Berlijn voelt weinig voor overeind houden Opel

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis is de verkoop van auto’s ingestort. Het toch al noodlijdende Duitse Opel heeft bij de regering aangeklopt voor steun.

De Duitse autofabrikant Opel is door de kredietcrisis in ernstige problemen geraakt. De onderneming zoekt steun bij de staat. Vandaag wordt in Berlijn onder leiding van bondskanselier Angela Merkel gesproken over Opel en de toekomst van de Duitse auto-industrie.

General Motors, de eigenaar van Opel, zit in acute nood. Deze week wordt in Washington over staatssteun aan het concern beslist. De Duitse dochter is in moeilijkheden geraakt door liquiditeitsproblemen op het Amerikaanse hoofdkantoor, achterblijvende vraag naar auto’s in Europa en door de malaise die Opel zelf al jarenlang doormaakt. Van de Duitse autofabrikanten is Opel de zwakste.

De Duitse minister van Financiën Peer Steinbrück zei vanmorgen, voorafgaand aan het Opel-overleg in Berlijn, dat een algemeen conjunctuurprogramma voor de Duitse auto-industrie „geen zin” heeft. Zo’n steunprogramma kan volgens Steinbrück de vraag naar auto’s niet vervangen. „Bovendien is de staat niet verantwoordelijk voor de fouten van de industrie.”

Opel is sinds 1929, met een onderbreking in de oorlogsjaren, een dochterbedrijf van General Motors. Adam Opel geldt als oprichter van de onderneming, die oorspronkelijk voortkomt uit een naaimachinefabriek in Rüsselsheim, waar later rijwielen en vanaf 1898 auto’s werden gemaakt. In het Interbellum was Opel de grootste autofabrikant van Duitsland. Het vooroorlogse model Olympia was razend populair, net als de naoorlogse opvolgers Opel Kapitän en Opel Rekord. In de jaren zestig en zeventig konden de Opel-fabrieken nauwelijks aan de vraag voldoen naar succesvolle modellen als Kadett, Ascona en Manta. Rond 1970 werkten in de Duitse Opel-fabrieken circa 60.000 mensen. Opel was destijds na Volkswagen de grootste automaker van de Bondsrepubliek.

Maar in de jaren tachtig kwam de klad erin. Een combinatie van te laat reageren op marktontwikkelingen, slechte coördinatie met het Amerikaanse hoofdkantoor, wanbestuur en affaires rond topmanagers leidde ertoe dat Opels marktaandeel steeds verder terugliep, tot minder dan 10 procent in 2007. Reorganisaties en saneringen volgden elkaar in hoog tempo op. In de fabrieken in Bochum, Eisenach, Kaiserslautern en Rüsselsheim werken nu ongeveer 26.000 mensen. Ook in België, Polen, Spanje, Zweden en Groot-Brittannië staan Opel-fabrieken. In het derde kwartaal van dit jaar leed het Europese onderdeel van General Motors een operationeel verlies van 780 miljoen euro.

De Duitse politiek moet uit electorale overwegingen – volgend najaar zijn de Bondsdagverkiezingen – voorzichtig zijn met het botweg weigeren van staatssteun aan Opel. Bondskanselier Merkel heeft dit weekend al gezegd dat ze bereid is om de automaker „te helpen”. Maar waaruit de hulp zal bestaan, onthulde ze niet. Algemeen luidt de verwachting dat andere Duitse autofabrikanten die door de kredietcrisis in problemen zijn geraakt, eveneens hun hand zullen ophouden als Opel steun krijgt.

Hier en daar bestaat de hoop dat General Motors Opel zal afstoten. Jürgen Pieper van zakenbank Metzler zegt vandaag in diverse Duitse media dat verkoop van Opel „de beste oplossing” is, die de grootste overlevingskansen biedt. Ook sommige vakbonden denken in deze richting.

Ferdinand Dudenhöffer, hoogleraar management in Gelsenkirchen en kenner van de auto-industrie, waarschuwt voor ondoordachte steunoperaties. „Laten we afwachten wat er deze week in Amerika gebeurt. Als de Amerikaanse regering General Motors niet ondersteunt, zouden kredietgaranties aan Opel zoiets zijn als een blanco cheque voor Lehman Brothers.” Volgens hem is Opel de laatste decennia kunstmatig overeind gehouden door General Motors en slaagde het Duitse bedrijfsonderdeel er niet in zichzelf weer winstgevend te maken.

De directie van Opel heeft zowel de regering in Berlijn als de regeringen van de vier deelstaten waar het bedrijf fabrieken heeft, om borgstellingen gevraagd. De deelstaat Hessen is bereid om voor 100 tot 300 miljoen euro garant te staan. In de Hessense stad Rüsselsheim is Opels Duitse hoofdkantoor en grootste fabriek gevestigd. Half Rüsselsheim leeft van en voor Opel. Bij de vestiging werken ongeveer 15.500 mensen.