Verheven boven grenzen en conflicten

De rode draad in het leven van Hans Nordsiek (49) is de luchtvaart. Hij begon als zweefvlieger, studeerde HTS vliegtuigbouw, doorliep verschillende luchtvaartopleidingen, werd gezagvoerder op een 777 van de KLM en kocht een eigen Boeing. „Het is een heilig moeten.”

Het vliegen blijft leuk?

„Dat verbaast me ook, maar het is de combinatie van zaken die het leuk houdt. De hoogtechnische apparatuur waarmee je werkt, de motoriek van ogen, hersenen, handen en voeten die vloeiend op elkaar moeten zijn afgestemd waardoor je driehonderd ton de andere kant kunt opsturen. Je werkt daarnaast met mensen, zoals het cabinepersoneel en de gasten zelf natuurlijk. En het mooiste is dat je je altijd in de natuur bevindt.”

Is er op twaalf kilometer hoogte nog sprake van natuur?

„Je hebt te maken met een temperatuur van min vijftig, vliegt met 900 kilometer per uur. Een vogel die tegen een vleugel opvliegt, veroorzaakt een enorme deuk. Als gezagvoerder is het jongleren.”

En u dacht, ik jongleer ook graag zelf.

„Ik ben eigenaar van een kleine Boeing uit 1942. Dat is heel anders vliegen, je hebt geen radar of automatische piloot. Ik kocht de kist in eerste instantie met twee collega’s. Ik heb haar zelf opgehaald in Amerika, betaalde 120.000 gulden. Dat was voor ons heel veel.”

U vloog er niet mee naar Nederland, neem ik aan?

„We hebben het vliegtuig laten vervoeren per zeecontainer. Dat was spannend, helaas was er toch schade ontstaan. We zijn er maanden mee bezig geweest. Met een ervaren piloot heb ik de eerste vlucht gemaakt, hij wist precies hoe zo’n staartwieltoestel werkte. Daarna hebben we elkaar geholpen ermee te leren vliegen.”

En waarom dit toestel?

„Door de nostalgie die eraan kleeft. Als jongetje tekende ik al een vliegtuig met twee vleugels, een romp, twee open zitplaatsen en een staart. Dat is precies deze Boeing Stearman, overigens een zeer gebruiksvriendelijk toestel. Sinds een paar jaar ben ik de enige eigenaar.”

Want u vliegt vaak?

„Van april tot september ieder weekend. Een goede vriendin van me vliegt dan met me mee. We nemen vaak de tent mee. Op de kleinere luchthavens kun je die naast de landingsbaan opzetten. Door het lawaai en omdat je heel goed moet opletten is het nogal indrukwekkend vliegen. Dus na anderhalf uur gaan we altijd even tanken, kopje koffie zetten, wat eten. Let’s kill the day, zeggen we dan.”

Heeft u het vliegtuig gedoopt?

„In de kleine luchtvaart is het ongebruikelijk, maar dit toestel heet de ‘Old Crow’. Belangrijk, want die naam blijft goed hangen. Met die vriendin bezoek ik namelijk luchtvaartfestivals om daar theater op te voeren over vliegen.”

En het heilige moeten?

„Vliegen is fantastisch, it’s an escape from reality. Je bent even met je voeten van de grond, kijkt naar beneden en ziet geen grenzen of conflicten, je kunt niemand horen. Dat doet iets met je, het is onbenoembaar, maar zeer gezond. Het herinnert je haast aan de meer natuurlijke staat van de mens.”

Willemijn van Benthem