Moeder! De beginselverklaring is er door!

‘De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)’, las ik in augustus van dit jaar, ‘wil een Nederland waar mensen de ruimte krijgen. De ruimte om iets buitengewoons te maken van hun leven. Om het leven niet zomaar voorbij te laten gaan, maar het juist met verve te leven’.

Toen hij die eerste zinnen van de nieuwe liberale beginselverklaring had opgeschreven, moet Mark Rutte de pen een ogenblik tevreden hebben neergelegd. ‘De paden op, de lanen in’, zong het in z’n binnenste – ‘vooruit, met flinke pas.’

Dit was wat hij zichzelf gedurende het lange wordingsproces van de verklaring steeds had voorgehouden: dat je er pit en vaart bij moest beleven. De oude tekst, uit 1980, had hij naast zich liggen, meer als afschrikwekkend voorbeeld. Zo tam! Zo van de vorige eeuw!

Hij nam de pen weer op, en de volgende zin schoot er als vanzelf uit.

‘De VVD gaat in het offensief tegen de terreur van de middelmaat.’

Hij kon de verleiding niet weerstaan om meteen even de voorzitter te bellen, en hem de spontaan geboren zin voor te lezen.

‘Briljant’, klonk het sonoor aan de andere kant van de lijn.

De rest ging bijna automatisch. Over de krachtige, kleine staat. Over de internationale rechtsorde. Over de vrije markteconomie. Hij had er bij wijze van spreken onmiddellijk nog een tweede beginselverklaring achteraan kunnen schrijven. ‘Voor de tweeëntwintigste eeuw’, grinnikte hij bij zichzelf.

Ze zouden er van opkijken, 15 november op het toekomstcongres.

Als altijd ontspannen monsterde hij de Rotterdamse zaal met drie- of vierhonderd VVD’ers. Natuurlijk zou er kritiek komen – anders was er geen aparte debatochtend voor nodig geweest. Maar hij had enig wisselgeld op zak. En de schwung, de pep, de pit en de vaart zouden ze hem niet afnemen. Geen middelmaat!

Arend Jan, zag hij, probeerde zich op de derde of vierde rij wat verscholen te houden. Moeilijk, voor zo’n eind. Met die gespeelde neoconservatieve deftigheid deed hij toch altijd het meest denken aan iemand die niet helemaal was afgekneed. Onzelieveheer was waarschijnlijk net begonnen hem te boetseren, toen Hij halverwege voor een dringende boodschap werd weggeroepen, waarna Hij hem vergat, zodat er een kleiige verschijning ter wereld kwam. De manier waarop hij na De wereld draait door achter Maarten van Rossem aan schoof, want die was tenslotte professor, en beroemd! De historicus Arend Jan Boekestijn, die indertijd zélf had gezien dat Saddam Hoessein over massavernietigingswapens beschikte. Doctorandus. Nooit één boek geschreven. Maar wel veel gevraagd door de Burke Stichting.

Mark rechtte de rug, en glimlachte. Wat had de vriend van Maarten ook weer tegen Maarten gezegd? ‘Die Rutte heeft geen ideeën, Maarten. Dat is schokkend hoor’. En wat was er daarna ook weer met het lijzige lichaam gebeurd? Dat was diep door het stof gegaan.

Natuurlijk begonnen ze vanuit een paar afdelingen te weifelen over de terreur van de middelmaat – zijn lievelingszin. Hij legde uit hoeveel middelmatige schoolkinderen altijd weer ver boven het gemiddelde waren uitgekomen, omdat ze met verve hadden geleefd. Dáár ging het om. De spirit, de go, het wow-gevoel.

Ze gaven hem gelijk. Allicht gaven ze hem gelijk. Geen ideeën! Maar wel een beginselverklaring die klonk als een klok.

Het gehakketak over de ‘verheffing van de onderklasse’ had hij zien aankomen. Geintje, was de opzet geweest: om de PvdA te pesten waar ze nog altijd met klassenstrijd bezig waren. Maar als de leden in plaats van onderklasse liever ‘mensen in moeilijkheden’ lazen? Oké, dan lázen ze mensen in moeilijkheden.

Hij zocht zelfverzekerd de blik van Boekestijn te midden van meer oudere liberalen. ‘Misschien ben ik eigenlijk te jong voor deze partij’, dacht hij opgewekt.