Bekele kwam, liep, faalde, incasseerde en verdween

Meervoudig olympisch kampioen Kenenisa Bekele faalde gisteren bij de Zevenheuvelenloop. Was het wel verantwoord dat hij liep? Of was het geld?

De vraag of Kenenisa Bekele uiteindelijk zijn geld waard was is arbitrair. Een opspelende enkelblessure voorkwam dat de Ethiopiër, algemeen erkend als een van ’s werelds beste langeafstandslopers, gisteren bij de Zevenheuvelenloop in Nijmegen het wereldrecord op de vijftien kilometer verbeterde. De bonus van 100.000 euro ging aan zijn neus voorbij. Maar voor zijn derde plaats incasseerde Bekele nog wel 150.000 euro, een aardig bedrag voor drie kwartier hardlopen op een herfstachtige zondagmiddag.

Het scenario leek zo mooi toen organisator Henk Stevens met Jos Hermens, de manager van Bekele die in Nijmegen ook verantwoordelijk is voor de samenstelling van het deelnemersveld, was overeengekomen dat de Ethiopiër bij de Zevenheuvelenloop een aanval zou doen op de recordtijd (41,29 minuten) van de Keniaan Felix Limo. De olympische kampioen van ‘Peking’ op zowel de vijf als tien kilometer, die een van zijn spaarzame uitstapjes naar een wegwedstrijd zou opluisteren met weer een wereldrecord in zijn loopbaan. De Zevenheuvelenloop kon zijn wedstrijdfaam daarmee vergroten en Bekele zou een volgende stap maken in zijn streven om de beste hardloper aller tijden te worden.

Maar het jubileumfeestje werd verstoord, omdat Bekele vorige week dinsdag een stressfractuur, ofwel een vermoeidheidsbreuk, aan zijn rechterenkel opliep. Niet zo ernstig dat hij zou moeten verzuimen, meldde de loper vanuit Addis Abeba, maar toch. Hermens stuurde hem vrijdag vanaf Schiphol meteen naar het Haagse Bronovo Ziekenhuis voor een mri-scan. De ernst viel mee, medisch gezien kon Bekele lopen, maar dat werd hem wel ontraden.

Die uitkomst stelde Bekele en Hermens voor een dilemma, ieder vanuit een verschillende invalshoek. Bekele wilde koste wat kost starten en Hermens ontraadde hem dat ten zeerste. Het leidde tot een heftige discussie. Hermens voor de wedstrijd: „Ik hoop dat hij zo snel mogelijk uitstapt. Hij moet nog langer mee.” En Bekele na afloop: „Ik bepaal zelf of ik loop en ik ben niet uit Ethiopië gekomen om op te geven.”

Tegengestelde belangen? Hermens keek als manager verder dan de betekenis van de Zevenheuvelenloop, omdat Bekele, samen met diens landgenoot Haile Gebrselassie, de belangrijkste atleet in zijn stal is. Als manager wilde hij het gevaar van kapitaalvernietiging voorkomen. En het belang van Bekele? De sportieve eer, want zo gebrand op succes is hij wel. Maar zou het ook zijn behoefte naar geld kunnen zijn? De loper ontkende het, maar Hermens sloot het niet uit. De verleiding om voor minimaal 150.000 euro enig risico te nemen was ook wel erg groot.

Bekele moet worden nagegeven dat hij al het mogelijke deed om aan de hoge verwachtingen te beantwoorden. Hij liep tot tien kilometer aan de leiding, en onder het wereldrecordschema. Zijn capitulatie voltrok zich na 12,5 kilometer, toen de pijn ondraaglijk werd en Bekele voorbij werd gelopen door zijn achttienjarige landgenoot Ayele Abshiro en de Ugandees Isaac Kiprop. Tegen Hermens’ advies in liep hij de wedstrijd uit en finishte als derde in een tijd van 43,41, twee minuten en twaalf seconden onder het wereldrecord. Voltooiing van de race betekende dat Bekele het volledige startgeld toucheerde; bij opgave zou hem de helft zijn uitgekeerd. De overwinning ging naar Abshiro (42,16), die Kiprop (42,20) in een sprint versloeg.

Terwijl Bekele na afloop krimpend van de pijn op een stoel moest plaatsnemen, bleef Hermens op enige meters afstand foeteren op zijn steratleet. Hij verweet Bekele wel vaker verkeerde keuzes te maken en had bovendien aanmerkingen op zijn arbeidsethos. Hermens: „In tegenstelling tot Gebrselassie is Bekele geen trainingsbeest. Hij wil nog wel eens een lange periode rust nemen. Ik vind dat Bekele te laat met zijn voorbereiding op de Zevenheuvelenloop is begonnen. Nu heeft hij aangegeven het wereldrecord op de 1.500 meter indoor te willen aanvallen. Ik vraag me af of dat goed is, want die afstand vergt een andere aanpak. Als hij de grootste atleet aller tijden wil worden, doet hij er verstandiger aan tien keer wereldkampioen veldlopen te worden. Dan presteert hij iets dat in mijn ogen nooit kan worden overtroffen. Maar Bekele heeft het na vijf wereldtitels gehad met het veldlopen; daarin ziet hij geen uitdaging meer. Ik vind dat hij zich in zijn programmakeuze te veel richt op het overklassen van Gebrselassie. Hij zegt het tegen mij niet hardop, maar ik weet zeker dat het zijn drijfveer is.”

En daarin heeft Hermens gelijk. Want op de vraag wie de grootste atleet van Ethiopië is, gaf Bekele onomwonden antwoord: ik – Í am the greatest.