PvdA blijft steken bij Fortuyn

Net als Obama moeten Nederlandse politici oog krijgen voor de bijna onzichtbare veranderingen richting een etnisch diverse samenleving, schrijft Ella Vogelaar.

De verkiezing van Obama is een gebeurtenis die opeens duidelijk maakt dat een langdurig proces van kleine, soms nauwelijks opgemerkte gebeurtenissen een grote verandering heeft veroorzaakt. „Zo gebeurde het dat op 4 november 2008 de Amerikaanse Burgeroorlog eindigde”, schreef Thomas L. Friedman in The New York Times. „We werden wakker in een ander Amerika.”

Obama onderkende die verandering eerder. Hij begreep in 2005 dat hij een senaatszetel kon winnen, al zeiden media-adviseurs hem dat hij alleen al vanwege zijn naam kansloos was. Hij begreep dat hij in het Amerika van nu duidelijk kon zijn over zijn roots: „Ik kan niet anders dan het Amerikaanse leven bezien door de ogen van een zwarte man van gemengde afkomst.” Obama zag de verandering in de Amerikaanse samenleving, zonder de werkelijkheid te idealiseren.

De verkiezing van een zwarte Amerikaanse president is overal een inspiratiebron. Het zou mooi zijn als ook in Nederland opiniemakers en politici zich laten inspireren, vooral door Obama’s vermogen om de grote lijn te zien van de ontwikkeling naar een etnisch diverse samenleving. Daaraan ontbreekt het de PvdA-top en daarin schuilt de kern van het meningsverschil over integratie. Over de hoofdlijnen van het beleid bestaat misschien brede consensus: het gaat om ‘grenzen stellen en perspectief bieden’. Maar ook hier geldt: c’est le ton qui fait la musique.

Met zijn herhaalde oproep om niet te praten over de toon van het integratiedebat, maar over de inhoud, slaat Wouter Bos de plank mis. Door consequent Ahmed Aboutaleb en Ahmed Marcouch op te voeren als verpersoonlijking van het PvdA-beleid, zendt hij impliciete boodschappen uit: in feite die waarmee Pim Fortuyn de partij hardhandig wees op ernstige tekortkomingen. De zorgen van de ‘oude’ Nederlanders moeten worden erkend. Lastige of criminele nieuwkomers moeten hard worden aangepakt. We moeten pal staan voor kernwaarden als vrijheid van meningsuiting en gelijke rechten.

Fortuyns boodschap geldt nog steeds. Daarover mag de PvdA geen twijfel laten bestaan. Maar in de huidige fase van de migratiegeschiedenis moet de boodschap méér omvatten. Waarom noemt Bos in zijn stereotype rijtje namen niet ook Fatima Elatik, stadsdeelbestuurder van Amsterdam-Zeeburg die persoonlijk Marokkaanse opvoedambassadeurs werft? Die ambassadeurs zetten ouders op het spoor om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun kinderen. Of Elvira Sweet, stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Zuidoost, die met de bouw van een multifunctioneel centrum onderdak biedt aan vijf migrantenkerken. Waarom ontbreekt Dagmar Oudshoorn, deelraadvoorzitter in Rotterdam-Feijenoord? Als zij moet kiezen tussen aparte zwemles voor migrantenvrouwen of géén zwemles, kiest ze voor apart zwemmen. Want dat kan de eerste stap zijn op weg naar emancipatie.

Vorige week maandag sprak de PvdA-leider in Amsterdam-Slotervaart over integratie. Het was een tobberig verhaal. Hij verbaasde zich over de reactie van de Marokkaanse gemeenschap op de benoeming van Ahmed Aboutaleb tot burgemeester van Rotterdam. „In Amerika riep de zwarte bevolking na de overwinning van Obama: ‘I am proud to be American’. Veel Marokkanen zeiden na de benoeming van Aboutaleb trots te zijn op hun Marokkaanse achtergrond. Maar er was niemand die zei: Ik ben trots om Nederlander te zijn. Er is nog een grote kloof te overbruggen”, aldus Bos. Hij begrijpt niet dat, zolang de elite blijft praten in termen van dé Marokkanen, dé Turken en dé Antillianen, migranten zich moeilijk kunnen identificeren met Nederland. Net als in Amerika, moet eerst de dubbele binding van nieuwkomers erkend worden door consequent te spreken van Marokkaanse, Turkse en Antilliaanse Nederlanders.

Door, uit vrees ‘soft’ te zijn, geen oog te hebben voor de begrijpelijke woede van migranten over hun tweederangspositie, bemoeilijken politici identificatie met Nederland. En vooral: het snel groeiende aandeel van migranten in het bij elkaar houden van de samenleving vindt te weinig weerklank in de PvdA-muziek.

Pas bij een evenwichtiger benadering van het integratieprobleem kunnen migranten zichzelf als Nederlander definiëren. Zoals Paul Scheffer onlangs in een artikel in deze krant schreef: „Verdeelde herkomst en gedeelde toekomst: dit land is ook van ons, dus wij zijn ook van dit land.”

In zijn toespraak klaagde Bos dat Aboutalebs benoeming tot burgemeester van Rotterdam geen integratiefeest heeft opgeleverd omdat er hier en daar over twee paspoorten werd gezeurd. Hij zag niet dat die benoeming door vrijwel iedereen geaccepteerd werd, zelfs vaak toegejuicht. Dat was toch wel een feest? Zoals het een feest is om te zien dat voor een groeiend deel van de Nederlandse jeugd het integratiedebat helemaal niet bestaat: kijk naar het ongedwongen gedrag op straat en op veel scholen, kijk in de bus naar kwebbelende blondjes en hoofddoekjes. Steeds meer jongeren leven in die mix. Zij zijn het Fortuyntijdperk voorbij. Politici die Obama’s vermogen missen om zulke veranderingen te zien, blijven in dat tijdperk hangen.

Ella Vogelaar is oud-minister van Wonen, Wijken en Integratie.(PvdA)