Academici mogen 'los' in het korps

Twaalf academici mochten anderhalf jaar ideeën spuien en kritiek op de politie geven.

Niet alles bleek bruikbaar, maar zeven deelnemers kregen een contract.

Gewoon met de camera achter agenten aan, om te filmen hoe die met Marokkaanse jongeren omgaan. Videokunstenaar Roos Houniet wilde laten zien dat de twee groepen in Amsterdam-West op elkaar lijken, dat ze allebei kwetsbaar zijn en „vastzitten in verwachtingen”. Maar zo makkelijk ging dat niet. „Agenten hadden er problemen mee. Ze voelden zich te erg gecontroleerd.” Uiteindelijk mocht ze met twee agenten mee.

Houniet maakte deze film, en nog een tweede over camerabeveiliging in Zuid-Afrika, voor het Amsterdamse politiekorps. Ze werd begin 2007 met elf andere pas afgestudeerde academici aan boord gehaald van het Juxtaproject van politiekorps Amsterdam-Amstelland. Juxta – van ‘juxtapositie’ (naast elkaar plaatsen om contrast te zien) was een idee van korpschef Bernard Welten: academici anderhalf jaar lang de ruimte geven om blinde vlekken binnen de politie op te sporen en goede ideeën te bedenken voor het dagelijkse politiewerk.

Na de Schiedammer parkmoord, waarbij de politie grote fouten maakte en een onschuldige man werd veroordeeld, legt de politie meer nadruk op het organiseren van tegenspraak. Het Amsterdamse korps besloot de creativiteit van de academici een kans te geven. De wervingscampagne leverde 230 sollicitaties op. Maar kwam er ook bruikbare tegenspraak uit?

Ja, zegt commissaris Ton Koenders van de politie Amsterdam, die de ‘juxta’s’ begeleidde. „We zijn wakker geschud. De Politieacademie heeft een soort ‘young professionals’-programma. Daarin krijgen de deelnemers concrete opdrachten van korpsen. Maar dat was ons doel niet. Wij wilden nieuwe ideeën krijgen.”

Maar, zegt Koenders, niet alle projecten zijn bruikbaar. Van de films van Houniet, zegt Koenders, „weet ik niet of ze ingevoerd moeten worden. Dat geldt ook voor het kunstboek van ‘beeldend filosoof’ Sam Vooren (zie illustraties).

De onderzoeksresultaten van de groep lopen uiteen: een studie naar moraliteit in het korps, een rapport over het verouderde idee van politiegezag, een onderzoek naar hoe politie-informatie beter moet worden beheerd, en een experiment of meer blauw op straat wel wordt opgemerkt door winkeliers.

Bijna de helft van de Juxta-deelnemers deed iets met ‘beeldvorming’. Dat ging vanzelf, zeggen ze. De reden zou kunnen zijn dat de meeste deelnemers uit de psychologie, filosofie, cultuurwetenschappen en filmstudies komen. Slechts twee bèta’s zaten in het team.

Hoewel dat niet vooraf de bedoeling was, hebben zeven deelnemers een contract voor twee jaar gekregen „om hun ideeën te borgen”, zegt Koenders. Wat er precies gaat gebeuren met hun onderzoeken is nog onduidelijk. Twee praktische projecten, een computerprogramma voor buurtregisseurs van sociaal psycholoog Teun Meurs, en een idee voor beter informatiebeheer, worden in elk geval daadwerkelijk ingevoerd.

Filmwetenschapper Sigrid Burg mag ook blijven. Ze gaat voor de eigen opleidingsacademie van het Amsterdamse korps op zoek naar beelden die over de politie bestaan – zoals fragmenten uit films en series – en die verwerken in lesprogramma’s. Tijdens haar onderzoek probeerde ze te achterhalen wat het sensationele beeld van de politie in de media doet met het korps. „In politieseries kom je bijvoorbeeld de diender als held tegen. Onbewust probeert de politie bij dat beeld aan te sluiten in haar wervingscampagnes. Maar aan het beeld van een heldhaftige agent kan en wil de politie niet voldoen. En dat frustreert.”

De politie moet dus zélf bedenken, concludeerde ze, welke beelden ze bij ‘waakzaam’, ‘dienstbaar’, ‘integer’ en ‘beschaafd’ heeft, woorden die het korps tot waarden heeft verheven. Het kijken naar afleveringen van de politieseries Van Speijk of Baantjer kan daarbij helpen. Burg: „Piet Römer, die in Baantjer speelt, kreeg een penning van Welten, omdat de serie het imago van de Amsterdamse politie zo goed had gedaan.”

De organisatie en de deelnemers bestempelen Juxta als een succes. Toch wordt het programma voorlopig niet herhaald. Commissaris Koenders: „We gaan eerst met deze zeven mensen aan de slag.” Teun Meurs is benieuwd hoe dat zal aflopen. „Ik mis een duidelijke visie van het korps op de wijze waarop het beste geprofiteerd kan worden van de afzonderlijke resultaten.” Hij vindt ook dat er niet per se buitenstaanders binnen gehaald moeten worden. „Als je werknemers vrijmaakt, zou er best weleens een hoop praktische innovatie uit kunnen komen.” Sigrid Burg: „Er zit veel goud in de organisatie. Maar als werknemers kritiek hebben, wordt dat vaak opgevat als geklaag. Dat gebeurde bij ons niet.”