Topsportstatus?

Veldrijden dreigde de topsportstatus (en financiering) van NOC*NSF te verliezen. Welke criteria gelden er en verdient veldrijden de topsportstatus?

Marcel Wintels, voorzitter Nederlandse wielerbond KNWU: „Met NOC*NSF zijn we overeengekomen dat bij wijze van uitzondering 1 februari 2009, na het WK veldrijden van eind januari, als meetmoment wordt gebruikt en niet het afgelopen WK [met deelnemers uit minder dan 24 verschillende landen; NOC*NSF heeft criterium aangescherpt van minimaal 18 naar 24 landen]. De formele afwikkeling van deze afspraak is maandag. Voorzitter McQuaid van de [internationale wielerunie] UCI heeft in een brief aan NOC*NSF bevestigd dat op het WK meer dan 24 landen zullen zijn vertegenwoordigd. Ik heb er alle vertrouwen in dat veldrijden de topsportstatus behoudt. Veldrijden heeft in Nederland veel impact en krijgt veel aandacht. Bovendien heeft Nederland met Lars Boom en Marianne Vos twee internationale toppers die ertoe doen en potentiële kandidaten zijn voor de verkiezing tot sporter van het jaar. Het zou vreemd zijn, en tot onbegrip leiden, als de sporter van het jaar actief is in een sport zonder topsportstatus.’’

Joop Atsma, bestuurslid internationale wielerunie UCI, oud-voorzitter KNWU: „Ik ben blij dat het besluit om veldrijden de topsportstatus te ontnemen is teruggedraaid. Ga maar eens uitleggen aan grote talenten als Lars Boom en Marianne Vos, of aan de internationale wielerwereld, waarom veldrijden geen topsportstatus heeft. Welk signaal geef je internationaal af als land dat grote sporttoernooien naar Nederland wil halen? Het wegvallen van financiële steun van NOC*NSF zou desastreus zijn voor veldrijden. Sporters die minder excelleren komen niet meer in aanmerking voor ondersteuning en je loopt het risico dat sponsors die gericht zijn op veldrijden de stekker eruit trekken. Minimaal 24 landen op een WK is een absurde regel. In topsport ga je niet voor kwantiteit maar voor kwaliteit. De hardheidsclausule [betekenis van de sport, tweede topsportcriterium NOC*NSF] is erg willekeurig. Bij het bepalen van de betekenis van een sport moet je naar het aantal beoefenaren en organisatoren kijken en ook naar de boegbeelden.’’

Erica Terpstra, voorzitter sportkoepel NOC*NSF: „Dat we het criterium voor de topsportstatus veranderd hebben naar deelnemers uit minimaal 24 verschillende landen op een WK, heeft niets met bezuinigingen te maken. Eens in de vier jaar herschikken we de criteria in overleg met de sportbonden en kijken we welke sporten mondiaal het meest kansrijk zijn. De topsportwereld is dusdanig verbreed dat 18 verschillende landen op een WK geen reëel criterium meer is. We hebben voor het veldrijden een uitzondering gemaakt omdat ze met het WK van eind januari net buiten het meetmoment van 1 januari 2009 zouden vallen. Om zoveel overhoop te halen voor een periode van dertig dagen, zou erg dogmatisch zijn. Bovendien heeft de UCI toegezegd dat op het WK meer dan 24 landen zijn vertegenwoordigd. Druk van de UCI? Nee, hun argumenten sneden gewoon hout. We zijn niet bang voor een precedentwerking, want er komen in januari geen andere bonden met dergelijke verzoeken. Maar als er op het WK veldrijden geen 24 landen zijn vertegenwoordigd, is het over en uit.’’

Ben Crum, voormalig topsportcoördinator korfbalbond, nu programmamanager internationaal korfbal: „Ik begrijp de frustraties binnen het veldrijden. Het korfbal heeft gebruik gemaakt van de hardheidsclausule om de topsportstatus te krijgen, maar daar zijn we een hele tijd mee bezig geweest. De betekenis van een sport hangt af van de organisatie en omvang van de bond, boegbeelden, prestaties en de belangstelling. Veldrijden is een belangrijke sport in Nederland en België. NOC*NSF is erg gericht op sporten met een olympische status [krijgen automatisch topsportstatus]. Nu komen ze zichzelf tegen. Maar er zijn meer belangrijke evenementen, zoals de World Games [niet-olympische sporten]. Bovendien zijn er olympische sporten die getalsmatig niet veel voorstellen. Neem schaatsen, dé Nederlandse sport bij de Winterspelen. Het heeft de olympische status en is door Aegon en andere sponsors in de markt gezet, maar is wereldwijd geen grote sport.’’