Macht, niet ideologie drijft Bashir nu

President Bashir breidelt de pers in Soedan en laat geen vrije verkiezingen toe. Maar de olierijkdom en nieuwe technologieën kunnen zijn regime in gevaar brengen.

Iedere avond tussen acht en tien komen de censuurambtenaren bij Soedanese kranten langs. „Eén pennestreek van hen en we moeten een verhaal of foto laten schieten”, vertelt Yai Joseph, columnist van Ajras Al-Hurriya (het Geluid van de Vrijheid). Tien keer mocht zijn krant dit jaar niet uitkomen.

Soedanese journalisten gingen deze maand drie dagen in staking tegen de persbreidel. Vrijwel geen krant kon over de staking berichten en drie kranten kregen als straf van de censors een publicatieverbod van een dag opgelegd.

Het in 2005 gesloten vredesverdrag tussen Noord- en Zuid-Soedan moest de democratie in het gehele land inluiden. Een speciaal voor het verdrag geschreven interim-grondwet verzekert vrijheid van meningsuiting. Volgend jaar moeten er voor het eerst sinds bijna een kwart eeuw vrije verkiezingen plaatsvinden. In de praktijk blijkt er echter weinig veranderd: censuur smoort het vrije woord, geheimagenten houden iedereen in de gaten en politieagenten met het pistool in de aanslag breken bijeenkomsten van studenten op.

Journalisten van diverse media legden daarom op een bijeenkomst in de hoofdstad Khartoum hun pennen neer. „De censuurambtenaren verdedigen zich met een verwijzing naar de nationale veiligheid”, riep een journalist in de microfoon, „maar waarom verbieden ze dan alleen kritiek op de regeringspartij van president Bashir en niet op de oppositie?”

Een ander op de vergadering: „Waarom mogen we niets over het Internationale Strafhof schrijven, alleen omdat het Bashir wil aanklagen?” Een hoofdredacteur van een andere krant: „We berichtten over hoe de regering een demonstatie met schoolkinderen organiseerde tegen het Hof, waarna we de drukpersen moesten stoppen.”

De Arabische media hebben het het zwaarst te verduren, maar ook Engelstalige publicaties ontsnappen niet aan de onderdrukking. Alfred Taban, hoofdredacteur van de Khartoum Monitor, bracht vermoedelijk meer tijd achter de tralies door dan welke Soedanese journalist ook. „De druk op de pers neemt toe”, zegt hij. „Vorige maand kwam de veiligheidsdienst met formulieren langs waarop ik het adres van al mijn medewerkers moest invullen, evenals hun politieke voorkeur en of ze een militaire training hadden gevolgd”. Taban acht de kans op vrije verkiezingen volgend jaar nihil. „Verkiezingen zonder vrije pers zijn onmogelijk, Bashir heeft ze al gewonnen.”

Het regime voerde bij de militaire machtsovername in 1989 het islamitische fundamentalisme in zijn vaandel. De zedenmeesters probeerden een soort islamitische revolutie af te dwingen. De ethische politieagenten drongen huizen binnen als mannen er met vrouwen dansten of niet ordentelijk gekleed gingen. Bedrijven mochten geen westerse plaatsnamen dragen, zoals de Holland bakkerij of het Florida café. Geheimagenten martelden een professor die over evolutie doceerde. Arabisch was de enig toegestane taal op alle scholen en universiteiten.

Dat cultureel-politieke project is al langer op zijn retour, het viel in slechte aarde in het diverse en multiraciale Soedan. Veel meer dan ideologie drijft louter machtsdrift nu de mannen rond Bashir. De inkomsten van de in 2000 begonnen olie-export hebben Khartoum en een paar andere grote steden een dramatisch andere aanblik gegeven, met gatenvrije asfaltwegen, hoge gebouwen, luxe winkelcentra en sjieke restaurants. Er kwam een einde aan de lethargie van de armoede en jarenlange economische neergang. „De groei maakt de bevolking mondiger en zal dit regime onderuit kunnen halen”, voorspelt een vooraanstaande econoom.

Dat optimisme leeft ook bij veel professoren aan de universiteit van Khartoum. Zij zijn verenigd in de Soedanese Schrijversunie, een organisatie die vorig jaar een prijs ontving van het Nederlandse Prins Clausfonds. Soedan kent een lange traditie van het geschreven woord, teksten op oude piramides langs de Nijl getuigen daarvan. Schrijvers en lezers organiseerden literaire salons om over boeken te praten. Opeenvolgende regeringen en ook die van Bashir hebben geprobeerd die traditionele vrijheid te onderdrukken.

Hoogleraar Yusuf Fadl Hasan gelooft dat door nieuwe technologieën als de mobiele telefoon, internet en satelliettelevisie het vrije woord door de autoriteiten niet langer onderdrukt kan worden. „Er bestaat geen weg meer terug, de democratisering gaat door, misschien wel in weerwil van Bashir.” Collega Idris Salim valt hem bij: „De regering kan nu alleen nog op ontwikkelingen reageren, ze heeft de controle verloren. Er heeft een verandering van binnenuit plaatsgevonden in Soedan.”

De scherpste kanten van de onderdrukking zijn vergeleken met tien jaar geleden verdwenen. Maar weinig Soedanezen zien vrijheid aan de horizon verschijnen. „Het zou ook naïef zijn dat te verwachten”, concludeert een goed ingelichte Soedan-kenner. „Het vredesverdrag van 2005 dat democratie moest brengen, werd getekend door twee ondemocratische partijen: de groep van Bashir en het zuidelijke Volksbevrijdingsleger, SPLA. Van hen valt niet te verwachten dat ze aan democratie werken. In Soedan heerst een camouflagedemocratie.”