De knie van Ruud

Jack van Gelder nam het vliegtuig naar Colorado in Amerika. Hij was de eerste die Ruud van Nistelrooy zou spreken na de operatie aan zijn gewraakte, gekraakte knie. Ruud zat in een stoel in een hotel. Hij keek naar Jack van Gelder die buiten beeld net naast de camera zat.

Ze praatten over hoe het allemaal zo gekomen was en vooral hoe het was om weer terug te zijn met diezelfde knie, ruim acht jaar na de vorige operatie. Ruud was nuchter, hij zag het allemaal wel weer goed komen met zijn knie.

‘Heb je gejankt?’ vroeg Jack.

Is janken om blessureverdriet erger dan dat je als spits je schouders ophaalt en murmelt: heb ik weer. Wat zeggen tranen over verdriet? Ikzelf laat het al stromen als Bambie met die ronde ogen het witte doek opwandelt. Maar ik huil net zo makkelijk om de voortreffelijke smaak van een hertenbiefstuk.

‘Nee’, antwoordde Ruud kalm. ‘Ik kreeg wel letterlijk een wegtrekker, ik moest even gaan zitten, liggen, wat drinken, wat suiker… Ja, het was heftig.’

Mooi beeld: Ruud met dat lange gezicht incasseert, hoort de ernst van de blessure; vanwege kapot kraakbeen moet hij negen maanden revalideren. Suikerklontje op zijn tong, kussen in zijn nek.

Voorzichtig peuterde Jack van Gelder verder aan de gevoelige knie. Had hij de afgelopen jaren al eens gemerkt dat het niet helemaal goed zat daarbinnen? Had hij daarom afgezegd voor het Nederlands elftal? Het was duidelijk; Jack had alle tijd.

Ruud vertelde hoe goed de knie zich altijd had gehouden. Hij had de Amerikaanse arts afgelopen week zelfs gecomplimenteerd met de operatie van acht jaar geleden. ‘Hij was nooit dik, ik had nooit pijn’, aldus Ruud.

Ze spraken over de knie van de afgelopen acht jaar. De knie van Manchester United, van Real Madrid, van Oranje. De knie die nooit dik werd en nooit pijn deed. Toen kwam het. Jack van Gelder stelde de perfecte vraag: ‘Heb je aan hem gedacht, vaak?’

Hem.

De knie was in één seconde een volwaardige partner geworden. De evenknie van Ruud. Een knie waarmee je kon lachen en huilen, een knie om lekker mee in bed te duiken, om mee te zwemmen, om mee te zuipen. Je beste maatje, je vertrouweling, een echte ‘hem’, een macho die je nooit in de steek liet.

Ruud reageerde volkomen naturel op de vraag van Jack van Gelder. Eindelijk werd er naar zijn beste maatje gevraagd, naar ‘hem’, met wie hij zoveel had meegemaakt. Natuurlijk dacht hij ook aan zijn vrouw en zijn twee kinderen. Maar zijn knie, daar was hij toch echt heel goede vrienden mee. Ruud, over de acht jaar samenzijn: ‘Het is fantastisch geweest, ik heb er zoveel plezier aan gehad.’

Misschien was Ruud eerlijk en had hij de afgelopen voetbaljaren nooit aan zijn knie gedacht. Vanaf nu is het anders. Ruud en zijn kapotte knie zijn tot elkaar veroordeeld. In krachthonken, op de massagetafel, in de wachtkamer bij de kniedokter; ze zullen vaker samen zijn dan ooit. Niemand kan met zekerheid zeggen of het duo ooit nog gezond in het stadion Bernabéu van Real Madrid zal staan.

Ruud geloofde nog heilig in het tweemanschap. ‘Ik ben nog niet klaar’, zei hij. Jammer dat het een beetje een stille is, die knie. Ik had ‘hem’ ook graag gehoord over hun ellende.

Wilfried de Jong