Nieuwe wereldorde

Topontmoetingen van regeringsleiders blinken vaak uit in grote woorden, maar leveren meestal weinig concrete resultaten op. De bijeenkomst over de kredietcrisis afgelopen weekeinde in Washington van de G20, de twintig belangrijkste economieën ter wereld plus Spanje en Nederland, is daarentegen ongebruikelijk vruchtbaar gebleken.

Natuurlijk zijn er vooral intenties geformuleerd om het financiële stelsel te hervormen en de wereldeconomie met gezamenlijke actie zo goed mogelijk te wapenen tegen een dreigende zware recessie. Maar gezien de korte voorbereidingstijd en de deelname van een brede waaier aan landen, die samen 90 procent van de wereldeconomie vertegenwoordigen, is de opbrengst concreter dan vooraf werd gevreesd.

Vooral de maatregelen met betrekking tot regulering en supervisie van het financiële stelsel, die voor 31 maart genomen moeten zijn, zijn verheugend. De belofte om de vrijhandelsronde (Doha) voor het einde van dit jaar vlot te trekken, is dat ook. Een recessie zou, net als in de jaren dertig, dieper en langer worden als landen hun toevlucht zouden nemen tot protectionisme. De G20 heeft nu beloofd een jaar lang geen stappen te nemen die de vrijhandel blokkeren.

Dat vaart wordt gezet achter het overleg en de noodzakelijke hervormingen is geen luxe. De acute fase van de kredietcrisis mag dan achter de rug zijn, geweken is het gevaar allerminst. Bovendien is het tweede bedrijf, het doorsijpelen van de crisis naar de reële economie, in volle gang. Het is dan ook van groot belang dat er al een datum is afgesproken (30 april) voor een vervolg van het overleg. Al is die datum wel erg ver weg. Net zoals het ongelukkig blijft dat de nieuwe Amerikaanse president pas begin volgend jaar aan zijn werk kan beginnen.

Positief is ook dat het overleg over de wereldeconomie niet langer een onderonsje is van de G7 van gevestigde industrielanden. De vergadering in Washington maakt grote kans de geschiedenis in te gaan als het evenement waarbij de veranderde machtsverhoudingen definitief zijn gestold in de G20. Landen als China, India en Brazilië hebben voortaan een stem in de discussie en in de beslissingen. En, minstens even belangrijk, zij zijn daar nu ook aan gecommitteerd. Wat nodig is, is dat de nieuwe verhoudingen ook worden weerspiegeld in de vertegenwoordiging en stemmacht binnen de multilatere instellingen, het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Nederland zal een nieuwe balans moeten vinden tussen de ambitie op het hoogste niveau vertegenwoordigd te blijven en de realiteit dat er andere, nieuwe, spelers zijn die daar met recht aanspraak op maken.

Een tweede Bretton Woods, waarbij in 1944 het naoorlogse management van de wereldeconomie werd ontworpen, is het afgelopen weekeinde niet geworden. Dat kon ook niet. Dat geldt ook voor alomvattende en wereldwijd gesteunde plannen, die nu eenmaal niet van vandaag op morgen uit de grond kunnen worden gestampt en ook niet op alle vlakken wenselijk zouden zijn. Maar een begin is gemaakt.