Zege Groenewold op 3 km in Thialf

Schaatsers Renate Groenewold en Stefan Groothuis hebben gisteravond voor verrassingen gezorgd bij de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen.

Op de 3.000 meter bleef Groenewold (4.04,85) de Tsjechische topfavoriete Martina Sablikova (4.05,45) ruim voor en werd eerste. Nog opvallender was de tweede plaats van Stefan Groothuis op de 1.500 meter bij de mannen, achter Shani Davis.

De 32-jarige Groenewold zag de zege op ‘haar’ afstand als een teken dat ze op de goede weg is. „Ik ben doorgegaan met schaatsen voor de olympische 3.000 meter in Vancouver. Dan is het mooi de bevestiging te krijgen dat het goed gaat”, zei de TVM-rijdster, die naar eigen zeggen nog niet optimaal reed.

Shani Davis voorkwam in Thialf dat de 1.500 meter bij de mannen, waar de internationale concurrentie moordend is, opnieuw uitliep op een Nederlands feestje. Vorig week bezetten de Nederlanders nog de eerste vier plaatsen, gisteren was de Amerikaan (1.45,23) veruit de snelste. Hij kwam vlak bij het baanrecord (1.45,19).

Groothuis (1.45,84), die in Berlijn al de 1.000 meter op zijn naam had geschreven, liet op het ijs van Thialf zien dat hij na zijn lange revalidatie ook op de schaatsmijl bij de wereldtop hoort. Mark Tuitert werd derde.

Sven Kramer, vorige week nog winnaar, stelde teleur met de elfde plaats. „Het was een slechte rit”, vond hij. „Ik kwam geen moment echt lekker in de race. Mijn 1.500 meters kunnen heel goed gaan, maar ze kunnen ook helemaal niet gaan. Ook ik heb wel eens mindere races. Er zijn geen excuses, ik voel me goed. Dit bewijst dat als je op de 1.500 meter één steekje laat vallen, je tien plaatsen kan zakken.”

Op de 500 meter was de Fin Pekka Koskela de snelste. Met 34,88 bleef hij 0,07 boven het baanrecord. De Nederlanders speelden geen rol van betekenis. Jan Smeekens was met 35,50 op de dertiende plaats de beste Nederlander.

Bij de vrouwen ging de zege op de kortste sprintafstand volgens de verwachting naar de Duitse Jenny Wolf (37,60), vlak voor Beixing Wang. Annette Gerritsen was ruim een seconde langzamer, maar werd nog wel vierde (38,75).