'Jeugd moet seks weer ontdekken'

Ingeborg Beugel maakte de zesdelige IKON-serie Geloof, Seks & (Wan)hoop 2, over de seksuele moraal in het Westen. Ze pleit voor een seksueel beschavingsoffensief.

De zwarte vibrator heeft een afstandsbediening, de groene is geribbeld en heeft verschillende snelheden. Twee jonge meiden vertellen over deze aankopen op de Kamasutra, een huishoudbeurs voor erotica. „Een vibrator is gezond. Het laat zien dat je onafhankelijk bent.”

In de jeugd van de inmiddels gepensioneerde Carrie Rens was seks een zonde. „Je wist dat er iets geheimzinnigs was waar je naar verlangde. Het was verboden. Je moest als maagd het huwelijk in.” Op haar 45ste kreeg ze een vibrator van een vriendin. Ze was net gescheiden, dankzij het apparaatje beleefde ze voor het eerst een orgasme, vertelt ze.

Journaliste Ingeborg Beugel sprak met jongeren en ouderen in de zesdelige serie Geloof, Seks & (Wan)hoop 2, een persoonlijke zoektocht naar de beleving van seksualiteit in Nederland, een vervolg op haar serie uit 2006. Tussen de generaties zijn ook overeenkomsten. Jongeren weten weliswaar meer en komen bijvoorbeeld al vroeg in aanraking met pornografie: van de 12- tot 14-jarigen kijkt een kleine meerderheid van de jongens en een op de vijf meisjes wel eens naar porno op internet, blijkt uit onderzoek van de Rutgers Nisso Groep.

Maar jongeren kunnen volgens Beugel nu net zo moeilijk over de emotionele en relationele aspecten van seks praten als de senioren uit haar documentaire in hun jeugd. Ze wijt dat aan de seksuele voorlichting op scholen, die ze armoedig noemt. „Het gaat alleen over soa’s.” Ze propageert daarom een nieuw seksueel beschavingsoffensief, thuis, maar vooral op scholen. „Je moet projecten over seks opzetten waarin ook kunst, literatuur en muziek zit. Van Vasalis tot The Beatles. Bied jonge mensen andere dimensies en duid pornografie. Een jongen zegt voor mijn camera over de eerste keer: ‘Ik schrok me dood. Ik had alleen porno gezien. Ik wilde in haar gezicht spuiten. Dat vond ze niet leuk’.”

„Te veel turboseks”, zoals Beugel porno noemt, heeft veel invloed op een jongere die seksueel nog onontwikkeld is. „Zo’n jongen stopt ’m erin terwijl het meisje niet nat is. Meisjes zijn vaak te bang om te zeggen: het doet pijn. Een seksuoloog vertelde me dat er veel jonge meisjes bij haar komen die kapot zijn van onderen.” Uit een onderzoek uit 2005 blijkt dat 57 procent van de meisjes wel eens of vaker pijn heeft tijdens het vrijen.

Het zijn overigens cijfers die in haar documentaire ontbreken. Beugel: „Er is geen recent onderzoek over. Wat wel bekend is, is dat er vroeger een kleine groep vrouwen van tussen de 25 en 30 jaar pijn bij het vrijen had, en dat nu een veel grotere groep van 15 tot 20 jaar dergelijke klachten heeft. Het aantal klachten groeit zo zorgwekkend dat er volgend jaar een groot congres in Antwerpen over wordt gehouden.”

Minister Plasterk (PvdA) riep eerder dit jaar op een einde te maken aan ‘de seksualisering van het vrouwelijk lichaam in de media’. Zijn collega André Rouvoet (ChristenUnie) pleitte vorige week voor een debat over de in zijn ogen losgeslagen seksuele moraal van de jeugd.

Beugel ergert zich aan de hypocrisie van zulke uitspraken. „Je krijgt al snel zo’n rel over een billboard met een vrouw in een gouden bikini dat niet in Utrecht mag hangen. Zelf heb ik helemaal niets tegen het afbeelden van een mooi vrouwenlichaam. Maar wel tegen de stortvloed aan beelden van gefotoshopte, seksueel beschikbare vrouwen.” Ze noemt als voorbeeld een commercial waarin actrice Eva Longoria een hap neemt uit een Magnum-ijsje. „Haar mondje staat in de pijpstand, ze kijkt je aan. Wat qua smaak lekker is, wordt zo op een platte manier vertaald naar erotisch lekker.”

Maar is dat erg? Beugel: „Liesbeth Woertman, die onderzoek doet naar het seksuele zelfbeeld van jongeren, concludeert dat jongens minder goed tegen afwijzing kunnen door de overvloed aan beelden van seksueel beschikbare vrouwen. Meisjes vertelden me dat ze uitgescholden werden voor hoer als ze in de disco niet met een jongen wilden dansen.”

Beugel noemt zichzelf ‘enorm vrij met seks’, maar kwam tot de conclusie dat taboes voordelen hebben. „In de tijd dat seks niet mocht was er schroom en verlegenheid. Dat leidde tot traagheid, tot voorzichtig friemelen. Dat gaf ruimte voor ontdekking. Veel jongeren gunnen zichzelf die tijd niet meer. Het prachtige motto ‘alles moet kunnen’ uit de seksuele revolutie is verworden tot ‘alles moet’. Wat heeft het feminisme gebracht als meisjes van 13, 14 niet meer durven zeggen: ‘Au, hou op!’?”

Geloof, Seks & (Wan)hoop 2, Nederland 2: 22.55-23.20u.