Hulp in Congo houdt de chaos juist in stand

De internationale hulp aan Congo houdt een corrupt regime in stand. Stop er dan ook mee. Geef voortaan slechts hulp als beloning bij geslaagde projecten, meent Hans Romkema.

Miljarden euro’s aan internationale steun zijn gedurende de afgelopen jaren richting de Democratische Republiek Congo gegaan. Desondanks verkeert Congo nog steeds in chaos en is de bevolking in grote delen van het land eerder slechter af dan beter. De vraag die rijst is of het werk van hulporganisaties, VN en EU nóg erger heeft voorkomen, of dat het slechts een druppel op een gloeiende plaat is geweest. Is het mogelijk dat al het geld in een bodemloze put is verdwenen of, nog erger, een averechts effect heeft gehad?

In ieder geval hebben de noodhulpprogramma’s het lijden verlicht van bepaalde groepen mensen gedurende de periodes dat die hulp werd geboden. Zo zullen de gezamenlijke hulporganisaties de ontheemden, die we de laatste weken bijna dagelijks op onze televisieschermen voorbij zagen komen, de komende maanden van elementaire levensbehoeften voorzien.

Vanuit het perspectief van de ontheemden is de hulp bijna altijd te weinig. Dat is nu zo en dat was nog meer het geval in de periode voor 2003, toen misschien wel 80 procent van de oorlogsslachtoffers geen enkele hulp ontving.

Maar duidelijk is dat een groot deel van de geboden hulp verdwijnt in een zwart gat. Ik doel vooral op de grotere hulpprogramma’s die uitgevoerd worden in samenwerking met de Congolese overheid. Dergelijke activiteiten zijn er legio. In de eerste plaats heb ik het dan over de grootste vredesmissie uit de geschiedenis van de VN, MONUC, van een miljard dollar per jaar. De verkiezingen van 2006 waren het tweede grote project dat de donoren geheel hebben bekostigd. Met een prijskaartje van ongeveer een half miljard dollar waren dat de duurste uit de Afrikaanse geschiedenis. Verder werden in Congo honderden miljoenen gespendeerd aan hervormingen in de krijgsmacht, soldij van militairen, vredesonderhandelingen en aan maatregelen om de decentralisatie van het bestuur te bevorderen.

Al die inspanningen hebben er weliswaar voor gezorgd dat er een einde kwam aan een slepende oorlog (1998-2003). Maar ze hebben er ook toe geleid dat een reeds bestaand systeem van corruptie, nepotisme en geweld in stand kon worden gehouden.

Het land wordt bestuurd door mensen die baat hebben bij ordeloosheid. In een chaotische situatie is het onmogelijk voor parlementen en donoren om overheidsuitgaven te controleren. Bovendien leidt de aversie tegen een vijand, of die nu Nkunda heet of Rwanda, de aandacht af van het eigen falen.

Een goede advocaat zou een poging kunnen wagen om een rechtbank ervan te overtuigen dat de inspanningen van de internationale donoren een destructief systeem legitimiteit heeft verschaft en dus averechts heeft gewerkt. Ik wil niet zover gaan, want ik weet niet wat de gevolgen van het alternatief, de oorlog laten uitwoeden, waren geweest. Ik kan me echter voorstellen, dat er dan heviger maar veel korter gevochten zou zijn.

Naar mijn oordeel is de tijd aangebroken om de relatie met Congo eens goed onder de loep te nemen. Willen we doorgaan met het ondersteunen van een corrupt regime dat zijn belofte niet nakomt? Een regime dat samenwerkt met Rwandese rebellen die betrokken waren bij de Rwandese genocide van 1994. Ook een regime dat kansen heeft gemist om de huidige oorlog tegen de troepen van Nkunda te voorkomen en dat nu zelfs tracht Angola erbij te betrekken waardoor de situatie pas echt uit de hand zou kunnen lopen.

In het belang van duurzame vrede moet het bestuurssysteem worden ontmanteld. Hulp moet alleen worden geboden wanneer hervormingen daadwerkelijk plaatsvinden. Beloftes van Congolese politici zijn niet genoeg, want de recente geschiedenis heeft bewezen dat ze die niet waarmaken. Dus als Congo vooruitgang boekt, bijvoorbeeld met het pacificeren van de oostelijke provincies en in de strijd tegen corruptie, dan kan het daarmee hulp verdienen. Zolang er geen verbeteringen optreden, moet de geldkraan gewoon dichtblijven.

Het laatste wat er moet gebeuren is dat Nederland een bijdrage levert aan een EU-troepenmacht, want die zal zich niet kunnen onttrekken aan een zekere samenwerking met het Congolese leger dat op zijn beurt samenwerkt met de Rwandese rebellen. De EU zou dan dus een indirecte samenwerking aangaan met milities die een genocide op hun geweten hebben. Bovendien zou het EU-leger dan samenwerken met een Congolees leger dat volgens VN-rapporten, zowel in de voorbije weken als de jaren daarvoor, talloze moorden en verkrachtingen op haar geweten heeft.

Stoppen met het bieden van hulp, wat mij betreft met uitzondering van noodhulp aan de ontheemden, staat niet gelijk aan het in de steek laten van de Congolezen. Integendeel; wanneer het op de juiste manier gebeurt, is het de enige manier om de Congolezen een toekomstperspectief te bieden.

Hans Romkema was van 2000 tot 2004 betrokken bij lokale vredesinitiatieven in Oost-Congo namens de ngo Life and Peace Institute. Momenteel werkt hij aan een boek over Congo.