Liever slappe lach dan gekortwiekte gillers

Er kwam geen einde aan de slappe lach van Linda de Mol. Na twee minuten lukte het de presentatrice van het spelprogramma Ik hou van Holland (RTL4) nog steeds niet om een eenvoudige aankondiging correct uit te spreken. Wat precies de aanleiding was viel niet gemakkelijk vast te stellen. Het is altijd heel gezellig bij de opnamen en speler Jeroen van Koningsbrugge had er niet eens erg zijn best voor hoeven doen om de impasse te veroorzaken.

Linda’s vriendin Monique van de Ven, die ook meedeed, waarschuwde dat het rustig een half uur kon duren voor het over was. Ze had daar ervaring mee, als haar tegenspeelster in de politieserie Spangen. Zou ze dan maar boos worden? „Kom op, Linda, nu ophouden, ik wil ook naar huis!” En dat was de juiste toverformule.

Laten we ervan uitgaan dat dit geen ingestudeerd nummer was. Dan is het opmerkelijk dat het incident niet gewoon was weggeknipt, volgens de conventionele wijsheid bij een opgenomen televisieprogramma. Ik hou van Holland was zaterdag niet live, want bij de opgave „noem alle ministers van het huidige kabinet” stond Ella Vogelaar nog tussen de goede antwoorden.

Er valt veel te zeggen voor die beslissing om ons thuis mee te laten genieten van Linda’s lachkick. Het past in de wat melige sfeer van het programma. Bovendien hoop je als kijker altijd dat een schaatser valt, een streaker voor de camera langsloopt of een auto de bocht uitvliegt.

Lang geleden was elk televisieprogramma live, er bestond nog nauwelijks beeldbandregistratie. Dus was de kans op verrassingen ook groter. Het zondag bij de AVRO teruggekeerde programma In de hoofdrol was tussen 1984 en 1993 een hit van Mies Bouwman, maar de oervorm heette in Amerika en Engeland This Is Your Life! en vanaf 1957 in Nederland op de radio Dit is uw leven en op televisie Anders dan anderen (VARA). Het draaide vooral om surprises: eerst werd een bekende persoonlijkheid onder valse voorwendselen naar de studio gelokt, waar dan vele mensen die een rol in zijn of haar leven hadden gespeeld om de beurt hun opwachting maakten. Het hoogtepunt vormde aan het slot de entree van een broer, een oude liefde of een jeugdvriend, die op kosten van de omroep helemaal uit Canada of Nieuw Zeeland was ingevlogen. Tranen vloeiden rijkelijk, maar soms was het nog leuker, als de hoofdpersoon glazig keek bij de verschijning van een verloren geliefde. Eh, het spijt me, ik kan me u helemaal niet herinneren. En daar viel dan niets uit te knippen.

Zondag plaatste Hoofdrol-presentator Frits Sissing zanger en entertainer Gerard Joling in de hoofdrol. De overrompeling werd keurig uitgespeeld, maar overtuigde niet helemaal. Aan verre verwanten valt geen eer meer te behalen in een wereld vol snelle en goedkope vliegverbindingen. Emoties werden verhinderd door een idioot hoog tempo in de montage. Ruim twintig bekenden werden er tijdens een klein uur in hoog tempo doorheen gejast. Mochten we al geïnteresseerd zijn in de showbusinesscollega’s van Joling, dan waren zijn teksten niet erg inspirerend. Elke gast werd door hem verwelkomd met dezelfde drie woorden: „Wat een giller!”

Voor de zekerheid begon het programma met een ondertiteltje dat de opnamen twee weken eerder hadden plaatsgevonden. Sindsdien heeft Joling het zangtrio De Toppers met ruzie verlaten. Ook al was Gordon noch René Froger levend present, het was toch raar dat aan deze actualiteit geen woord vuil werd gemaakt. Dat is het nadeel van inblikken. Sinds een week of vier wordt elke aflevering van Expeditie Robinson (RTL5) opgedragen aan de verongelukte presentator Ernst-Paul Hasselbach, die wel het uur daarvoor uitvoerig in beeld was, met instemming van de nabestaanden.

Paul de Leeuw maakt er een vaste gimmick van om in Mooi! Weer de Leeuw (VARA) zijn publiek te instrueren dat ze net moeten doen alsof het zaterdagavond is. Dat is de beste benadering van het bedrog: niet net doen of de kijker gek is. Maar het blijft vreemd in een tijd waarin alles en iedereen voortdurend direct met elkaar in verbinding staat. Het stenen tijdperk van televisie was levendiger.