Vogelaar wijkt, maar de ideologische mist hangt nog boven de sociale bouw

Ella Vogelaar is geen minister van ‘waunen, waiken en integrasie’ meer. Gemiddeld sprak zij een op de drie woorden in café-Amsterdams uit, maar bij het opsommen van haar nobele taken liep dat percentage steil omhoog. De communicatieproblemen van de donderdag afgetreden bewindsvrouw zouden waarschijnlijk nooit zo uit de hand zijn gelopen als zij de taal van haar ouderlijk Sint Philipsland was blijven spreken.

Het is napraten. De Partij van de Arbeid kiest voor de realo-lijn. Multiculti is voorbij. Dat type analyse zal opgeld doen nu Integratie in handen is gekomen van een ervaren advocaat en oud-fractievoorzitter in de gemeenteraad van Amsterdam. Bos met das redt de banken. Van der Laan met das redt de wijken en zegt raddraaiers waar het op staat. De PvdA doet de café-politiek de das om. Sociaal-democraten kunnen besturen als het er op aan komt.

Voor de PvdA-top is het aantrekkelijk ook bij ‘wonen, wijken en integratie’ van de nood een deugd te maken en de schuld voor wat er misging eenzijdig bij Vogelaar te leggen. Maar, eerlijk is eerlijk, zij werd begin 2007 op pad gestuurd met een onmogelijke boodschap. Haar partij had de verkiezingen niet gewonnen, en wilde juist daarom in het probleemcluster allochtonen en wijkverloedering een klapper maken. Met een vrouw, die overigens moest inwonen bij de echte minister van VROM, ook aangeprezen als een kanjer én vrouw uit PvdA-kring.

Het was en bleef wringen en schikken. Het ambtelijk apparaat moest van diverse ministeries voor Vogelaar bij elkaar worden gesleept en zij werd in het hijgerige prestatiejargon van Den Haag afrekenbaar op een handjevol problemen die in de loop van vele jaren waren gegroeid. Pim Fortuyn had er een deel van zichtbaar gemaakt, zonder in de buurt van een oplossing te komen. Haar eigen partij was er nog lang niet uit maar wilde Wilders en Verdonk zo snel mogelijk wind uit de zeilen nemen.

Vogelaar sprak uit haar hart over boerka’s en een toekomstig ook-islamitisch Nederland. Dat leverde veel gedoe en weinig bonuspunten op. Maar de echte tijdbom was haar wijken-opdracht. De Partij van de Arbeid die zich zichtbaar en nuttig wilde maken greep zwaar terug op het begrippenapparaat van de maakbare samenleving. Had de vorige invalkracht als minister van volkshuisvesting, Pieter Winsemius, nog alarmerend gewezen op 140 wijken met gevaarlijke achterstanden, zij liet zich vertellen dat alle aandacht moest uitgaan naar 40 wijken.

Om die bij voorbaat tot ‘prachtwijken’ opgeleukte wijken een injectie van renovatie, nieuwbouw en aandacht te geven was in het regeerakkoord opgeschreven dat de woningbouwcorporaties vier jaar lang 750 miljoen euro moesten ophoesten. Het woord ‘wijk’ kwam 22 keer voor in het regeerakkoord en het bijbehorend proza liet er geen misverstand over bestaan dat het hele kabinet hoog inzette op de probleemwijken. Met het geld van de corporaties. En die wisten nog van niets.

Het nieuwe kabinet had gewoon een nieuwe marsroute kunnen meedelen als het overheidsdiensten waren geweest, maar helaas, in 1995 zijn de woningbouwcorporaties verzelfstandigd. Volkshuisvesting kostte steeds meer geld en de corporaties bouwden zich suf, soms voor de leegstand, dus op initiatief van onder andere CDA-staatssecretaris Enneüs Heerma werd de oplossing gezocht in het op afstand plaatsen van de corporaties.

In de zogenaamde ‘bruteringsoperatie’ kregen zij het hele kapitaal mee en moesten de corporaties voortaan van de verkoop en het eventuele rendement net zo veel betaalbare woningen bouwen als het land nodig had. De corporaties werden bedrijven, zij gingen ook commerciële projecten ontwikkelen, dat kon geld opleveren om te investeren in die niet zo rendabele woningen met lage huren. Geleidelijk verschoof de sfeer. Een beetje directeur regelde een beter kantoor, een bijpassende lease-auto en inkomen waarmee hij zich aan tafel bij de onroerend goed-jongens kon vertonen.

Alleen al de laatste weken moest de minister in de Tweede Kamer uitleggen hoe de directievoorzitter van woningbouwcorporatie Rochdale in Amsterdam toch aan die Maserati en al die projectontwikkelings bv’s kwam en hoe de woningbouwcorporatie Woonbron in Rotterdam het voormalige stoomschip Rotterdam voor 200 miljoen in plaats van de begrote 6 miljoen geschikt liet maken voor van alles nog wat. Terwijl zij er niet over ging werd zij er wel op aangesproken.

Vogelaar werd ook slachtoffer van de ideologische mist die veel overheidshandelen in deze tijd aan het zicht onttrekt. De sociale woningbouw zou zakelijker en goedkoper worden. Na een kleine vijftien jaar is zichtbaar dat we te veel verwachtten van de verzelfstandiging van de woningbouwcorporaties. Het land schrikt als zij in België of Spanje willen bouwen. Zij balen als ‘we’ er wat van zeggen. De woningbouwcorporatie De Veste uit Ommen zoekt al maanden bij de rechter uit of zij uit het hele bestel kan stappen omdat men het gevogel beu is.

Ex-minister Ella was de  ongelukkige woordvoerder van een incoherente politiek die zij niet zelf had verzonnen. Haar grote roerganger, die haar nu tot zijn leedwezen moest uitzwaaien, zette als minister van financiën het plan door om de woningbouwcorporaties als min of meer gewone bedrijven voor zo’n 600 miljoen per jaar te gaan aanslaan voor de vennootschapsbelasting. Maar om de prachtimpuls in die 40 wijken mogelijk te maken werd hen ook een fikse en tot het laatst omstreden heffing opgelegd.

De onvrede bij de woningbouwcorporaties is groot. Vele zeggen: van tweeën één, of we zijn gewone bedrijven of we zijn sociaal en je heft geen vennootschapsbelasting en je dwingt ons niet iets anders te doen dan wij in ons gebied nodig achten. Allen willen bevrijd worden van de als willekeur ervaren scoordwang van opgejaagd Haags wild. Van der Laan zal nog veel partijgenoten tegenkomen met tegengestelde opvattingen.