Bondscoach zoekt schaatsers die Kramer kunnen volgen

De ploegachtervolging is een volwaardig olympisch onderdeel, maar schaatsers trainen er nauwelijks op. „De toppers bepalen zelf wanneer ze willen rijden.”

De ‘hand van Sven’ moest er gisteren aan te pas komen om de Nederlandse achtervolgingsploeg in Thialf aan de eerste wereldbekerzege van het seizoen te helpen. Simon Kuipers kon de laatste ronde niet meer aanklampen bij Kramer en Carl Verheijen, maar het verlossende duwtje in de rug hield het trio bijeen. Nederland (3.42,29) bleef het Amerikaanse treintje van Shani Davis, Chad Hedrick en Trevor Marsicano (3.43,48) net voor. Voor het eerst reden Davis en Hedrick samen.

De jongste olympische schaatsdiscipline is bij de Nederlandse schaatsers nog lang geen ingesleten routine. Bondscoach Wopke de Vegt probeert dit seizoen verschillende combinaties uit om voor Vancouver (2010) met het ideale trio te vinden. „Als je het heel plat zegt moet je een team samenstellen van jongens die Sven Kramer kunnen volgen”, zegt hij. Hij heeft vijf gegadigden: TVM’ers Carl Verheijen, Erben Wennemars en Wouter Olde Heuvel en de DSB’ers Simon Kuipers en Mark Tuitert.

Hoewel de achtervolging sinds Turijn (2006) olympisch is, blijft het een buitenbeentje. Het nummer wordt af en toe op een World Cup gereden, maar schaatsers trainen er nauwelijks op. De Vegt: „We hebben dit seizoen twee volle dagdelen getraind. We zoeken nu naar een moment dat iedereen weer in Nederland is.” Hij gokt op de Kerstdagen.

Er bestaan weinig olympische disciplines waarbij een handvol gezamenlijke trainingen per jaar volstaat, maar dat is volgens De Vegt inherent aan de volle kalender. De Nederlandse schaatsers hebben bovendien hun eigen ploegen, waardoor de TVM’ers en de DSB’ers bijna dagelijks in elkaars slag kunnen schaatsen. „Andere landen hebben ook geen aparte achtervolgingsploegen”, zegt De Vegt. „En wij kunnen het ons permitteren. De kracht van ons team is de combinatie van jongens die op verschillende afstanden goed kunnen schaatsen.”

Hij zoekt dit seizoen naar de ideale combinatie: schaatsers die genoeg snelheid en uithoudingsvermogen hebben voor zes rondjes in het kielzog van Kramer, rijders die de Fries een rondje rust kunnen geven, die in elkaars slag kunnen rijden en die als team kunnen rijden. Voor ‘Vancouver’ mag hij drie schaatsers en een reserve inschrijven. „Die wil ik volgend jaar zo vroeg mogelijk samen laten trainen”, zegt De Vegt.

Met die filosofie op de achtergrond kwam bij de World Cup in Berlijn, vorig weekeinde, een ander trio op de baan dan gisteren. Van wedijver tussen de leden van de merkenteams, TVM en DSB, is volgens De Vegt geen sprake. „Ik heb vanaf de eerste training geëist dat er geen twee partijen op het ijs zijn. We rijden in hetzelfde nationale pak.”

Volgens oud-bondscoach Ab Krook, eindverantwoordelijke tijdens de Winterspelen in Turijn, liggen meer pragmatische redenen ten grondslag aan de wisselende samenstellingen van de achtervolgingsploeg. „Het wordt experimenteren genoemd, maar het komt gewoon omdat de toppers zelf bepalen wanneer ze willen rijden. Zij willen niet alles rijden om te voorkomen dat ze overbelast raken. De individuele belangen van de schaatsers gaan voor.”

Maar de schaatsers zelf zweren bij het belang van de teamrace. „Het is een heel volwassen onderdeel”, zegt Kramer. „En leuk om te doen.” Verheijen noemt het „een hartstikke mooi” nummer. Ook volgens De Vegt vinden de schaatsers het eerder „een highlight” dan een bijnummer.

Hoe ‘jong’ de achtervolging ook is, Nederland heeft al een beladen verleden. Op basis van de individuele prestaties zou Nederland superieur moeten zijn, maar voor teamschaatsen gelden aparte wetten. In Turijn ging het mis doordat Kramer op een blokje stapte. Vorige week trapte Verheijen in Berlijn op de schaats van Tuitert.

Volgens Krook had dat laatste incident vermoedelijk te maken met het gebrek aan gezamenlijke trainingen. Verheijen erkent dat. „Het is nog geen automatisme om met Mark te rijden, zoals met Sven, Erben en Wouter.”

Volgens Krook zien de Nederlanders de ploegachtervolging nog altijd als „een bijnummer”. „Maar zij kunnen zich dat permitteren met een topper als Kramer. Als iedereen ongeveer hetzelfde niveau had zou het team winnen met het optimale aflossingssysteem, met rijders die puur in elkaars slag rijden, die qua grootte aerodynamisch bij elkaar passen. Maar Sven vangt dat allemaal op; hij steekt er met kop en schouders bovenuit. Als er geen rare dingen gebeuren winnen in Vancouver zowel de Nederlandse mannen als de vrouwen.”

Des te meer reden om met meer schaatsers te trainen, vindt Verheijen. Hij was in Turijn al van de partij. „Kramer is de onbetwiste nummer één, maar stel je voor dat hij ziek wordt. Dan moet je iemand anders hebben. Het is goed dit seizoen constant te wisselen van samenstelling, om aan elkaar te wennen, om met elkaar te leren communiceren. Dat moet je dit seizoen doen, niet volgend seizoen.”