hij zich uitstekend ontwikkelt. Mario roept geen onzin, raakt niet in paniek, houdt vast aan zijn elftal en geeft spelers vertrouwen.”

Pothuizen constateert dat het tactische strijdplan van Been vrijwel altijd goed uitpakt. „De wedstrijdbesprekingen zijn steeds hetzelfde. Tactisch is hij heel sterk, al houdt hij het simpel.” Looyen merkt op dat Been de juiste motivatiebronnen in een mens weet aan te boren. Pothuizen: „Jeremain Lens speelde de eerste helft van het vorige seizoen bij ons dramatisch. Mario blijft dan op je inpraten en inpraten, net zo lang tot het werkt. Tegen Lens zei hij: ‘als je scoort en wint, krijg je morgen vrij’. Dat werkte. Later hoorde ik dat Cruijff bij Barcelona dat ook een keer met Romario had afgesproken. Hij moest twee doelpunten maken en dan kreeg het hele team een vrije dag. Romario scoorde er drie.”

Heeft Been dan helemaal geen zwakke punten? Looyen: „Mario is extreem bijgelovig. Dat vind ik een teken van zwakte. Hij tikt bijvoorbeeld altijd een bepaalde muur aan voor de wedstrijd. In café ’t Haantje in Rotterdam hangt hij elke week een portret van Ernst Happel even goed. Dat zijn dingen die Mario niet nodig heeft.” Pothuizen weet uit ervaring dat Looyen niet overdrijft. „Toen we vorig seizoen eindelijk weer eens een wedstrijd wonnen nadat we in Ewijk waren gaan paintballen, gingen we dat elke week doen. Tot we een keer verloren. We deden ook wekenlang dezelfde sprintoefeningen voor een wedstrijd.”

Been staat nog anderhalf jaar onder contract bij NEC. Swart gaat er vanuit dat hij die verbintenis uitdient. Dan zou hij de sprong naar een club met een hoge begroting moeten maken. „Bij een topclub is de druk groter, lig je als trainer vaker onder een vergrootglas. Ik denk dat hij daar goed mee kan omgaan”, meent Swart. En Looyen: „Hij moet de goede keuzes maken en zich nog niet te veel focussen op een terugkeer naar Feyenoord. Gertjan Verbeek blijft daar nog lang aan. Mario zou ook in het buitenland een grote club kunnen leiden.”