'Ze moesten verder'

Vrouwen vinden dat Juliana in zijn boek over de Hofmans-affaire onvoldoende recht wordt gedaan. Maar voor schrijver Cees Fasseur telt vooral het staatsbelang. „Dankzij Bernhard bleef het koninklijke gezin intact.”

Historicus en Wilhelmina-biograaf Cees Fasseur voelt zich „als een jongetje dat door het populairste meisje van de klas is gevraagd om naar het schoolbal te gaan”. Als eerste en voorlopig enige kreeg hij van koningin Beatrix toestemming de stukken te lezen die in het Koninklijk Huis Archief worden bewaard over de Greet Hofmans-affaire. In zijn boek, waarvan in een paar dagen al enkele tienduizenden exemplaren zijn verkocht, maakte hij een unieke – want voorlopig onweerlegbare – reconstructie van de paleisoorlog die de koninklijke familie van 1949 tot 1956 in twee kampen verdeelde.

Had u als wetenschapper dit exclusieve aanbod om de stukken in te zien wel moeten accepteren?

„Ik heb absolute vrijheid bedongen bij de inzage in stukken en bij het schrijven. Als ik ook openbaarheid van de stukken had geëist, was het boek er niet gekomen. Ik heb liever wel een boek dan geen boek. Let wel, het gaat hier om een huwelijkscrisis. Dat Beatrix mij in de papieren heeft laten grasduinen, is moedig van haar.”

Wat vindt u tot dusver van de reacties op uw boek?

„Het is interessant dat zich vijftig jaar na dato opnieuw een Bernhardkamp en een Julianakamp vormt. Vrouwen kiezen partij voor Juliana, mannen voor Bernhard. Het verschil met 1956 is dat het Bernhardkamp toen juist vooral uit vrouwen bestond.”

Een land kan zich geen mooier symbool wensen dan een koninklijke familie, zei u enkele jaren geleden in deze krant. Blijft u bij dat standpunt?

„Ja hoor, en dan het liefst een familie met jonge kinderen. Dat is toch veel leuker dan zo’n grijze president in een grijs pak. Of Gerda Verburg of Gerdi Verbeet. Kijk, als koninklijke families op het bordes met de ruggen naar elkaar gaan staan, heb je een probleem. Maar zolang ze bereid zijn om het spel te spelen, heeft de monarchie grote charme. Juist omdat hun alles overkomt wat gewone gezinnen ook kan overkomen. Geluk, ellende, conflict en verwarring.”

Aan het hof van Juliana kende de werkelijkheid meerdere dimensies, zo blijkt uit uw boek. Sprak Bernhard ooit de waarheid?

„Hij leefde een beetje in een fantasiewereld. Zijn familie had geen hoge status. Maar voor zijn gevoel was de prins van Lippe-Biesterfeld toch niet zomaar iemand. Dat grote ego dwong hem de waarheid soms een draai te geven.”

Juliana bleek daar gevoelig voor. Zijn verschijning was voor haar net een droom.

„Ja, de prins op het witte paard. Hij had goede manieren, was charmant, sprak zijn talen. Ze viel meteen voor hem.”

En ze wist niet dat achter zijn charme zakelijke motieven schuilgingen.

„Voor Bernhard die het thuis niet al te breed had, was Juliana een aantrekkelijke partij. De positie van zijn moeder, met wie hij een zeer hechte band had, speelde ook een rol. Door het huwelijk met Juliana kreeg zij als gescheiden vrouw van lage adel weer prestige. Hij trouwde voor zijn moeder, om het zo maar te zeggen. Maar Bernhard was ook een genieter, die trouwt niet met iemand van wie hij een afkeer heeft.”

Wat voor een echtgenoot was Bernhard?

„Enerzijds was hij een echte family man die zich intensief met zijn dochters bemoeide, anderzijds was hij een einzelgänger die de ene buitenlandse reis maakte na de andere. En er vriendinnen op na hield. Dat leidde in zijn huwelijk tot verwijdering.”

HIj deelde met Juliana de behoefte om de werkelijkheid te ontstijgen?

„Net als zij geloofde hij in astrologie en in aardstralen. Hij was een Duitser hè, die heeft wat met die Schwärmerei. Sprookjes van Grimm enzo. Maar het was ook nuchter opportunisme dat hem dreef. Baat het niet, schaadt het niet. Toen hij merkte dat Hofmans’ adviezen de oogkwaal van prinses Marijke niet beter maakten, kreeg hij er genoeg van en begon hij zich te ergeren aan de steeds inniger verstandhouding tussen Hofmans en zijn vrouw.”

U heeft een aantal schriftelijke ‘doorgevingen’ van Greet Hofmans gelezen. Wat vond u ervan?

„Ik vind het onvoorstelbaar dat mensen zich ook maar enigszins door die flauwekul lieten sturen. Dat je zegt: ‘zou u eens willen vragen wat ‘boven’ ervan vindt?’ En dan krijg je even later een briefje: ‘nou, ‘boven’ vindt er dit van’. Ik heb daar geen gevoel voor. De mensen uit die Baarnse kring, die toch wel ontwikkeld waren, liepen als makke schapen achter Hofmans aan. Dan lag zij boven op bed en kwam er iemand naar beneden die zei: ‘Hofmans heeft dit gezegd’. Vervolgens ging iemand anders naar haar toe die terugkwam met: ‘nee, ze heeft iets anders gezegd’.

„Ik heb wel geprobeerd om het te duiden. Indië was verloren en de wereld balanceerde op de rand van een atoomoorlog. Dat voedde de behoefte aan houvast. Over Juliana zijn psychologische rapporten geschreven waarin staat dat ze onzeker was en erg tegen haar moeder opkeek. ‘Lieve engel’ noemde zij Hofmans. Ik kan mij er moeilijk in verplaatsen.”

In Hofmans’ raadgevingen school geen gevaar voor Juliana’s constitutioneel functioneren, schreef u. Waarom moest Hofmans dan weg?

„In 1956 dreigde de situatie te escaleren. Niet zozeer door Hofmans zelf, maar door wat er rond haar gebeurde. Juliana’s particulier secretaris, Walraven Van Heeckeren, spoorde Juliana steeds meer aan zich te verzetten tegen Bernhard, die met zijn Bilderbergconferenties tegen het pacifistische ideaal van Hofmans in ging. Dan vind je briefjes waarvan je denkt: was dit nu een doorgeving van Hofmans, of heeft Van Heeckeren dit zelf zitten typen? Dan wordt het een beetje unheimisch. Hofmans was gewoon iemand bij wie de koningin troost vond. Maar Van Heeckeren, die een diepe haat koesterde tegen Bernhard, was met macht bezig. Ik ken dat wel uit de ambtelijke wereld: het is leuk om de minister te winnen voor jouw gedachten. Van Heeckeren kon niet velen dat Juliana deep down toch gek was op Bernhard. Dat ze nooit echt van hem af wilde. Hij wilde ook dat zij haar ministers beïnvloedde. Voor Beel was dat terecht aanleiding om zich zorgen te maken.”

En dat kwam Bernhard goed uit.

„Ja, want zijn grief was dat Juliana tegen hem in Hofmans’ taal sprak.”

Hij was er zelf nooit.

„Hij leidde zijn eigen leven. Maar de invloed van Hofmans op Juliana strekte zich uit over de hele familie. Iedereen moest meedoen, ook de kinderen. Beatrix moest er als twaalfjarige al niets van hebben. Als de Hofmans-kliek in de weekends op Soestdijk kwam, vluchtte zij met Irene en Bernhard naar zijn moeder, prinses Armgard, die in Warmelo woonde. En dan zei Van Heeckeren tegen Juliana: ‘Uw dochters worden aan u onttrokken en komen hoe langer hoe dichter bij uw schoonmoeder’.”

Op Soestdijk zaten Juliana, Marijke en de Hofmans-kliek en honderd kilometer verderop zat Bernhard met zijn moeder en zijn oudste dochters.

„Ja, en kolonel Pantchulidzew. Die leerde de kinderen paardrijden.”

Bernhard ontkende altijd dat deze man de levenspartner van zijn moeder was.

„Hoe dat zat, weet ik niet. Armgard verstuurde wel kerstkaarten waarop hij naast haar stond. Zelf zou ik niet op een kerstkaart gaan staan naast iemand die niet mijn levenspartner is. Maar ik heb er verder geen informatie over.”

Sommige zaken blijven zelfs voor u in nevelen gehuld.

„Maar dit houdt mij ook niet wakker.”

Over Bernards secretaresse Kokkie Gilles, die op paleis Soestdijk woonde, zegt u: zij was niet Bernhards vriendin. Hoe weet u dat ?

„Omdat Van Heeckeren, die alles zou aangrijpen om Bernhard zwart te maken, er in zijn dagboeken niets over zegt. Leden van de hofhouding hoorde je er ook niet over. Gilles woonde op Soestdijk, puur omdat Bernhard dag en nacht een beroep wilde doen op haar secretariële vaardigheden.”

Was er in het leven van Bernhard eigenlijk wel ruimte voor Juliana?

„Ja, want zij was toch de moeder van zijn kinderen. Maar dat je als man van veertig nog zo’n sterke binding met je eigen moeder hebt, is wel opvallend. In Armgard zag Bernhard waarschijnlijk het ideaal van hoe een vrouw moet zijn. Haar hoefde hij geen kledingadviezen te geven.”

Anders dan Juliana die volgens hem rondliep in een ‘strandjurk’.

„Nou, je zag soms ook wel foto’s van haar dat je dacht: moet dat nou?”

Juliana kon niet tegen Bernhard en zijn moeder op.

„Wilhelmina maakte zich daar boos over, ja. Zij koos partij voor Juliana, haar enig kind. Toen prinses Armgard in Nederland wilde komen wonen, werd ook gezegd: ‘niet te dicht bij Soestdijk’. Het moest over de IJssel zijn.”

Je zou de Hofmanscrisis ook de Von Lippecrisis kunnen noemen: Juliana en Wilhelmina werden steeds meer in de hoek gedreven door Bernhard, die in Nederland samen met zijn moeder een eigen Hofje stichtte.

„Zo zie ik dat niet. Als het Nederlandse volk had moeten kiezen tussen Bernhard of Juliana, was de uitslag wel duidelijk. Juliana was en bleef de koningin. Terwijl Bernhard ondanks zijn verdiensten in de oorlog toch gold als een mof. Hij rekte zijn positie tot het uiterste, maar wist dat hij uiteindelijk van Juliana afhankelijk was. We moeten haar ook niet onderschatten. Ze was bepaald niet dom, behoorlijk onverzettelijk en buitengewoon driftig. Bernhard beklaagde zich over die buien in zijn brieven. Op iemand met driftbuien valt geen staat te maken.”

Had Bernhard, die zelf nogal op zijn vrijheid gesteld was, niet kunnen zeggen: ik gun mijn vrouw haar Hofmans?

„Op zichzelf wel, maar het probleem was dat de hele familie en de hofhouding erin werden mee getrokken. Dat leidde tot een onhoudbare toestand. Omdat de regering niets deed, zag Bernhard in de zomer van 1956 geen andere uitweg dan het verhaal aan de grote klok te hangen.”

Was de commissie-Beel op de hand van Bernhard?

„Zeker. De einzelgänger is volgens het rapport niet Bernhard, maar Juliana. Zij had zich als staatshoofd in de armen gestort van een groep pacifisten, terwijl Bernhard, gesteund door zijn oudste kinderen, zich braaf voegde naar het regeringsbeleid. De NAVO-prins werd hij ook wel genoemd.”

Inmiddels weten wij dat de NAVO-prins in 1952 een buitenechtelijke dochter kreeg. Was de commissie daarvan op de hoogte?

„Aan extramaritale activiteiten besteedde het rapport geen aandacht. Juliana lijkt ook niet zoveel problemen te hebben gehad met de ontrouw van haar man. Ik vond daar in de correspondentie althans niets van terug. Van haar moeder zal Juliana wel gehoord hebben dat haar vader ook avonturen had. Het is maar de moraal die je aanlegt. Het koninklijk huwelijk is tegenwoordig wel erg verburgerlijkt. Men moet dolverliefd zijn. Vroeger telde alleen het staatsbelang.”

Was de conclusie terecht dat Juliana haar contact met Hofmans moest verbreken?

„Ja. De onrust die was ontstaan, was te groot.”

Al had Bernhard die onrust zelf helpen creëren door de pers in te lichten.

„Dat was hoog spel. Maar hij had moeilijk kunnen zeggen: laat Hofmans maar doorgaan.”

Juliana werd door de commissie tot de orde geroepen, terwijl Bernhard in zijn alleingang alleen maar werd bevestigd. Dat moet hem vleugels hebben gegeven.

„Het kan hem wel gepusht hebben, ja. Maar hij was toch wel wie hij was: uit op risico’s. Eigenlijk gewoon roekeloos. Dat zie je al in de oorlog, als hij met die rare vliegtuigen over de oceaan gaat vliegen.”

Bij Lockheed werd Bernhard uiteindelijk teruggefloten. Had die affaire voorkomen kunnen worden als de commissie-Beel Bernhard wat strenger op zijn eigengereidheid had aangesproken?

„Hij zou niet zo’n vlotte leerling zijn geweest, denk ik. Hij was wie hij was: gesteld op onafhankelijkheid en financieel welbevinden. Op de Haagse Sociëteit de Witte gaat het verhaal dat Bernhard op een dag bij de directeur van het petroleumbedrijf Esso kwam met de vraag: ‘U heeft toch die actie van ‘de tijger in de tank’? Ik weet een adresje waar ik vier miljoen plastic tijgertjes kan kopen. Bent u geïnteresseerd?’ Toen de Essoman een beetje vertwijfeld zijn collega bij Shell belde, zei die: ‘is de prins ook al bij jou geweest? Hij was vorige week bij mij’. Zo was hij.”

Wat is uiteindelijk uw oordeel over hem?

„Dat hij veel tekortkomingen had, maar in de Hofmanscrisis goed gehandeld heeft. Hij greep in waar Drees dat ten onrechte naliet.”

U schreef dat alles met ‘een sisser’ afliep. Maar Juliana’s particulier secretaris Van Heeckeren verliet het hof pas nadat hij met de dood was bedreigd. Dat is toch niet niks.

„Juliana wilde hem niet ontslaan en zelf weigerde hij ontslag te nemen. Bij mevrouw Mijnssen, (bij wie Greet Hofmans in de tuin woonde, red.) is een dreigbrief bezorgd. Hofmans en haar getrouwen zouden vermoord worden als Van Heeckeren geen ontslag nam. Een paar dagen later kreeg Greet Hofmans de ‘doorgeving’ dat Van Heeckeren ontslag moest nemen. En dat deed hij.”

Is uitgezocht wie de dreigbrief heeft geschreven?

„Er is wel onderzoek gedaan naar de typemachine, maar ze zijn daar niet verder mee gekomen. Het zou kunnen dat de onbezoldigde hofadviseur Van ’t Sant erachter zat. Hij was degene die bij Hofmans de handgeschreven doorgeving ophaalde.”

Of Bernhard zelf?

„Wie weet heeft hij Van ’t Sant iets ingeblazen.”

Wat zou dan uw oordeel zijn?

„Dan zou ik zeggen: nou Bernhard, dat is niet best geweest. Al was het resultaat, het vertrek van Van Heeckeren, wel wenselijk.”

Voor een ex-justitie-ambtenaar als u klinkt dat verbazingwekkend onrechtstatelijk.

„Kennelijk heb ik ook anarchistische trekjes. En misschien was ik ook wel niet zo’n goede ambtenaar.”

Het hoogste gezag bewijst u met dit boek hoe dan ook een grote dienst. Tegen het einde van Beatrix’ regeerperiode legitimeert u haar toenmalige standpunt. Zij was ‘goed’ in de paleisoorlog.

„Maar dat doe ik niet om haar te behagen. Op basis van de feiten kom ik tot de conclusie dat dankzij Bernhard het koninklijke gezin intact is gebleven.”

Kan de ambtelijke reflex om de status quo te beschermen een rol hebben gespeeld?

„Ik weet niet waar het schip zou zijn gestrand als wij met Juliana waren meegegaan. Als ik daarmee blijk geef van een instinctieve behoefte aan zekerheid die ambtenaren eigen is, dan zij dat zo. Maar ik ben mij daarvan niet bewust.”

De feiten in uw boek liegen er niet om. Maar u weet alles toch in een aangenaam huiselijk kader te plaatsen. ‘Toen eenmaal de tranen waren gedroogd’, schrijft u, ‘keerde de goede stemming weer’.

„Dat maakt misschien een wat knusse indruk, ja. Maar wat moest ik anders? Schrijven dat ze nog 48 jaar moeilijkheden voor de boeg hadden? Er was één huwelijk in Nederland dat niet ontbonden kon worden en dat was dit huwelijk. Ze moesten verder. Wat het huwelijk na 1956 nog voorstelde, weet ik natuurlijk niet. Maar er zullen zeker gezellige momenten zijn geweest.”

U schrijft: ‘Net als in de meeste huwelijken waren de bestandslijnen getrokken, leidde elke partner zijn eigen leven met respect voor de agenda, eigenaardigheden en bijzondere wensen van de ander’. Is dat hoe de meeste huwelijken functioneren?

„Ja, mijn echtgenote maakte ook al bezwaar tegen die passage. ‘Hoe kom je erbij?’ vroeg ze.”

Nou, hoe komt u erbij?

„Het is waarschijnlijk mijn democratische instelling die het mij onmogelijk maakt om een koninklijk huwelijk qua innerlijke beleving anders te benaderen dan een gewoon huwelijk. Zeker als mensen bijna 68 jaar met elkaar getrouwd zijn. Ik zie het onderscheid tussen koning en burger, ik juich dat verschil ook toe, want ik houd van verschillen. Maar ik zie niet waarom een koninklijk huwelijk anders beleefd zou worden. Het zijn gewone mensen in ongewone omstandigheden. Ze hebben nog allerlei familiefeesten gevierd.”

U wilt graag dat het goed komt.

„Nee, dat zou niet wetenschappelijk zijn. Maar na 450 bladzijden vond ik het wel mooi geweest. En dan grijp ik zo’n moment graag aan waarop het echtpaar weer samen canasta spelend aangetroffen wordt.”