De werkloze die schoffelt

Is een werkloze man die verplicht moet schoffelen bij de gemeente slachtoffer van ‘dwangarbeid’?

Of is het burgerplicht?

De zaak

Een werkloze man protesteert bij de bestuursrechter tegen een strafkorting van 40 procent op zijn bijstandsuitkering gedurende één maand. Die is hem opgelegd omdat hij weigerde mee te doen aan de verplichte werktraining van de gemeente Arnhem. Het werk bestond uit schoffelen en wieden of het in- of uitpakken van lijmtubes. De man moest zo arbeidsvaardigheden opdoen als op tijd komen, omgaan met collega’s en opdrachten aanvaarden.

Het juridisch conflict

Het stadsbestuur van Arnhem zegt dat ieder die een beroep doet op de wet Werk en Bijstand hieraan moet meedoen. Doel: sociale activering en arbeidsinschakeling. De vakbond Abvakabo zegt namens de werkloze dat diens mensenrechten worden geschonden. Dat hij tot werk wordt gedwongen dat ver onder zijn niveau ligt. Op straffe van verlies van inkomen moet hij verplicht werken. Dat is arbeid onder fysieke of psychische dwang en derhalve volgens twee internationale verdragen verboden dwangarbeid. Ook als de man daar toestemming voor gaf.

Is verplicht schoffelen bij de gemeente dwangarbeid?

De rechtbank vindt dat dat een redelijk, binnen de democratische rechtsorde passend middel is om werklozen aan het werk te krijgen. Verplicht kiezen tussen schoffelen of inpakken is ‘in zijn algemeenheid’ geen dwangarbeid. Ook was meedoen voor deze burger geen excessieve belasting en ook niet ‘disproportioneel’, ondanks zijn opleiding. Maar als hij eerst een maandje of drie had meegedaan en daarna voortzetting had geweigerd, was ‘dwangarbeid’ wel denkbaar geweest. Maar dan moet het wel ‘volstrekt duidelijk’ zijn dat de werkloze niet sneller aan een baan zou komen als hij blijft schoffelen.

Maar desondanks....

Krijgt de gemeente ook nu geen gelijk. Je mag niet zomaar iedere bijstandsgerechtigde een overall aantrekken met de mededeling ‘dat is goed voor u’. Deelname is in zijn algemeenheid geen ‘normale burgerplicht’, zoals de gemeente betoogde. In de wet wordt aan de uitkering niet de plicht tot (onbetaalde) arbeid verbonden. Wie te horen krijgt dat niet meedoen leidt tot verlaging van de uitkering zit wel degelijk in een dwangpositie. Er is ‘manifeste ongelijkheid’ tussen gemeente en burger. Dwangarbeid mag dan overdreven zijn, een ‘werkervaringsovereenkomst’ mag je zoiets niet noemen.

Moet de gemeente dan maatwerk bieden?

Ja, althans meer dan nu is gebeurd. In de wet staat volgens de rechter dat zo’n trainingsprogramma ‘noodzakelijk’ moet zijn om de werkloze weer aan een baan te helpen. Het ‘zonder meer’ verwijzen van iedere werkloze naar het ‘uiterst beperkte’ aanbod van schoffelen of inpakken is niet genoeg. In dit geval was bovendien duidelijk dat deze aanpak voor deze persoon niet nodig was.