Zieke koe in de boomgaard is een onaangenaam gezicht

Wie staat er voor de rechter en waarom? De boer uit Abcoude heeft hart voor zijn kalveren en lammetjes. Maar niet genoeg, vindt de rechter.

Hij is 65 en heeft een pak aangetrokken. Alleen zijn handen verraden dat hij gewoon is op klompen te lopen. Grote, rode handen met diepe kloven. Die, hoe vaak ze ook gewassen worden, nooit meer echt schoon zullen worden. Bartholomeüs heet hij, boer uit Abcoude.

Hij heeft negen runderen en 58 schapen te laat geoormerkt én hij heeft een ziek rund de nodige verzorging onthouden. Daarvoor zit hij nu bij de economische politierechter in Utrecht.

Eerst maar de kwestie met de runderen en de schapen. Kalfjes, corrigeert Bartholomeüs. En lammetjes. Het is nooit zijn intentie geweest, zegt hij, om zijn dieren niet te oormerken. Hij is ook niet van plan zichzelf hier op zitting ‘schoon te eten’, want eerlijk is eerlijk, hij was te laat met die gele dingen. Bij kalveren moet het binnen drie dagen gebeuren, bij lammeren binnen een maand. Hij persoonlijk vindt het aan de vroege kant, hij wacht er liever mee tot de dieren gespeend worden. Maar goed, regels zijn regels. Dan komt er alleen een stukje praktische bedrijfvoering om de hoek kijken. Ziet u, hij is maar alleen. Die beesten staan in de wei en laten zich lastig vangen. Hij wacht dus normaliter tot zijn dochters thuis komen, dan doen ze het samen.

Met die lammetjes ligt het iets genuanceerder. Die oortjes zijn gewoon wat gevoeliger. Esthetisch is het ook niet zo mooi. Hij woont in Abcoude, en midden in het dorp is een weilandje. De eigenaar van het landje vraagt hem elk jaar om daar een schaap met lammetjes op te jagen. Dat vinden de mensen prachtig. Alleen, wat krijg je dan. Er hoeft maar één lammetje met bloed aan het oor tussen te staan of de moeders met kinderen komen hem waarschuwen. Och, zo zielig, vinden ze dat.

Of hij een gewetensbezwaarde is, vraagt de officier van justitie. Is hij een van die boeren die uit principe weigeren hun beesten te merken? Och nee hoor, zegt Bartholomeüs. „Ik ben gewoon praktisch en normaal.” Alleen de schapen, daar wacht hij dus bewust wat langer mee. Het komt hem op „exorbitante” boetes te staan. Ja, zegt de rechter, elk ongemerkt dier kost 4 keer 22 euro. En met 58 schapen tikt dat aan.

En dan dat rund. Ja, dat was ziek. Een kwetsuur aan de poot. Hij had haar al een week of drie op stal. Zijn dochter, die is veearts, had gezegd dat het een abces was. Hij verzorgde het dier zo goed en zo kwaad als het ging. Op een mooie dag in juni heeft hij haar de boomgaard in gejaagd. Mooi beschut, uit het zicht van de mensen. Anders kun je niet eens meer rustig koffie drinken, komen de mensen om de haverklap zeggen dat er een ziek dier in de wei ligt. En waarom joeg u het de boomgaard in, vraagt de rechter achterdochtig. Daar kon ze mooi zacht liggen, zegt Barthlomeüs. Beter dan zo’n harde stalvloer. Ze vrat ook nog goed. Aha, zegt de rechter. „Ja, het was er ook wel een mooi jaargetijde voor.” Achteraf, zegt Bartholomeüs, wil hij best erkennen dat hij het dier eerder had moeten euthanaseren. Maar voor het zover was, kwam de inspectiedienst al. Die was gewaarschuwd door een voorbijganger.

Waar de rechter moeite mee heeft, is dat Bartholomeüs al een paar keer eerder is veroordeeld door de politierechter. Hij heeft zelfs vier weken gevangenisstraf uitgezeten. Waarvoor precies, vraagt ze. Bartholomeüs weet het niet meer. Ja, zijn stallen waren verouderd, en vies ook, dat wil hij best toegeven.

De officier van justitie begrijpt best dat Bartholomeüs de oorperforaties zielig vindt voor zijn lammetjes. Maar, zegt hij, een varken in de slachterij is óók zielig. Wat moet, moet. Waar hij over struikelt, is dat Bartholomeüs steeds spreekt over opjagen. Dat klinkt zo onaardig, vindt de rechter ook. Bartholomeüs kijkt verbaasd, maar zwijgt. En een ziek dier in de boomgaard, zegt de officier, dat is een onaangenaam gezicht. Daar had hij wat aan moeten doen. Zou het zo kunnen zijn, vraagt hij, dat meneer het niet meer aankan? Dat hij te oud is om voor zijn boerderij te zorgen? Dat ontkent Bartholomeüs met klem. Hij doet zijn best, hij is nog fit, en als het even kan hoopt hij te sterven tussen zijn dieren.

De straf voor het te laat oormerken wordt 2.500 euro, waarvan 1.000 voorwaardelijk. Voor de zieke koe ook 1.000 euro voorwaardelijk en een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur. Bartholomeüs kan ermee leven, zegt hij. Hij heft één gekromde wijsvinger: „Maar als ik volgend jaar geen dood beest meer heb, ben ik geen boer meer.” Want zegt hij, elke boer heeft een dood dier.