Een betere machtspoliticus dan haar partij denkt

Femke Halsema ís GroenLinks. Tot verdriet van traditioneel links in haar partij, maar tot vreugde van vrijzinnige, jonge leden. Zonder haar is de partij nergens. Met haar heeft de partij een liberaal boegbeeld dat graag shopt.

Twee keer in haar leven millimeterde ze het haar. Op haar vijftiende, om zich af te zetten tegen de keurig-provinciale omgeving waarin ze opgroeide. En op haar drieëndertigste, om als Kamerlid af te zijn van de bovenmatige aandacht voor haar uiterlijk. Femke Halsema wilde naam maken als politica, niet als „een van de pitspoezen op het Binnenhof”, zoals CDA’er Hans Hillen de jonge vrouwen in de Tweede Kamer noemde in het jaar dat Halsema toetrad tot het parlement.

Het zou er allemaal niet toe doen als Halsema niet ook zelf, tien jaar na de opmerking van Hillen, het gesprek over haar uiterlijk in de lucht houdt. Gisteren presenteerde ze haar boek Geluk! Voorbij de hyperconsumptie, haast en hufterigheid dat zelfs begint met een uitweiding over haar jurkjesverslaving. En haar voorliefde voor dure tassen. Vooral op de vrije zaterdagochtend, schrijft ze, kan de koopwoede haar overvallen. Dan slaat ze kledingstukken in die een jaar later ongedragen naar de kledingkast van een vriendin verhuizen. „Mijn koopgedrag is de afgelopen jaren mijn leven meer gaan beheersen.”

Deze persoonlijke worsteling met het ‘hyperconsumentisme’ vormt de basis voor het politieke alternatief dat de onbetwiste leider van GroenLinks schetst in haar boek. Het is een pleidooi om die ‘hyperconsumptie, haast en hufterigheid’ in het hart van het politieke debat te plaatsen. En uit de persoonlijke sfeer te halen van schuld en boete. Burgers moeten niet, schrijft Halsema, zwaaien met een opgestoken vinger. Ze moeten de overheid aanzetten tot maatregelen die hen stimuleren tot het goede. En die schadelijk gedrag ontmoedigen. Haar analyse van de misstanden in onze maatschappij mondt uit in een laatste hoofdstuk vol beleidsadviezen, van een beperking van reclame-uitingen (die bijdragen aan de ‘kolonisering’ van de consument) tot het inperken van de vrijheid van commerciële projectontwikkelaars.

Komende zaterdag houdt GroenLinks een partijcongres in Tilburg. Na een maandenlange zogenaamde ‘afstofoperatie’, zullen de uitgangspunten van de partij in ‘gemoderniseerde vorm’ aan de leden worden voorgelegd. Onvermijdelijk zullen die uitgangspunten om aandacht concurreren met de politieke conclusies die Halsema in haar boek trekt.

Wat is voor de partij van groter belang? Harmen Binnema, lid van de partijraad en Statenlid in Noord-Holland: „Laat ik eerlijk zijn: wat wij daar in Tilburg presenteren, doet er niet toe. Wat zij zegt en doet, is bepalend.” Binnema is niet de enige die dit met zoveel stelligheid beweert. Vriend en vijand van Halsema blijken het over één ding eens: Femke Halsema is de partij. Koers en partij vallen samen in haar persoon.

De meest gehoorde verklaring: haar populariteit, zowel binnen als buiten de partij. Campagnemanager van GroenLinks Jaap de Bruijn heeft de cijfers paraat: „Onder haar eigen kiezers scoort ze een 7,4. Onder burgers die geen GroenLinks stemmen een 6,4. Dat is opvallend hoog.”

De partij heeft geen electorale munt uit die populariteit weten te slaan. Sinds ze Rosenmöller opvolgde, in 2002, heeft ze zes verkiezingen verloren. Onbetwist was haar leiderschap daarom niet altijd. Een groep leden van de partij rond oud-senator Leo Platvoet, kwam in opstand na de laatste verloren Kamerverkiezingen. De groep noemt zichzelf KritischGroenLinks.

Ze kreeg aanvankelijk veel leden mee; GroenLinksers die teleurgesteld waren dat Halsema niet eens een poging had ondernomen om met PvdA en CDA te onderhandelen over regeringsdeelname. Ook de koers die de partij onder Halsema had ingezet, beviel de groep niet. Te vrijzinnig. Te elitair ook, door Halsema’s nadruk op tolerantie en burgerrechten. En niet links genoeg; te ver losgezongen van actiewezen en vakbonden.

Vooral Halsema’s rapport Vrijheid eerlijk delen, met daarin een pleidooi voor de versoepeling van het ontslagrecht, vormde een steen des aanstoots. Tot overmaat van ramp won de SP, de concurrent ter linkerzijde, bij de laatste verkiezingen zestien zetels. Platvoet: „Men vindt haar een goede debater in de Kamer, maar daarmee vergaar je geen kiezers. Dat is wel gebleken.” Dat bij de afgelopen Kamerverkiezingen alleen grote winst werd geboekt in villadorpen als Wassenaar, Bloemendaal en Haren, versterkte het elitaire beeld van de partij.

„Het gaat om meer dan alleen beeldvorming”, zegt Kamerlid Ronald van Raak (SP), die verschillen tussen partijen graag ideologisch duidt. Van Raak heeft GroenLinks zien wegdrijven van de SP: „GroenLinks is nu: Hoe een leuke vrouw het neoliberalisme fatsoeneert. Hun kiezers, meestal hoogopgeleide tweeverdieners, spiegelen zich aan Halsema. Ze stellen vrijheid op prijs, omdat ze de middelen hebben die vrijheid te benutten; de overheid moet ze dan niet te veel voor de voeten lopen. Dat is anders bij de kiezers van de SP. Die hebben een overheid nodig die ze bijstaat.”

Halsema wist de aanvallen op haar leiderschap te pareren. Dick Pels, voorzitter van de links-liberale denktank Waterland: „Ze is een betere machtspolitica dan ze in de partij in de gaten hebben.” Zelf zei Halsema : „Ik ben een lopend politiek wonder. Niemand heeft zo vaak verloren, niemand is tegelijkertijd nog zo alive and kicking.”

Campagnemanager De Bruijn vindt het „logisch” dat het rommelt in de traditionele achterban. „Het probleem is dat Femke zich sterker heeft ontwikkeld dan de partij. De oude leden zitten dichter bij de SP dan bij D66, wat je van haar niet kunt zeggen. Tegelijk blijft de vraag: waar zitten de kiezers? Ik kan je vertellen: leden van de partij vormen geen goede afspiegeling van het kiezerspotentieel. Het is goed dat ze zich niet te veel van hen aantrekt. Zij is populairder dan de partij. In een ‘personendemocratie’ zouden partijleden daar blij om moeten zijn.”

Er speelt een generatieconflict, menen Halsema-fans binnen de partij. Alleen ouderen klagen, menen zij. Jesse Klaver, voorzitter van GroenLinks’ jongerenorganisatie Dwars, prijst haar inderdaad in bijna geëxalteerde bewoordingen. „Messcherp” is ze. En „de meest vernieuwende politicus van Nederland”. De lof voor Halsema van het jonge Kamerlid Tofik Dibi (27) doet daar nauwelijks voor onder.

Binnema meent dat de traditionele achterban zich „gegijzeld” voelt door de populariteit van Halsema. Zelf hoort hij niet bij KritischGroenLinks, maar hij vindt dat de partij tegengeluiden goed kan gebruiken. „We noemen onszelf wel een ideeënpartij, maar rond Femke, vooral in de Tweede Kamerfractie, lopen kritiekloze mensen die het bijna allemaal in alles met haar eens zijn.” Halsema heeft volgens Binnema ook de neiging om die mensen aan te trekken. „En daardoor ontstaan blinde vlekken in de partij.”

Het verbaasde nogal wat partijleden dat zelfs voormalig fractiegenoot Wijnand Duyvendak het snel met haar eens was toen zij in augustus beweerde dat hij de partij had geschaad, met zijn onthullingen over zijn verleden als activist. De affaire bracht de spanning aan het licht tussen Halsema’s rechtsstatelijkheid en het activisme van een deel van de achterban.

Tegelijk liet de affaire zien hoe schrander Halsema als politicus is geworden. Ze was woedend geweest over een commentaar in de Volkskrant, waarin de partij „een reclasseringsinstelling voor politieke delinquenten” werd genoemd. Hoofdredacteur Pieter Broertjes werd ontboden om het uit te praten. Maar op een ‘uithuilsessie’ waar Halsema en Duyvendak zich verstonden met boze leden, gebruikte ze die zin ook om te laten inzien hoe zinloos het zou zijn om Duyvendaks Kamerlidmaatschap voort te zetten.

Door haar succes spreekt Pels over „het beste meisje van de klas”. Dat is niet altijd zo geweest. In de brugklas kwam Halsema een tiende punt te kort voor het atheneum. In 4-havo bleef ze zitten met vijf enen. En ze werd afgewezen voor de toneelschool.

Lange tijd wist ze naar eigen zeggen niet wat ze aan moest met haar leven. Haar ouders hebben zich tot haar 23ste ernstige zorgen over haar gemaakt. „Een beetje een punkgrietje, die blowde en zich ophield in kraakpanden”, vatte de krant Tubantia haar leven in de jaren tachtig samen. Dezelfde krant had jaren eerder het jaarsalaris gepubliceerd van Halsema's moeder, die PvdA-wethouder was in Enschede. Tot twee cijfers achter de komma. Op school werd dochter Femke uitgescholden voor „salonsocialist” en „rijke rooie”.

De wederopstanding kwam op de Vrije Hogeschool in Driebergen. Via de lerarenopleiding belandde ze vervolgens op de Universiteit Utrecht, waar ze algemene sociale wetenschappen studeerde. Afstudeerrichting: ‘multi-etnische samenleving’.

Halsema’s politieke carrière begon in 1993, als stafmedewerker van het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Ze ergerde zich aan de harde bezuinigingen van het eerste kabinet-Kok. Net als aan de gebrekkige invloed die intellectuele discussies hadden op de partijleiding: de aandacht voor welvaartsvergroting drukte al het andere in de partij weg. „Ze is consistent in haar opvattingen”, zegt Paul Kalma, tegenwoordig Kamerlid voor de PvdA en destijds Halsema’s mentor bij het wetenschappelijk instituut. „Ook toen keerde ze zich al tegen het biefstuksocialisme [materiële welvaart voor iedereen].” Ze heeft, volgens Kalma, „een herkenbare positie: niet zonder meer alle marktwerking verketteren en vrijzinnigheid voorop stellen. Maar met haar notitie Vrijheid eerlijk delen is ze volgens hem doorgeschoten in liberale richting.

Die nota bracht de JOVD, de jongerenorganisatie van de VVD, ertoe Halsema in januari 2006 uit te roepen tot ‘liberaal van het jaar’. Het wekte de voorspelbare ergernis van enkele GroenLinks-prominenten.

Dick Pels, de socioloog die door Femke Halsema in een vroeg stadium werd betrokken bij het denken over haar boek, is juist „heel blij” dat Halsema „het liberalisme naar links heeft getrokken”. Maar hij heeft ook kritiek, juist van vrijzinnig-liberale kant. „Ze lijdt aan de liberale idee-fixe dat mensen zelf weten wat het beste voor ze is. Dat is niet zo. Daarom zul je ook vrijzinnige waarden moeten uitdragen.”

Behalve aan de bekende dag- en weekbladen gaf Halsema in de tien jaar van haar Kamerlidmaatschap talloze interviews aan vrouwenbladen, zoals Viva, Esta en MarieClaire. Vooral daarin onderstreept ze blij te zijn steeds minder „drammerig” over te komen. De vraag is of moraliserende politiek kan zonder drammerig te zijn. Nee, zegt partijraadslid Binnema: „Je kunt niet vrijblijvend moraliseren. Als je overtuigd bent van je idealen, moet je wel voor ze gaan.”

Oud-senator Platvoet zegt het harder: „Femke zit in een spagaat, want ze leeft met twee zielen in haar borst. Eén is hyperindividualistisch. De ander wil de overheid gebruiken als instrument voor een betere wereld.” Zelf zegt Halsema: tegenstellingen en twijfel horen bij onze partij.

Dat zal op het congres komende zaterdag ook weer blijken. Maar behalve over beginselen, zal daar ook de discussie beginnen over de toekomst van hun leider. De partijregels schrijven voor dat een Kamerlid na drie termijnen opstapt. Voor Halsema is dat over twee jaar. Maar het congres kan haar vragen langer te blijven.

Voor haar fans is dat belangrijk. „Zonder Femke was ik nooit politiek actief geworden”, zegt Tofik Dibi. Hij houdt zijn hart vast bij de gedachte aan GroenLinks zonder haar leiderschap. Ook electoraal, ondanks haar verloren verkiezingen. „Als ik door Paradiso in Amsterdam loop, roepen bekenden naar me: ik heb op Femke gestemd. Nooit: ik stem op GroenLinks.”