Eetbare aarde als voedsel en medicijn

Op haar reizen ontdekt schrijfster en fotografe Linda Roodenburg de wereld via de eetgewoontes van mensen. Vandaag: geofagie, een ziekte.

Waarom eten mensen aarde? Alleen bij gebrek aan echt voedsel? Bewoners van Haïti stillen hun honger met koekjes van gebakken modder en Papoea’s in het binnenland van Nieuw-Guinea vertellen dat zij aarde eten als ze niets anders kunnen vinden. Ook is bekend dat slaven in het zuiden van Noord-Amerika zo ongezond veel aarde aten, dat plantage-eigenaren hen mondkappen voorbonden om dit te verhinderen. Toch eten ook minder hongerigen wel eens aarde. In Tortilla’s voor de Daltons (Lucky Luke) vraagt smulpaap Averell Dalton „Hoe heet dit krokant gebakken korstje?”, waarop het antwoord luidt: „Dat heet een gebakken aardewerken kommetje.”

„Bij vele wilde en halfbeschaafde volken van Azië, negervolken van Afrika en de Indianen van Amerika, ja zelfs in Zuid-Europa wordt aarde gegeten”, schreef G.A. Wilken in een volkenkundige studie over Nederlandsch-Indië uit 1883. Geofagie is de term voor het eten van aarde. Het klinkt als een ziekte en volgens de World Health Organization is het dat ook, maar volgens Wilken vonden Javanen aarde eten heel normaal. Ze kenden diverse soorten en smaken ampo, die ze zorgvuldig klaar maakten. Eerst werd de klei gewassen, van zand en stenen gezuiverd om vervolgens een nachtje te bezinken. Daarna kneedden ze er pijpjes of platte koekjes van die met een zoutoplossing werden besprenkeld. Ten slotte werden ze geroosterd. Soms aten ze de aarde ook wel rauw. Wilken zag Javaanse herdersjongetjes door landkrabben omhoog geduwde kuiltjes klei zomaar in hun mond stoppen.

Aarde bevat mineralen. In roodbruine aarde zit veel ijzer en er kunnen meer voor de mens onmisbare sporenelementen in zitten. Zwangere vrouwen in de hele wereld weten dat. Javaanse vrouwen gaan ervan uit dat de aarde goed is voor de aanstaande baby en vrouwen in Afrika eten aarde en brosse stenen tegen de misselijkheid in de eerste maanden. Wie zwanger is heeft in de beginperiode behoefte aan extra mineralen en dat verklaart de trek in een stukje aarde, krijtjes of as en wellicht ook de neiging van sommige westerse vrouwen om de geur van wasbenzine, teer of kerosine op te snuiven.

Wilken associeert het eten van aarde met onbeschaafde volken. In zijn tijd is onbeschaafd een ander woord voor niet-Europees. Blijkbaar wist hij niet dat geofagie ook in de westerse beschaving voorkomt. En dan hebben we het niet over de Amerikaanse mudcookies of ons eigen zandgebak. Griekse en Romeinse medici uit de klassieke oudheid maken er al melding van en de westerse natuurgeneeskunde schrijft in water opgeloste klei voor tegen voedselvergiftiging en diarree. De absorberende en ontgiftende werking van aarde is overigens ook bekend bij bewoners van het Andesgebergte in Zuid-Amerika. Daar bestaat een gerecht van aardappels met een kleisaus. De aangelengde aarde neutraliseert de giftige stoffen die in aardappels kunnen zitten.

Mensen eten dus aarde om de honger te stillen, als voedselsupplement of als medicijn. Maar daarmee is de kous niet af. Gabriel García Marquez beschrijft in Honderd Jaar Eenzaamheid een acuut geval van geofagie bij de wanhopig verliefde Rebecca. Midden in de nacht rent ze de tuin in om handenvol aarde in haar mond te proppen, inclusief wormen en slakkenhuizen. Dit lijkt op wat in de psychiatrie pica wordt genoemd: een mentale stoornis waarbij de patiënt allerlei oneetbare dingen in de mond stopt.

Maar Wilken ontdekte nog een reden om aarde te eten. Werkers in de Oranje-Nassaumijn op Borneo waren volgens hem verslaafd aan kolenklei die voor 28 procent uit teer bestond. „De aarde-eters zien er bleek en opgezet uit; de oogranden hebben een ontstoken voorkomen. Voorts lijden zij aan slaapzucht, zijn veelal geconstipeerd en daardoor melancholisch gestemd.”