Stakings-poeha

Wie meent de wereld te kunnen verbeteren is een ijdeltuit of een domkop. Of had hij misschien toch moeten staken?

Boos. Mondhoeken omlaag, zweet op zijn slapen, iets te springerige krullen. Solidair met zijn collega’s, solidairder met zijn leerlingen die een repetitie voorbereidden. Die werken volgens een strak lesplan. Waar hij eisen aan stelt. Zoals aan hem eisen mogen worden gesteld. Dat hij zich aan zijn afspraken houdt, dat zij zich aan de afspraken houden. Komt die bond weer met zijn stakingspoeha. Al zou ook hij zijn leerlingen graag beter helpen. Kleinere klassen krijgen bijvoorbeeld. En meer tijd. Wiskunde is lastig genoeg. Duwtjes geven, vraagjes stellen, kleine hiaten meenemen in een nieuwe uitleg. Wiskunde moet je doen en nog eens doen. En nadenken over wat je deed. Liefst in de buurt van iemand die je kunt raadplegen. Zijn leerlingen richten zich op hem als op een magneet. Ze houden van zijn lessen.

Eén nadeel, mijnheer is perfectionist.. Kom niet zonder boek zijn les in. Je krijgt een cijfer voor je schrift. Planning, rooster, klassenopstelling: werk moet kloppen. Slordig is ons leven, orde ons streven, zei zijn moeder altijd.

Hij kijkt de klas in. Achterin, een Hilfigermeisje begint te giechelen. Hij trekt zijn wenkbrauwen op. Wat er is.

U kijkt zo streng, giechelt ze. Een enkeling kijkt op, hij schudt zijn grote hoofd. Hij voelt iets kriebelen. Wat kunnen zij eraan doen? Een vinger gaat omhoog. Potlood kapot. Geen probleem. Geert houdt al een potloodje in de lucht. Geert heeft een etui vol meeneempotloodjes van Ikea.

Hij voelt zijn stemming een beetje opknappen, misschien ook omdat de mist buiten plaatsmaakt voor een waterig zonnetje. Wat is zo’n repetitie soms heerlijk. De rust, de tikkende pennen, de ritmisch snuffende neuzen. Hij had kunnen staken. De leerlingen hebben het hem gesmeekt. Dat ze zelfs zelf wel wilden staken om hém te laten staken.

Maar nee. Met petje en vlaggetje op een plein staan, hij houdt er niet van. De wereld valt niet te verbeteren. Wie meent van wel is een ijdeltuit of een domkop. Dat zie je maar aan de managers. Goeie jongens daar niet van. En als je een gezin hebt, dan moet je wel doorgroeien. Zelf heeft hij al jaren een bindingstoeslagje. Niet dat hij ooit vertrekken zou. Organisaties zijn overal hetzelfde.

Iemand zwaait met zijn proefwerk als was het een menukaart en hij de ober. Maar de ober komt niet. De ober beduidt dat hij moet wachten.

De leerling zucht. Moeten blijven zitten als je klaar bent met je proefwerk, kan het zinlozer?

Er zijn meer leerlingen klaar, de stilte verandert in breekbaar zwijgen.

Met je hand onder je kin aan je snorretje pulken, poppetjes tekenen op een proefwerkpapier, blaadjes tot repen scheuren, peper en zoutvaatjes vouwen, gapen, rekken, briefjes schrijven naar elkaar: hij ziet het vriendelijk aan. Het kleine staken is dat: niet te streng zijn.

Weet je wat? Wie klaar is mag gaan. Heel rustig, zonder de anderen te storen. Maar ja, natuurlijk valt de stoel van Tara om. Zo is ze geboren, met lawaai en onhandigheid. En natuurlijk komt Lien weer terug om te zeggen dat ze haar naam niet op haar velletje heeft geschreven. Niet dat dat nodig is. Liens handschrift is met niemand te verwarren. Terwijl de dyslecten hun tijdverlenging gebruiken, sorteert hij de blaadjes. Daarna begint hij de tafeltjes recht te schuiven. Netjes je lokaal voor je collega’s achterlaten. Zelfs als ze staken. Juist als ze staken.

Hij ruimt het zwerfafval op en neemt de laatste proefwerken in. In de docentenkamer gaat hij achter de computer zitten. Mail checken.

Het mailtje met de kop ‘vrijdag voor tien uur cijfers invoeren’ laat hij ongelezen. Moet hij, nu er voldoendes voor het centraal examen moeten worden gescoord, strenger gaan rekenen?

Als alle leraren dat eens deden, vanaf vandaag twee punten lager voor hetzelfde werk, moet je de ouders horen piepen. Hoe kunnen ze verwachten dat hij met hetzelfde aantal uurtjes zijn leerlingen beter voorbereidt?

Zijn armen hangen langs zijn stoel. Misschien had hij toch moeten staken, hadden de leraren en de leerlingen samen moeten staken. Alleen om te laten weten: zo kan het niet. Want het kan zo niet.

Marijn Backer

De auteur is docent klassieke talen op de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven.