Nuchtere liberalen

Terwijl de regeringspartijen PvdA, CDA en ChristenUnie in de kredietcrisistijd uit het dal klimmen of ten minste stabiel blijven, heeft de VVD de weg terug naar de kiezersgunst nog niet gevonden. Waar D66 in de peilingen floreert, blijft de VVD hangen op het lage niveau van de jaren zestig.

De stagnatie lijkt geen verband te houden met de economische woelingen. De oppositiepartij heeft tot nu toe steeds ingestemd met het crisisbeleid van het centrum-linkse kabinet. Ze eist wel een „parlementair onderzoek”, een verstandige en ook enigszins dappere opvatting omdat ook de VVD als representant van het neoliberale tijdperk bij zo’n onderzoek niet buiten schot hoeft te blijven. Op het partijcongres zaterdag herhaalde fractieleider Rutte dat de diepgang van de kredietcrisis niet mag worden gebagatelliseerd.

De VVD weet niettemin de verleiding te weerstaan om de crisis met simpele retoriek te lijf te gaan. Sterker, de ledenvergadering wenste zaterdag nadrukkelijker dan de leiding vast te houden aan de liberale en internationale tradities van de partij. Zo heeft het congres de deur naar Turkije niet helemaal dicht gegooid. De Europese programmacommissie, onder voorzitterschap van ex-partijleider Bolkestein, had voorgesteld om vast te leggen dat Turkije komende tien jaar hoe dan ook geen lid zou kunnen worden van de EU. „We moeten er rekening mee houden dat het misschien wel nooit zover komt”, aldus de concepttekst. Dat was binnen de commissie al een compromis. De leden vonden deze categorische benadering echter nog steeds te ver gaan en amendeerden de paragraaf tegen de vurige wil van Bolkestein in. De VVD eist nu dat er niet wordt ‘gesjoemeld’ met de toetredingseisen. In de praktijk kan dat op hetzelfde neerkomen. Maar het feit dat het congres weerstand bood aan de leiding illustreert een opener kijk op de toekomst van Europa.

Ook bij de behandeling van de nieuwe beginselverklaring, die Rutte zelf had opgesteld, toonde de ledenvergadering zich nuchterder dan de fractieleider. In deze beginselen rijst een klassiek liberale partij op. De VVD is voor een vrijemarkteconomie, een kleine doch krachtige rechtsstaat en een veelzijdig en individueel beleefd staatkundig burgerschap.

Rutte ondergroef de kracht daarvan echter door een op de keper beschouwd dwingende en soms zelfs onliberale stijl te hanteren. Zoals de mededeling dat de VVD „in het offensief gaat tegen de terreur van de middelmaat”. Of de aanbeveling om „het leven niet zomaar voorbij te laten gaan, maar het juist met verve te leven”. Emotionele begrippen die maatschappelijk weinig betekenen. Het congres had ook moeite met ronduit toffe passages. Bijvoorbeeld daar waar Rutte met woorden als „verheffen” en „onderklasse” leentjebuur speelde bij de PvdA. Veel consequenties werden daaraan niet verbonden. Rutte mag de tekst zelf herschrijven.

De discussies op het congres illustreren in elk geval dat de VVD van haar leiders een zekere intellectuele discipline eist. Die kritische geest van de ledenvergadering schept een basis voor het herstel van een potentiële regeringspartij.