Doorgeprikte sprookjes van Elfriede Jelinek

Theater

Prinsessendrama’s van Elfriede Jelinek, door Dood Paard.

Tournee t/m 19/12. Inl: www.doodpaard.nl. **

Een woud van plastic dennen vult de toneelvloer. Muziek uit de Disneyfilm Sneeuwwitje weerklinkt. Tv-camera’s in de bomen tonen de mutsen van de zeven dwergen, een jager met geweer en hoed zit klaar op een inklapbare kruk. En daar verschijnt ze al, de maagdelijk witte prinses. Ze draagt niet alleen een wit jurkje, maar ook een witte pruik. Aan de knokige knieën zie je dat er een man in de prinsessenjurk steekt.

Het is Gillis Biesheuvel, een van de leden van Dood Paard. Het gezelschap speelt de Prinsessendrama’s van Elfriede Jelinek, maar echte drama’s zijn het niet. Het zijn lange, uitzinnige monologen, soms onderbroken door stemmen van anderen, maar nooit uitmondend in vitale gesprekken of levend, dynamisch toneel. Maak daar maar eens een spannende voorstelling van.

Elfriede windt zich op over de vrouw als object. Over de vrouw die geleefd wordt zonder zelf te leven. Mannen, massamedia en mythes hollen haar van binnen uit. Wij meisjes hebben allemaal geleerd om mooi te zijn en geduldig te wachten. Op de prins die ons wakker kust. Jelinek prikt zulke sprookjes door. Haar vrouwenfiguren zijn dood als zij beginnen te spreken, maar monddood waren ze altijd al, hun ziel werd hen door de macht van sociale clichés ontnomen. De drama’s maken deel uit van de reeks De dood en het meisje, en die doodsobsessie leidt tot morbide proza. Vooral in Jackie, de monoloog van een op Jacqueline Kennedy lijkend wezen. Jackie verloor twee baby’s en nog meer mannen. In Jelineks regieaanwijzingen sleept zij de doden letterlijk achter zich aan.

Bij Dood Paard geen gesleep met lijken. Wel vier Jackies bij elkaar, allemaal met dezelfde pruik, dezelfde zonnebril en hetzelfde pakje, gespeeld door één vrouw en drie mannen.

Dood Paard koos van de vijf Prinsessendrama’s de drie toegankelijkste uit. Naast Jackie ook Sneeuwwitje en Doornroosje. Maar zelfs deze enigszins begrijpelijke stukken stellen Dood Paard voor onoverkomelijke problemen. De groep heeft geen affiniteit met de Duitse cultuur. Verwijzingen naar filosofie, literatuur en muziek, de woordspelingen, de Freudiaanse seksuele connotaties en alle andere geintjes worden domweg over het hoofd gezien.

Dat ligt niet aan de knappe vertaling van Ria van Hengel. Dat ligt aan de afwezigheid van een bezielende regisseur. Het eigenzinnige collectiefje neemt alles zelf ter hand. Biesheuvel speelt nog wel aardig. Manja Topper ook. De anderen acteren met merkwaardig starre gezichten. Zelfs de besten van Dood Paard kunnen niet bij Jelineks woede.

Anneriek de Jong